| Oud-UT-student Hylke Banning leerde het bespelen van de beiaard op de campus. (Foto: Gijs van Ouwerkerk) |
Het is een druilerige zaterdagmorgen als we de flinke klim naar de top van de Plechelmus maken. De imposante kruisbasiliek, gebouwd in de tweede helft van de twaalfde eeuw, wordt door bewoners in Oldenzaal ook wel liefkozend oonzen Oalen Griezen (onze Oude Grijze) genoemd. Banning raakt tijdens de tocht naar boven niet uitgepraat. Om de haverklap staat hij even stil, wijst bijzondere plekken aan (`hier zie je nog sporen van de brand in 1492') en rakelt de ene na de andere anekdote op over het bijzondere verleden van de Oldenzaalse klokkentoren. `Je merkt het al, dit is echt een passie van me', zegt hij glimlachend.
Die ziel en zaligheid heeft hij te danken aan zijn studie op de UT. In 1983 kwam Banning vanuit Friesland naar de campus om elektrotechniek te studeren. Nog voor het begin van zijn eerste college ontdekte de student de klokken van de campusbeiaard en werd hij lid van de Campus Beiaard Kring. `Vanaf mijn zesde speel ik al orgel', vertelt Banning. `Ik kreeg les van een beiaardier. Maar op de campus kwam ik in contact met Tjeerd Plomp, de toenmalige voorzitter van de Campus Beiaard Kring. Daar raakte ik echt gefascineerd door het klokkenspel.' Zijn hele studietijd, van 1983 tot 1992, bespeelde Banning regelmatig de campusbeiaard. `Dat slokte flink wat tijd op ja. Op een gegeven moment gaf ik allerlei concerten, in binnen- en buitenland. Kon ik mooi mijn studie mee bekostigen, toen het allemaal wat langer duurde dan gepland.'
Op de campus kreeg Banning les van Karel Borghuis, die toen beiaardier in Oldenzaal was. `In 1992, toen ik afstudeerde, vroeg Borghuis mij - als zijn beste leerling op dat moment - of ik hem wilde opvolgen in de Plechelmusbasiliek. Daar moest ik wel even over nadenken. Het is namelijk geen klusje wat je er leuk voor een paar jaar bij doet. Het is een eervolle baan tot aan je pensioen.' Maar de jonge alumnus besloot er voor te gaan. Twee weken na de overdracht van leermeester op leerling overleed Karel Borghuis.
Banning legt de werking van de speeltrommel, een soort enorme speeldoos, uit. De trommel is verbonden met hamers aan de buitenkant van de klokken. `Tweemaal per jaar worden er vier nieuwe melodieën op gezet. Elk kwartier tussen 7 uur 's ochtends en 11 uur 's avonds klinkt dan een melodie.'
Banning's favoriete domein in de Plechelmusbasiliek is zonder meer de klokkenkamer, de ruimte waar het carillon zich bevindt. Sinds 1928 hangen hier 42 bronzen lokken, een geschenk van het koperen bruidspaar Gelderman-Bartelink aan de stad. Textielmagnaat Gelderman en Oldenzaal zijn sinds het begin van de vorige eeuw onverbrekelijk met elkaar verbonden. Het klokkenspel werd door de Engelse klokkengieters Gillett & Johnson gegoten. In 1949 en 1965 onderging het carillon een uitbreiding met nog eens vijf klokken. `Ook werd toen de in 1493 gegoten Mariaklok aan de beiaard toegevoegd', vertelt Banning, terwijl hij deze imposante `dame' aanwijst. `Die weegt dus zo'n 2400 kilo. Al met al is deze klokkenkamer van de Plechelmus de grootste van Europa. De akoestiek is hier dan ook prachtig. Het bespelen van dit carillon is écht een cadeautje.'
Stadsbeiaardier is een `erebaan', je kunt er niet van leven. Banning werkt daarom als consultant en projectcoördinator bij het ICT-bedrijf Antares. Elke vrijdagavond is hij in Oldenzaal en speelt dan van 19.30 tot 20.30 uur op de beiaard. `Door de week zit ik in de ict en in de weekend in de muziek. En dat bevalt prima. Als stadsbeiaardier ontvang ik een vergoeding. Gelukkig heb ik een lease-auto, anders zouden die wekelijkse ritjes vanuit mijn woonplaats Amersfoort naar Oldenzaal niet te bekostigen zijn.'
De top van de toren biedt een magnifiek uitzicht over de stad. Op de achtergrond klinkt het geroezemoes van het winkelende publiek, ergens ver beneden ons. De wind giert alom. `Soms denk ik wel eens, op een warme zomeravond moet je hier gewoon met een fles wijn gaan zitten. En genieten. Want wat is er nou mooier en rustgevender dan dit plekje?'