Zes Nederlandse universiteiten betalen nog steeds tonnen voor instituut in Rusland

Zes universiteiten houden samen een Nederlands instituut in Sint-Petersburg in de lucht. Dat blijkt buiten de academische boycot te vallen die de universiteiten hanteren.

Ruim vier jaar na de Russische aanval op Oekraïne (en twaalf jaar na de annexatie van de Krim) houden zes Nederlandse universiteiten nog altijd vast aan hun Russische buitenpost: het Nederlands Instituut in Sint-Petersburg (NIP).

De universiteiten van Groningen, Leiden, Utrecht, Nijmegen en de twee van Amsterdam betalen samen jaarlijks ruim drie ton voor een gebouw en personeel in Sint-Petersburg. Daar is aan de Radboud Universiteit Nijmegen ophef over ontstaan. Steunen we hiermee de oorlog, vragen medewerkers zich af in universiteitsblad Vox.

Ze vrezen dat Nederlands geld via de belastingen naar de Russische oorlogskas stroomt. Het is misschien niet veel, maar: ‘Het kan genoeg zijn voor het maken van een dodelijke drone.’

NIP

De universiteiten hebben het instituut eind jaren negentig opgericht voor onderwijs en onderzoek in Rusland, met uitwisselingen van studenten en onderzoekers. Het NIP is één van de vijf Nederlandse Wetenschappelijke Instituten in het Buitenland, zoals de universiteiten ze noemen. Andere instituten zitten in Cairo, Florence, Rome en Athene.

En ze willen het NIP graag overeind houden, zegt de Universiteit van Amsterdam, penvoerder van het instituut. Bijvoorbeeld om de lijnen met individuele Russische wetenschappers open te houden. ‘De oorlogssituatie is naar verwachting niet permanent.’

Bevroren

Na de grootschalige Russische aanval op Oekraïne in 2022 deed de minister van Onderwijs de dringende oproep om de samenwerking met Russische instellingen te stoppen. Universiteitenkoepel UNL gaf daar gehoor aan.

Ook de activiteiten van het NIP in Sint-Petersburg zijn sindsdien opgeschort. Studenten mogen er niet meer naartoe en er vinden geen gezamenlijke projecten met Russische instellingen meer plaats, staat in een jaarverslag.

Het NIP blijft wel actief als ‘academisch knooppunt’ voor Nederlandse studenten en onderzoekers. Eventuele activiteiten vinden nu in Nederland plaats. De NIP-bibliotheek in Sint-Petersburg blijft open en de huur en salarissen worden doorbetaald. Dat valt buiten de academische boycot van UNL. Het NIP is immers geen Russische instelling waarmee wordt samengewerkt. Het is een Nederlands instituut in Rusland.

Er zijn ook Europese sancties tegen Rusland. Zo is het land uit wetenschapsprogramma Horizon en uitwisselingsprogramma Erasmus+ gezet. Er zijn ook sancties op de import en export van bepaalde goederen en diensten, al zijn die beperkt. Zo bedraagt de handel tussen Nederland en Rusland nog steeds enkele miljarden per jaar. Die paar ton voor het NIP valt daarbij in het niet, vinden voorstanders van het NIP.

Toekomst

De UvA wil bovendien aan de toekomst denken. Ooit is de oorlog weer afgelopen, redeneert de universiteit. Als je nu stopt met het NIP, moet je na de oorlog je wetenschappelijke relaties weer opnieuw opbouwen.

Maar ook na de oorlog zal Rusland niet gelijk een verlichte democratie zijn, zeggen tegenstanders daarop. ‘Je legitimeert hiermee ook het Russische regime. Dat dit instituut nog in Rusland mag blijven bestaan, betekent dat het regime blij is met dit instituut en dat het regime ermee geholpen is’, zegt een UvA-onderzoeker in Vox.

 

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.