Hogescholen, universiteiten en roc’s zijn minder ‘gierig’ dan ze lijken op de AOb-website www.hoerijkismijnschoolbestuur.nl. De Algemene Onderwijsbond heeft een verkeerde norm gehanteerd en gaat deze fout herstellen.
Met de site wil de AOb laten zien dat het Nederlandse onderwijs – van basisschool tot universiteit – veel geld in reserve houdt. De solvabiliteit van instellingen – hun vermogen om aan langlopende verplichtingen te voldoen – zou niet boven de 45 procent mogen uitstijgen. Hogere percentages kleuren oranje op de site. Vooral basisscholen maken zich volgens de AOB schuldig aan oppotgedrag.
Afgezien van Wageningen Universiteit en de Open Universiteit zouden alle universiteiten in 2006 te rijk zijn geweest, maar dat klopt bij nader inzien niet. De gehanteerde solvabiliteitsnorm blijkt niet te gelden voor universiteiten, hogescholen en bve-instellingen. Met hun eigen gebouwen, dure practica en grote onderzoeksfaciliteiten is voor hen een solvabiliteit van zestig procent aanvaardbaar, erkent de AOb. Dat is ook de norm van het ministerie van OCW. Zo bezien hielden alleen de Rijksuniversiteit Groningen (72 procent), de Radboud Universiteit en de Vrije Universiteit (elk 64 procent) te veel geld in reserve.
Bij de hogescholen springen kleinere instellingen in het oog als de Katholieke Pabo Zwolle (88 procent), Hogeschool Edith Stein (69 procent), de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten (68 procent) en de Hogeschool Leiden (68 procent).
HOP, Hein Cuppen