Let op, het gaat voorlopig niet gebeuren. Het huidige kabinet gaat juist extra geld aan onderwijs en onderzoek besteden.
Maar alle ministeries hebben voor het kabinet mogelijke bezuinigingen op een rijtje gezet, met de bedragen die erbij horen. Het ministerie van Financiën heeft de lijst dinsdag met de Miljoenennota meegestuurd.
In het hoger onderwijs kun je bijvoorbeeld het collegegeld verhogen, de basisbeurs afschaffen of bezuinigen op de wetenschap. Ook kun je ervoor zorgen dat er minder buitenlandse studenten naar Nederland komen.
‘De ombuigingslijst is bedoeld ter ondersteuning van politieke besluitvorming en bevat geen oordeel over de politieke (on)wenselijkheid’, onderstreept het ministerie van Financiën, dat eindverantwoordelijk is.
Toch is er iets bijzonders aan de hand. De lijst verandert in de loop der jaren. Neem de langstudeerboete: een verhoging van het collegegeld voor studenten die te lang over hun opleiding doen. Dat plan werd in 2023 nog genoemd en nu niet meer.
Ook schreven ambtenaren destijds dat het kabinet kon bezuinigen op het aantal promovendi aan universiteiten: ‘Er kan onderzocht worden of de besparing gepaard moet gaan met een maximumaantal promovendi per wetenschapsgebied.’ Dit idee staat niet meer in de lijst van 2026.
Niet transparant
‘Het is niet heel transparant hoe de lijst tot stand komt’, zegt onderzoeker Julia van Rijn van het Instituut voor Publieke Economie, een denktank die is opgericht door oud-ambtenaren van het ministerie van Financiën. Van Rijn schreef begin dit jaar over de ombuigingslijsten.
Sommige ministeries bieden meer opties voor bezuinigingen dan andere, vertelt ze, en het is niet altijd duidelijk waar dat verschil vandaan komt: het heeft maar deels met de omvang van hun uitgaven te maken. Het ministerie van OCW biedt relatief veel bezuinigingen.
‘Bovendien zijn de baten van beleid niet meegenomen’, zegt Van Rijn. Dat staat inderdaad in de inleiding bij de lijst met mogelijke bezuinigingen. Je ziet alleen hoeveel de overheid direct bespaart, niet wat de verdere gevolgen zijn.
Van Rijn geeft het voorbeeld van de buitenlandse studenten. Volgens de ambtenaren kan het 200 miljoen euro schelen als er minder internationale studenten komen. ‘Maar het Centraal Planbureau heeft net uitgerekend dat internationale studenten juist geld opleveren.’ De lijst zou meer rekening moeten houden met zulke opbrengsten, zegt ze.
In hun toelichting zeggen de ambtenaren alleen dat een bezuiniging op buitenlandse studenten geen rekening houdt ‘met effecten op o.a. het verdienvermogen, onderwijskwaliteit, en de woningmarkt’. Een verwijzing naar de CPB-berekening zetten ze in een voetnoot.
Van Rijn: ‘Maar als politici aan het onderhandelen zijn, pakken ze die rapporten er niet bij. Dan kijken ze vooral naar dit soort lijstjes.’
De lijst biedt te weinig inzicht, vindt ze. ‘Er is veel kennis over de gevolgen van beleid. Er vinden bij de ministeries ongeveer driehonderd evaluaties per jaar plaats. Daar komen allerlei adviescommissies bovenop die soms heel zinnige conclusies trekken.’
Collegegeld
Toch lijken de besparingsopties van OCW al goed uitgewerkt. Het ministerie kan bijvoorbeeld het collegegeld verhogen met duizend of zelfs drieduizend euro. Dat levert respectievelijk 768 miljoen of 2,3 miljard euro per jaar op.
Maar misschien, overwegen de ambtenaren, wil de politiek het hbo ongemoeid laten en alleen het collegegeld van de universiteiten verhogen. Ze waarschuwen dat de opbrengst dan een jaar later komt, omdat er een wetswijziging nodig is voor zo’n onderscheid.
Gevolgen
Door zulke details lijken de ‘ombuigingen’ al snel zinnige opties. Daardoor kan de lijst een eigen leven gaan leiden en politieke gevolgen krijgen, denkt Van Rijn.
Misschien gebeurt dat niet in deze regeerperiode, maar ooit komt er weer een volgend kabinet en je weet niet hoe de vlag er dan bijhangt. De vorige coalitie van PVV, VVD, BBB en NSC wilde flink bezuinigen op onderwijs en onderzoek.