Misschien werkt de rekentoets van de pabo’s niet optimaal, maar minister Plasterk van OCW ziet geen reden om in te grijpen. De hogescholen en studentenbonden moeten er samen uitkomen.
De Socialistische Partij had een persbericht van de Landelijke Studenten Vakbond aangegrepen om kamervragen te stellen over de klachten van pabo-studenten over hun rekenonderwijs en de voorlichting rond de toets. Of er niet iets aan gedaan moest worden.
“Het merendeel van de studenten blijkt, gezien de resultaten van de toets, geen problemen te hebben met de toetsmethode”, luidt het antwoord van de minister. De problemen met de beruchte rekentoets kunnen dus nooit al te ernstig zijn, laat hij doorschemeren.
Ook de andere vragen van kamerlid Jasper van Dijk maken weinig indruk op Plasterk. Hoeveel contacturen staan er ingeroosterd om pabostudenten te leren rekenen, wilde Van Dijk bijvoorbeeld weten. Daar gaat de minister niet over, is kort gezegd het antwoord. Vraag dat maar aan de pabo’s.
Plasterk wacht af wat er uit het overleg tussen de HBO-raad en de studentenbonden komt. Die gaan samen kijken hoe de toets verbeterd kan worden. Als studenten menen dat ze ten onrechte van hun opleiding zijn weggestuurd - bijvoorbeeld doordat de landelijke toets niet begrijpelijk was – kunnen ze beroep en bezwaar aantekenen.
De rekentoets is ingevoerd omdat veel studenten van de pabo niet goed genoeg konden rekenen. Er kwam politieke druk om de toekomstige basisschoolleraren landelijk dezelfde toets te laten maken, zodat hun rekenvaardigheid gegarandeerd zou zijn. Die toets is er nu en wie in het eerste jaar zelfs na drie herkansingen nog zakt, moet zijn opleiding staken.
HOP, Bas Belleman