De Wageningen Universiteit heeft vandaag een lijst met financiers van haar bijzondere en buitengewone hoogleraren op de website gezet. Verder wordt op alle hoogleraren een “dringend beroep” gedaan om nevenwerkzaamheden openbaar te maken.
Binnen de universiteit werd al langer gesproken over openbaarmaking van deze gegevens. Maar een recent artikel in Volkskrant, waarin staat dat bijna een kwart van de hoogleraren aan de Nederlandse universiteiten wordt gesponsord door bedrijven en instellingen, gaf het laatste zetje.
Uit de gepubliceerde lijst blijkt dat het gros van de hoogleraren wordt bekostigd uit de eerste geldstroom (van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit). Ruim de helft van de tachtig bijzondere en buitengewone hoogleraren komt voor rekening van bedrijven en externe organisaties als Shell, de Nederlandse Zuivel Organisatie en het Afrika Studie Centrum. De andere helft wordt betaald door Wageningen zelf.
De universiteit vraagt binnenkort of alle hoogleraren hun bijbanen wilden melden op de website. “Wij vinden dat de nevenactiviteiten van hoogleraren publiekelijk bekend moeten zijn”, zegt een woordvoerder. Zij zijn verplicht deze functies bij de werkgever te melden, dus de gegevens zijn al bekend. Maar die kunnen niet zomaar openbaar worden gemaakt vanwege de privacywetgeving. “Als de medewerkers het zelf doen, geldt dat bezwaar niet.”
De woordvoerder van de universiteit wil de Volkskrant niet betichten van “tendentieuze berichtgeving”, zoals VSNU-voorzitter Sijbolt Noorda deed. Maar de conclusie dat bij de Wageningen Universiteit eenderde van de hoogleraren door derden wordt gefinancierd, is “wat heftig” en “mist de nuance”. Want sponsoring geldt alleen voor de groep bijzondere leerstoelen, die in tegenstelling tot de gewone hoogleraren vaak beperkte aanstellingen hebben van één dag.
HOP, Gerard Rutten