Hoge werkloosheid, hoge inflatie… wat kan de overheid eraan doen? Hoe kun je ingrijpen in de markt om een economische recessie te voorkomen of te verhelpen?
De onderzoekers Robert E. Hall en Michael Woodford zochten het antwoord niet op het niveau van inflatie, productie en consumptie (macro-economie), maar in de keuzes op het niveau van huishoudens en bedrijven (micro-economie).
Keynes
Hun werk ligt in de lijn van John Maynard Keynes, de beroemde econoom die over het stabiliseren van de economie heeft geschreven. In tijden van recessie moet de overheid juist geld uitgeven om de gevolgen te dempen en in tijden van economische bloei moet de overheid bezuinigen, stelde hij in de jaren dertig van de vorige eeuw.
Maar in de oliecrisis van de jaren zeventig leek dat niet te werken, schrijft het Nobelprijscomité in een toelichting. De inflatie liep uit de hand en de werkloosheid bleef hoog.
Hall kwam in 1978 met een nieuw inzicht. Uitgaven van huishoudens hebben te maken met hun inschatting van de toekomst: als ze een rooskleurige toekomst voorzien, geven ze meer geld uit. Zien ze donkere wolken aan de horizon, dan houden ze de hand op de knip. Dat maakt de uitgaven van huishoudens fundamenteel onvoorspelbaar. En zo gaat het ook met beslissingen die bedrijven nemen.
In 2003 publiceerde Woodford een boek dat op zulke inzichten voortbouwde. Hij goot ze in nieuwe economische modellen en legde zo de basis voor beter ingrijpen door centrale banken, die het optimisme of pessimisme kunnen beïnvloeden.
De winnaars van de Nobelprijs legden hiermee het fundament voor een nieuwe keynesiaanse macro-economie. Daarin is bijvoorbeeld de inflatie geen natuurkracht, maar een gevolg van beslissingen die duizenden bedrijven nemen. Ook de algemene vraag naar goederen en diensten (consumptie) wordt bepaald op het niveau van huishoudens.
Sociale wetenschap
De economie is een sociale wetenschap, maar staat dankzij de Nobelprijs in hetzelfde rijtje als exacte wetenschappen. Kritiek op de overheersende economische blik krijgt daardoor minder ruimte, zeggen tegenstanders van de prijs. Soms klinkt de oproep om de prijs te schrappen.
Officieel is er geen Nobelprijs voor de economie. De prijs van de Zweedse centrale bank is ‘ter nagedachtenis’ aan Alfred Nobel. Hij wordt sinds 1969 uitgereikt.
De Nederlander Jan Tinbergen won hem als eerste, samen met een Noorse collega. In 1975 deelde Tjalling Koopmans hem met een Russische econoom. Vier jaar geleden won een derde Nederlander: Guido Imbens, samen met een Canadees en een Amerikaan. Vorig jaar won een econoom met Nederlandse ouders: Joel Mokyr.
De Nobelprijs bedraagt dit jaar 12 miljoen Zweedse kronen, omgerekend meer dan één miljoen euro.