Nederland doet het met tien universiteiten in de top-200 nog altijd goed. Toch moet een aantal van hen opnieuw een stapje terug doen in de World University Rankings 2027. Vorig jaar stonden er nog elf in de top-200. Ook de UT valt (opnieuw) buiten de top-200 en vindt zichzelf terug op plek 201. Na een flinke dip in de ranking van 2022 klom de universiteit het jaar erop weer rap omhoog en vond zichzelf de afgelopen jaren steevast terug in de top-200.
De TU Delft staat nog altijd het hoogst van de Nederlandse universiteiten en heeft weer een plaats in de top vijftig bemachtigd: de instelling is gestegen van nummer 57 naar 50. Ook de Universiteit Leiden is een plekje omhoog geklommen: van 70 naar 69. En de TU Eindhoven maakt een flinke sprong van 192 naar 180.
Minder citaties
Vier andere Nederlandse universiteiten behouden hun positie en vijf instellingen moeten terrein prijsgeven. Het is niet de eerste keer dat meerdere Nederlandse universiteiten dalen op de ranglijst: vorig jaar waren dat er acht en het jaar daarvoor twaalf.
In 2025 schreef Times Higher Education dat de kwaliteit van het onderzoek aan Nederlandse universiteiten achteruitgaat: publicaties, bijvoorbeeld, werden minder vaak geciteerd. Ook waren de inkomsten van de instellingen gedaald. Maar inmiddels is er een nieuw kabinet, dat de bezuinigingen op het hoger onderwijs en onderzoek wil terugdraaien.
© HOP. Bron: Times Higher Education World University Rankings 2027.
Aziatische universiteiten
Voor het eerst staan er drie Aziatische universiteiten in de top vijftien van de wereldranglijst. De Chinese Tsinghua University heeft de Zwitserse ETH Zürich ingehaald en staat nu op de elfde plaats. Peking University volgt op dertien en de Nationale Universiteit van Singapore op vijftien.
De ranglijst van Times Higher Education is gebaseerd op verschillende factoren, zoals de reputatie van universiteiten, de hoeveelheid internationale studenten en docenten, de samenwerking met het bedrijfsleven en de impact van wetenschappelijk onderzoek.
Zo scoren de twee Chinese topuniversiteiten heel hoog op ‘onderzoeksomgeving’. Daarbij wordt gekeken naar de reputatie van de instelling, de investeringen in onderzoek en het aantal wetenschappelijke publicaties. Opvallend genoeg scoren ze zelfs honderd procent op ‘industry’: dat gaat vooral over de samenwerking met het bedrijfsleven.
De Chinese universiteiten scoren relatief laag op het gebied van internationalisering: ze hebben weinig buitenlandse studenten en onderzoekers en werken relatief weinig samen met internationale partners. Veel landen, zoals Nederland, zijn voorzichtig in de samenwerking met China: de AIVD waarschuwde eerder dit jaar nog voor kennisdiefstal.
In de top tien staan overigens alleen Britse en Amerikaanse universiteiten. De University of Oxford voert de ranglijst nog altijd aan, gevolgd door het Amerikaanse Massachusetts Institute of Technology. Princeton en Stanford delen dit jaar de derde plaats.
Kritiek
Er klinkt regelmatig kritiek op dit soort ranglijsten: hoe kun je de prestaties van een universiteit in één getal samenvatten? Daarnaast zouden universiteiten allerlei trucs verzinnen om hun score proberen te verhogen. De Universiteit Utrecht doet daarom al drie jaar niet meer mee aan de wereldranglijst: de instelling levert geen gegevens meer aan. Ook vanuit de UT is er kritiek op de ranglijsten, al doet de universiteit nog wel mee.