| Jon Lovett. (Foto: Arjan Reef) |
De voedselprijzen rijzen op dit moment de pan uit; in diverse delen van de wereld is sprake van een voedselcrisis. De Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds waarschuwen dat de gestegen prijzen kunnen leiden tot oorlogen. `Er is in de pers veel discussie over de gevaren van biobrandstoffen met het oog op dreigende voedselschaarste. Maar biobrandstoffen zijn niet de belangrijkste oorzaak dat de prijzen nu exponentieel toenemen', haast Lovett zich te zeggen.
Een kwart van zijn werktijd brengt de Brit door op zijn werkkamer aan de Institutenweg als hoogleraar Sustainable Development in a North South Perspective van de vakgroep Schone Technologie en Milieubeleid (CSTM). Zijn overige uren werkt hij aan de universiteit van York als hoofd van het Centre for Ecology, Law and Policy.
Met een paar grafieken illustreert Lovett hoe de afgelopen tien jaar de vleesconsumptie in een land als China is toegenomen en tegelijkertijd de verbouw van sojabonen in Brazilië is gestegen. `Het is niet fair om biobrandstoffen de schuld te geven van de stijgende voedselprijzen. De wereldwijde vraag naar voedsel is gewoonweg enorm gegroeid. We verbouwen hectares vol met sojabonen om ons vee te voeden om zo te kunnen voorzien in de vraag naar vlees. Eigenlijk zouden we allemaal vegetariër moeten worden, dat lost meer op dan de productie van biodiesel te stoppen.'
Voedselschaarste mag dus geen argument zijn om biobrandstoffen tegen te houden, aldus Lovett. Volgens hem is de komst van biobrandstoffen bovendien onvermijdelijk. `Niet omdat de fossiele brandstoffen zo snel op raken. Voor de komende zeventig jaar hebben we nog wel genoeg', glimlacht hij. `Bovendien vinden wetenschappers steeds nieuwe bronnen. Ironisch genoeg draagt de global warming daar zelfs aan bij. Als de poolkappen smelten, krijgen we toegang tot onbereikbaar geachte gas- en olievelden.'
Toch zijn biobrandstoffen nodig om de klimaatverandering een halt toe te roepen, meent Lovett. `Als we de opwarming van de aarde willen remmen en tegelijkertijd onze economische groei willen voortzetten, is de keuze eenvoudig. We kunnen onze leefstijl veranderen. Dan moet iedereen zijn auto laten staan, niet meer vliegen en geen printjes meer uitdraaien. Maar dat is verre van realistisch. De andere, eigenlijk enige optie is een technologisch substituut zoeken voor de fossiele brandstoffen. En dat zijn de biobrandstoffen.'
Deze nieuwe brandstoffen worden vaak onderscheiden in een eerste en een tweede generatie brandstoffen. Onder de eerste generatie worden biobrandstoffen verstaan uit voedingsgewassen zoals maïs, palmolie en suikerriet. Deze biobrandstoffen kunnen - al is het volgens Lovett in zeer beperkte mate - bijdragen aan het ontstaan van voedselschaarste.
De tweede generatie biobrandstof noemt Lovett daarom een `grotere kans'. Biodiesel en ethanol worden dan gewonnen uit niet-eetbare gewassen zoals grassen of houtsnippers en drukken dus niet op de voedselproductie. `Technologisch gezien is het al mogelijk om deze brandstoffen te produceren, maar nu moeten we investeren in het opschalen naar een massaproductie.'
Er wordt bovendien al gesproken over een derde generatie biobrandstoffen die gewonnen kunnen worden uit algen en zeewier. Lovett: `Dat is technologisch mogelijk, maar als je het mij vraagt hoeven we zover niet eens te gaan. Het geeft alleen maar aan hoeveel mogelijkheden er zijn zonder dat je voedselgewassen hoeft te gebruiken.'
Lovett denkt dat we binnen tien jaar de productie van tweede generatie biodiesels zodanig kunnen opschalen dat we er ook daadwerkelijk voordeel uit kunnen halen. EU-normen stellen dat in 2010 al 5,75 procent van de transportbrandstoffen biobrandstof moet zijn. De hoogleraar zet echter vraagtekens bij hoe realistisch dat is. `We praten heel veel over doelen en normen, het bewustzijn is er, maar er wordt nog niet naar gehandeld. Ter illustratie: in 2005 lagen alleen Zweden en Duitsland op schema.'
Toch gelooft Lovett dat ook andere Europese landen steeds meer actie gaan ondernemen. Immers, de olieprijzen stijgen zo sterk dat we wel op zoek moeten naar een alternatief. Bovendien komt de olie voor het overgrote deel uit instabiele regio's zoals het Midden-Oosten en Rusland. `De Europese landen willen daar niet langer van afhankelijk zijn. Je zag hoe bang Europa reageerde toen Rusland dreigde de gaskraan richting de Oekraïne dicht te draaien. Politieke veiligheid is naast klimaatverandering een van de belangrijkste redenen voor de EU om over te gaan op biobrandstof.'
Een derde reden ligt volgens Lovett in de economische mogelijkheden voor de nieuwe en vaak zwakkere lidstaten, zoals Roemenië en Bulgarije. `Landbouwsubsidies voor het verbouwen van gewassen voor de productie van biodiesel kunnen de economie van deze landen enorm versterken. Soortgelijke kansen liggen er in ontwikkelingslanden', denkt Lovett. Samen met zijn CSTM-collega Joy Clancy werkt hij aan een boek over biofuels and poverty. `Als ze grassen verbouwen voor biobrandstof, kunnen ontwikkelingslanden de olievelden van de toekomst worden.'