Europa.
Met het geld moeten de zeven hogescholen twee jaar samenwerken met collega's in België, Denemarken, Duitsland, Finland, Groot-Brittanië, Noorwegen en Zweden. Per land moeten er zogeheten consortia komen. Dat zijn clusters van hogescholen met één penvoerder, die de contacten met de buitenlandse instellingen onderhoudt. Zo neemt penvoerder Hogeschool Rotterdam & Omstreken samen met de Hogeschool Haarlem, de Hogeschool Holland, de Hogeschool van Amsterdam en een handvol Noorse instellingen de vernieuwing van de
lerarenopleidingen onder handen.
Voor studenten hebben de consortia als voordeel dat zij zonder belemmeringen bij de collega-instituten in het buitenland kunnen studeren. Studenten in het `Rotterdamse' consortium kunnen bijvoorbeeld studiepunten verzamelen in Noorwegen, die ook door hun eigen opleiding worden erkend. Op deze manier wil minister Ritzen een `open onderwijsruimte' in Europa een
stapje dichterbij brengen.