| Cees van Vilsteren: `Als je Nederlandse en buitenlandse studenten hetzelfde onderwijs bij ons volgen, dan ben je internationaal bezig'. (Foto: Arjan Reef) |
`Mijn vrouw en ik zijn net terug uit Nieuw-Zeeland', lacht Van Vilsteren (63) vrolijk. `Wij zijn van mening dat we zo ver mogelijk op vakantie moeten gaan zolang we nog gezond zijn.'
Dus trok het stel er afgelopen oktober direct op uit toen Van Vilsteren na 25 jaar UT met vervroegd pensioen ging. Afgelopen vrijdag was zijn officiële afscheidsfeestje waarvoor hij drie sprekers uitnodigde. `Om te discussiëren over de vraag of échte onderwijssamenwerking tussen ontwikkelde en onderontwikkelde landen wel mogelijk is.' Een passend thema: immers, de pensionaris maakte deze samenwerking van dichtbij mee.`Ik was nauw betrokken bij verschillende projecten van Nuffic, de Nederlandse organisatie voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs.' Zo bezocht hij het Zuid-Amerikaanse Bolivia zeven keer om er een onderwijscentrum op te zetten voor meer scholing van docenten, ict-ontwikkelingen en voor het maken en verbeteren van onderwijs. `Onderwijsvernieuwing dus. De UT deed dat samen met de Vrije Universiteit. Een goede formule. De VU was eindverantwoordelijke en zorgde voor de administratieve en financiële afhandeling. Wij als UT deden waar we goed in waren: het overbrengen van kennis en expertise op onderwijsgebied.'
Door aan drie projecten deel te nemen, levert de UT een bijdrage aan ontwikkelingssamenwerking, vertelt hij. `En we doen internationale ervaring op. Ik ben natuurlijk niet de enige van de staf die naar het buitenland is geweest. Andersom werkte het ook: tien studenten uit Ghana en twintig studenten uit Ethiopië hebben op de UT een master programma gevolgd. En een aantal PhD's zijn naar Nederland gekomen. Internationalisering at home, zeg maar.'
Van Vilsteren was betrokken bij een project in het Boliviaanse Cochabamba aan de Sam Simon universiteit, een grote instelling met zestigduizend studenten. Crista Weise, mijn eerste gastspreker op het afscheidssymposium, was directeur van het onderwijscentrum.' In Ghana werkte Van Vilsteren samen met George Oduro, de tweede gastspreker afgelopen vrijdag. `Daar hebben we voortgezet onderwijsscholen omgezet naar een HBO-systeem. Door middel van trainingen, een veranderingsagenda en beleidsplannen hebben we ook het vereiste management vormgegeven.' Ook in Ethiopië zette Van Vilsteren een onderwijscentrum op.
`Maar het grootste probleem daar is het ontbreken van mankacht, er zijn niet genoeg docenten. Mike Cantrell, mijn derde spreker, was daar de verbindende persoon tussen de onderwijsinstellingen van Ethiopië en Nederland.' Op de vraag of echte samenwerking mogelijk is, antwoordt Van Vilsteren ja. `Wel moet je vanaf het begin erkennen dat je ongelijk bent. De cultuur, belangen en onderwijsopzet zijn heel anders.'
Het internationale onderwijs liep de laatste jaren als rode draad door zijn UT-loopbaan die in 1981 bij de toenmalige faculteit Toegepaste Onderwijskunde begon. Daarvoor werkte hij tien jaar aan de Universiteit van Utrecht waar hij de studie pedagogiek en psychologie had gestudeerd. Van Vilsteren was in Twente ook vier jaar voorzitter van de universiteitsraad. Promoveren deed hij in 1999 aan de UT. In dat jaar werd hij ook directeur international education bij GW. `De faculteit heeft zich op het gebied van internationalisering sterk ontwikkeld,' betoogt Van Vilsteren. `We hadden een internationaal masterprogramma in huis waar in 1996 zestig studenten uit 23 verschillende landen aan meededen. Door deze ervaring werden we een voorbeeld voor andere faculteiten op het gebied van internationalisering. Buitenlandse studenten aannemen is namelijk niet zo maar iets. Weet goed waar je aan begint! De internationale student komt hier om te studeren. Verder hebben ze hier niets. Onze onderwijscultuur verschilt met hun eigen systeem en Nederland is een erg vrij land.
Buitenlandse studenten moet je daarom opvangen! Dat gebeurde binnen de UT niet goed gezien de klachten twee jaar geleden. Bij onze faculteit is het door de jarenlange ervaring wel op orde. Twee vrouwelijke medewerkers buigen zich als een soort moeder over onze internationale studenten. Ze helpen waar ze maar kunnen.'
`Of de UT een internationale universiteit is? Ik vind van wel, al bereik je dat met honderd buitenlandse studenten natuurlijk nog niet. Wanneer, zoals nu het geval is, internationale én nationale studenten samen hetzelfde onderwijs volgen, dan ben je als universiteit internationaal.'