`Op veel terreinen ben ik nog zoekende'
Hoewel het haar vrije dag is en twee van de vier kinderen thuis rondstruinen, vindt Irene Visscher-Voerman het geen punt om een interview aan haar keukentafel te houden. `Die kleintjes zijn wel blij dat ze 's ochtends een videootje mogen zien', zegt ze. `Koffie? Een stroopwafel?'
Visscher studeerde van 1988 tot 1993 toegepaste onderwijskunde, daarna volgde al snel haar promotiestudie. `Het beeld dat ik had van de wetenschap was een beetje suf en duffig', bekent ze. `Maar mijn promotie over onderwijskundig ontwerpen was zo'n gaaf project, dat ik dat wel wilde doen. Omdat ik ook heel graag muziek maak, besloot ik daarnaast de opleiding koordirectie aan het conservatorium te volgen. Het aio-schap deed ik uiteindelijk vier dagen per week, daarnaast studeerde ik aan het conservatorium.' Die koordirectieopleiding zag ze vooral als professionele hobby, de promotie als `basiswerk'. `Nu ben ik muzikaal nog maar heel weinig actief. Af en toen vervang ik eens iemand.'
Met haar functie als opleidingsdirecteur is ze `helemaal happy'. Al vindt ze de baan eigenlijk niet in twee dagen te doen. Te druk. Daarnaast blijft Visscher ook voor twee dagen actief als universitair docent. In 1999 won de alumna de UT-onderwijsprijs en in 2004 de onderwijsprijs EDMM. `Onderwijs geven is vooral leuk, omdat je mensen ziet groeien in hun vakkennis en ze daarbij kunt begeleiden. De laatste jaren, na mijn promotie, heb ik veel onderwijs gegeven. Veel andere opties had ik bovendien niet: ik was natuurlijk regelmatig met verlof door de geboorte van mijn vier kinderen. Dat maakt het lastig om iets nieuws op te starten.' Daarover: `Toen de eerste er net was, vlak na mijn promoveren, heb ik wel even getwijfeld. De hormonen gierden door mijn lijf. Wilde ik überhaupt wel een carrière? Maar al snel wist ik dat ik gelukkiger ben als ik werk en moederschap kan combineren.'
Kansen grijpt ze bewust, zegt ze. Maar ze komen vaak toevallig op haar pad. `Dat gold voor mijn studie, mijn promotie, maar ook voor deze baan van opleidingsdirecteur. Eigenlijk kwam het nog wat te vroeg. Maar toen de kans zich aandiende, moest ik `m grijpen. Ik vind het vooral belangrijk om werk te doen dat ik leuk vind. Dus ga ik daarvoor.' Frappant genoeg had een midcareerconsultant al eerder tegen haar gezegd: waarom word jij eigenlijk geen opleidingsdirecteur? `Toen zei ik: ik? Ja, ooit misschien. Het kwam sneller dan ik had gedacht.'
In principe zou elke onderwijskundige opleidingsdirecteur kunnen zijn, vindt ze. `Al oefen je als docent het vak wel op een andere manier uit. Nu gaat het om de grote lijnen.' En daar is Visscher nog druk mee bezig. Voorafgaande aan het interview zei ze: `Vraag me niet naar een uitgebreid vijfjarenplan. Dat is er nog niet, ik zit nog maar in de opstartfase.'
Wat ze wel kan zeggen: `Ik ben nu verschillende opinies over de opleiding aan het verzamelen. De laatste visitatie, in november 2006, was goed. Waar ik me in ieder geval op wil richten, is de aansluiting van het methodologieonderwijs op de domeinspecifieke en ontwerpgerichte vakken, meer betrokkenheid van het werkveld en een hogere studenteninstroom.'
Dit collegejaar schreven 38 bachelors zich in voor Educational Design, Management & Media, dat moet volgens Visscher naar 60 toe. `Hoe? Daar ben ik - samen met mensen die er meer verstand van hebben - druk mee bezig. Die expertise ligt buiten mijn vakterrein, maar daarom vind ik het wel heel leuk. Op veel terreinen ben ik nog zoekende. Er komt zoveel op me af, dat had ik me van te voren niet zo gerealiseerd. Zo kreeg ik onlangs te maken met de aanvraag van een scriptieprijs. Dat hoort er dus ook bij, weet ik nu. In ieder geval, mijn vader zegt altijd: als je het doet, moet je het goed doen. Dus ga ik er vol voor. En ik heb er zin in.'
| Petra de Weerd-Nederhof: 'Het onderzoek mis ik een beetje' (Foto: Gijs van Ouwerkerk) |
`Het echte werk begint nu pas'
Als opleidingsdirecteur vorm je als het ware het gezicht van de opleiding, vindt Petra de Weerd - Nederhof. Dat is ook de visie van de faculteit Management & Bestuur, waar de functie van opleidingsdirecteur in deeltijd uitgeoefend wordt én in principe door een hoogleraar. `In twee dagen is het wel te doen', zegt De Weerd. Lacht: `Maar hoogleraar ben ik nog niet.'
De Weerd studeerde van 1985 tot 1990 technische bedrijfskunde en kwam daarna in dienst van de toenmalige faculteit Bedrijfskunde als docent. Haar promotie in 1998 ging over het organiseren van innovatieve productontwikkelingsprocessen.
Sinds september combineert ze de functie van opleidingsdirecteur bedrijfskunde met die van universitair hoofddocent organisatiekunde en innovatie. `Ja, dat is heel druk. Momenteel bekijk ik of mijn onderwijsverplichtingen minder kunnen. Ik wil namelijk ook tijd vrij houden voor onderzoek. Zo wil ik met onze visiting professor Michael Song een aantal publicaties schrijven, maar daar moet ik dus wel aan toe komen. Ik ben ook nog, samen met professor Olaf Fisscher, hoofdredacteur van Creativity and Innovation Management, een wetenschappelijk tijdschrift over het organiseren van innovatie. Allemaal leuk, maar wel veel. Soms loopt mijn hoofd een beetje over. Er zijn van die dagen dat ik 's nachts doorwerk, maar dat moet niet te vaak gebeuren.'
Haar drie kinderen zijn 12, 8 en 4 jaar. Hoewel ze in eerste instantie dacht dat de functie van opleidingsdirecteur zou betekenen dat er meer tijd voor het thuisfront zou zijn, pakte dat anders uit. Haar nieuwe baan bracht juist minder flexibiliteit met zich mee. `Ik moet ontzettend veel afstemmen, heb meer overleg en vergaderingen. Daardoor ben ik minder flexibel. Het lukt allemaal wel, maar het is een kwestie van goed organiseren. Gelukkig ben ik daar juist goed in. Ontspanning? Ik heb leuk werk, leuke collega's, zo houd ik het vol. En met studenten werken vind ik geweldig. Dat geeft me energie. Zoals laatst, toen een paar studenten tijdens een voorlichting stonden te vertellen over hun opleiding. Dan ben ik hartstikke trots op ze.'
Toen De Weerd net aantrad, afgelopen september, was er een visitatie voor bedrijfskunde.
Zij greep die visitatie aan om het curriculum van de bachelor- en masteropleiding te herontwerpen. `Veel lobbywerk, maar een uitdaging. Het is me gelukt om een tweede instroommoment voor de masterfase te creëren, in februari. Het nieuwe curriculum is inmiddels klaar, maar het echte werk begint nu natuurlijk pas.'
Bedrijfskunde zit in de lift, zegt ze. De vooraanmeldingcijfers zijn positief. Peiling van 21 mei: 67 aanmeldingen. Vorig jaar waren dat er, rond dezelfde tijd, nog 44. Een stijging van 52%. `Dat is mede te danken aan een actieve campagne die het afgelopen jaar gevoerd is. We hebben zelfs radiospotjes gemaakt. Uit onderzoek was namelijk gebleken dat bedrijfskunde in Twente veel minder bekend is dan technische bedrijfskunde en daar besloten we wat aan te doen.' Als opleidingsdirecteur is De Weerd verantwoordelijk voor groei. `In 2014 willen we een jaarlijkse instroom van 275 bachelors en 300 masters. Dat is veel ja. Ik denk dat het voor de masteropleiding eerder gaat lukken dan voor de bacheloropleiding.' Verder wil ze in haar functie inzetten op een tweejarige master. `Dat is nu nog één jaar. Veel te weinig, vind ik. Ook streven we voor de opleiding naar internationale accreditatie.'
Langer dan vijf jaar zal ze dit niet doen. `Dan komt er weer een visitatie en is het tijd voor een nieuwe opleidingsdirecteur. Daarna wil ik wel doorgaan in een managementachtige functie, al wil ik dat beter kunnen combineren met onderzoek. Na negen maanden opleidingsdirecteur moet ik nu al eerlijk zeggen: het onderzoek mis ik een beetje. Kijk, ambieer ik het hoogleraarschap, dan zal ik moeten blijven publiceren. Daar wringt de schoen. Maar ik stel hoge eisen aan mezelf. Dus die publicaties komen er wel.'
| Irene Visscher-Voerman: 'Nu gaat het om de grote lijnen' (Foto: Gijs van Ouwerkerk) |