| De eindpresentatie van ’Schiphol in Zee‘. Foto: Gijs van Ouwerkerk |
Sinds begin vorig jaar is het promotie-experiment voor studenten civiele techniek in ontwikkeling. Samen met twee studentassistenten heeft Saskia Hommes, promovenda bij de vakgroep waterbeheer, er alles aan gedaan een complex, aansprekend en integraal project te kiezen om haar eerder uitgevoerde onderzoek te kunnen ondersteunen met praktijkresultaten. `Schiphol in zee' werd het vraagstuk waar een dertigtal studenten tien weken lang mee aan de slag gingen.
`Ik wilde in de praktijk onderzoeken hoe de benaderingswijze van een project invloed heeft op de resultaten van besluitvorming,' licht Hommes haar onderzoek toe. `Voor mijn promotieonderzoek heb ik twee casestudies gedaan naar menselijke ingrepen in grote watersystemen, zoals de zee en de Nederlandse delta. De vraag die ik hierbij gesteld heb, gaat over de uitkomst van de besluitvorming als er in meer of mindere mate rekening gehouden wordt met de diverse actoren en hun kennis en percepties.'
Klinkt ingewikkeld, wat betekent dat concreet? Hommes: `Er heerst momenteel een trend bij grote projecten om zoveel mogelijk partijen te betrekken bij de besluitvorming. Op deze manier zouden zulke grote ingrepen beter verlopen dan op de traditionele manier, waar vooral vanuit de techniek wordt gedacht. Een voorbeeld is de Tweede Maasvlakte, waar bezwaar van de landelijke vissersbond gezorgd heeft voor twee jaar vertraging, alleen omdat er niet echt naar ze geluisterd werd en het bezwaar technisch benaderd werd.'
Een relevant onderzoek dus, zeker met de ontwikkelingen van Schiphol in Zee en de ideeën om tulpeilanden voor de kust aan te leggen. `Inderdaad, vandaar dat Schiphol in Zee ook zo'n interessante casestudie was om door studenten uit te laten voeren. Dit laatste onderdeel van mijn onderzoek wordt eigenlijk een soort controle van de resultaten uit mijn onderzoek. In hoeverre en hoe wordt besluitvorming nou werkelijk beïnvloed door het betrekken van diverse actoren? En dit dan in een soort geconditioneerd experiment.'
Om die vraag te kunnen beantwoorden heeft Hommes verschillende partijen weten te betrekken bij het project, waaronder de provincie Noord-Holland, de Schiphol Group, Boskalis, Stichting de Noordzee en Rijkswaterstaat. Zo konden de studenten aan den lijve meemaken wat de wensen van zulke grote spelers zijn. Studenten die meer contact hadden gehad met deze actoren bleken veel meer open te staan voor samenwerking, terwijl de technisch-georiënteerde groepen de Provincie Noord-Holland juist adviseerden het project zelfstandig op te lossen. Ook blijken de groepen die niet `geremd' worden door actorenvisies creatiever te zijn in hun oplossingen.
De resultaten van het experiment zullen nog verwerkt worden in een kwalitatieve analyse. `Ik ga de verschillende ontwerpen van de studenten vergelijken op basis van technische haalbaarheid en draagvlak, ook weer door die externe partijen ernaar te vragen. Dan moet eigenlijk blijken uit welke benadering de beste resultaten komen.' Hommes zal waarschijnlijk december van dit jaar haar proefschrift verdedigen tegenover haar promotoren Suzanne Hulscher (CTW), Hans Bressers (MB) en Henriëtte Otter (Deltares).
De externe partijen waren gematigd enthousiast over de resultaten. Marco Tanis, Hoofd Bedrijfsbureau van de Nederlandse tak van Boskalis, was wel onder de indruk van de originaliteit: `Vooral een Schipholeiland op palen maakt me erg nieuwsgierig. Hoe denken ze dat voor elkaar te krijgen? Maar de ideeën zijn allemaal erg duur.' Kjell Kloosterziel, werkzaam bij vliegveld-adviesbureau NACO, moest toegeven dat het wel veel gevraagd was: `Dit is heel complexe materie en er is al zoveel onderzoek naar geweest. De groepen hebben in ieder geval allemaal belangrijke aspecten van de problematiek eruit weten te halen.'