Slimme software helpt slechte slapers

| Redactie

Bob Kemp moet de droom van elke slechte slaper zijn. Als klinisch fysicus in het Haagse Slaapcentrum en mededirecteur van Holland Sleep Research ontwikkelt hij software die slaap- en waakproblemen aan het licht brengt. `Het is allereerst een technische fascinatie, een intellectuele uitdaging', vertelt Kemp die in de jaren zeventig elektrotechniek studeerde aan de UT. `En ik vind het mooi te zien hoe de techniek de diagnostiek heeft verbeterd.'


Het Slaapcentrum van het Medisch Centrum Haaglanden, hartje Den Haag, behandelt per jaar zo'n duizend patiënten. Die zijn vaak ten einde raad omdat ze `s nachts slecht slapen en overdag niet goed wakker blijven.

De patiënten worden doorgaans eerst, voorzien van een zogenoemde ambulante beplakking, twee etmalen naar huis gestuurd. Ze krijgen met lijm elektroden op strategische plaatsen geplakt en kruipen daarmee thuis onder de wol; wie slecht slaapt doet in een vreemd bed immers al helemaal geen oog dicht. De elektroden meten zaken als ademhaling, spierspanning en hersenactiviteit en sturen hun signalen naar een digitale recorder die de patiënt om zijn middel draagt. In het ziekenhuis worden de gegevens ingelezen in de computer en omgezet naar inzichtelijke grafieken.

Bob Kemp (54) ontwikkelde de voorlopers van het apparaat en de bijbehorende software; als klinisch fysicus is hij verantwoordelijk voor nieuwe technieken om de toestand van het zenuwstelsel te meten. `Steeds meer werk wordt geautomatiseerd. Ik houd de markt in de gaten, bepaal welke software we zelf ontwikkelen en welke we moeten inkopen.' Op dit moment, vertelt Kemp, werkt hij aan slaapmeting op secondeschaal. `Onze meetapparatuur is nog niet in staat om van seconde tot seconde te meten wat er `s nachts gebeurt. Soms komen hier mensen die zeggen heel slecht te slapen, terwijl wij vervolgens zes uur slaap meten. Maar dat kán niet, zeggen ze dan. Misschien dat deze mensen met regelmaat een halve seconde wakker zijn, waardoor ze niet de gelegenheid krijgen om diep weg te zakken. Dat kunnen we dus nog niet goed in beeld brengen.'

De basis voor zijn werk is de studie elektrotechniek waar hij in 1968 mee begon. `Ik twijfelde tussen EL en geneeskunde, maar wilde niet in een ziekenhuis werken als een van de vele dokters of in een technisch bedrijf als een van de vele ingenieurs.' Hij snuffelde nog even aan de bio-informatica maar besloot toch een puur elektrotechnische studie te doen. `Ik ben van mening dat het voor de ontwikkeling van medische techniek beter is om een harde ingenieur naast een echte arts te zetten. Hoe kleiner je ingenieursbagage, hoe minder je hebt in te brengen in de samenwerking met de dokter. Als techneut moet je namelijk, wanneer een arts een vraag heeft, álle mogelijke links met de techniek kunnen leggen. Je moet kunnen bijdragen aan iets dat er nog niet is. Die medische vraagstelling leer je wel van de arts, dat komt vanzelf in de praktijk. Hier in het Slaapcentrum vertrouwen ze op mij voor de techniek, ik vertrouw op de artsen als het gaat om medische kennis.'

Kemp studeerde in 1977, cum laude, af op een onderzoek naar hersenanalyse en solliciteerde op een baan in het Leids Universitair Medisch Centrum, als medisch fysicus op de afdeling neurologie. `Die baan moest en zou ik hebben.' Hij werd aangenomen. Zijn Leidse baas, professor Kamphuisen, wilde graag dat Kemp ging promoveren. Dat gebeurde aan de UT, in 1987, bij professor Gröneveld, maar met Kamphuisen als eerste promotor. Een aantal exemplaren van zijn proefschrift `Model-based monitoring of human sleep stages' staat nog in de boekenkast van zijn Haagse werkkamer. `Ik promoveerde op een model om het slaaponderzoek verder te automatiseren. Het tijdperk waarin de registratie nog op papier terechtkwam en laboranten naast de slapende patiënt zaten om kilometers papier door een printer te loodsen was inmiddels voorbij. Maar het beoordelen van de slaaptoestand van de patiënt (diepe, lichte, remslaap of waak) gebeurde nog steeds door de laborant. Ik ontwikkelde algoritmen zodat de computer die beoordeling kon overnemen.' Dat klinkt mooi, maar het werkt twintig jaar later nog steeds niet optimaal, vertelt Kemp. `Het omgaan met stoorsignalen blijft een probleem. De patiënt duikt bijvoorbeeld weg in zijn kussen zodat de elektroden bewegen. Door de ruis die dan ontstaat, interpreteert de computer het soort slaap verkeerd.'

Begin jaren negentig wilden Kemp en zijn Leidse collega's het slaaponderzoek uitbreiden. Maar in Leiden bleek daarvoor geen ruimte. `In het MCH waren wél mogelijkheden. En dus heb ik de helft van mijn baan in Leiden opgezegd, mijn slaapspullen gepakt en ben ik naar Den Haag vertrokken om het Slaapcentrum op te richten. Nog steeds combineer ik deze twee banen.' En daar kwam in 1994 een derde functie bij: Kemp en zijn medische maten richtten Holland Sleep Research op: een BV waar wetenschappelijk slaaponderzoek in is ondergebracht. `Voor slaapresearch is nauwelijks onderzoeksgeld te krijgen, daarom hebben we deze BV opgericht. Af en toe doen we een opdracht voor een farmaceut en van dat geld kunnen we dan weer leuke dingen onderzoeken.'

Slapen is beslist geen business, vertelt Kemp. `Hoe dat komt?' Nuchter: `Waarschijnlijk omdat je er niet dood aan gaat. Slecht slapen is geen levensbedreigende ziekte en waarschijnlijk dus te soft om in te investeren. Er is nauwelijks belangstelling voor. Ook het bedrijfsleven steekt geen geld in onderzoek, terwijl jaarlijks bakken met geld verloren gaan door slaapproblemen op het werk. Ga maar na: iemand presteert slecht door slaapgebrek, daardoor ontstaat stress, waardoor de persoon nog slechter slaapt. Sommige bedrijfsartsen leggen die link, maar de meeste nog niet.'

Die matige belangstelling werkt ook door in de apparatuur. Kemp: `Er zijn weinig grote fabrikanten gespecialiseerd in meetapparatuur voor slapen, daarom maken we veel zelf.' Ook andere slaapcentra in de wereld houden er hun eigen systeem op na. `Vroeger zetten we slaapregistraties op papier. Dat had één voordeel: iedereen kon er mee werken. Nu worden registraties overal verschillend opgeslagen, waardoor het moeilijk is om wetenschappelijk samen te werken en een collega-arts om een medisch consult te vragen. Daarom heb ik samen met Europese collega's een standaardformaat vastgesteld: het European Data Format. Het mooie is dat ze daar nu ook in Amerikaanse slaapcentra mee gaan werken! Dat is niet zonder slag of stoot gegaan, want de Amerikanen gebruikten natuurlijk liever hun eigen methode. Ik ben een paar weken geleden speciaal naar Philadelphia gegaan om de laatste tegenargumenten van tafel te vegen. Met succes.' Glimlacht. `Dat was kicken hoor.'

Kemp vindt in zijn werk de technische uitdagingen mooi, maar er zit ook een stukje idealisme achter. `Veel Nederlanders slapen slecht, ze functioneren daardoor niet lekker in alle aspecten van het leven. De oorzaken van dat slechte slapen komen langzaam in beeld. Het slaap-apneu syndroom bijvoorbeeld, waarbij mensen honderden keren per nacht heel kort wakker worden doordat de ademhaling stagneert, was tijdens mijn promotie in Europa nog onbekend. Wij waren de eersten in Nederland die het, dankzij zelf ontwikkelde software en sensoren, op grote schaal ambulant konden vaststellen. Daardoor werd duidelijk dat het alleen in Nederland al om honderdduizenden patiënten gaat. Door dat grote aantal is de markt duidelijk geworden, zodat er goede therapieën zijn ontwikkeld en veel van hen weer fit door het leven gaan.'

`Hier in het slaapcentrum vertrouwen ze op mij voor de techniek.' (Foto's: Maurits Diephuis)
`Hier in het slaapcentrum vertrouwen ze op mij voor de techniek.' (Foto's: Maurits Diephuis)

Beplakking voor thuisregistratie.
Beplakking voor thuisregistratie.

Het slaapcentrum behandelt jaarlijks zo'n duizend patiënten
Het slaapcentrum behandelt jaarlijks zo'n duizend patiënten

Apneuers zijn vaak gebaat bij een minicompressor die door een slang met de neus is verbonden en voor voldoende overdruk in de luchtweg zorgt.
Apneuers zijn vaak gebaat bij een minicompressor die door een slang met de neus is verbonden en voor voldoende overdruk in de luchtweg zorgt.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.