Waarom beginnen jullie weer?
‘Als student hadden we veel vrije tijd en weinig verplichtingen buiten de studie om. We traden door heel Europa op, tot Leipzig en Parijs aan toe. Maar toen de studie klaar was gingen we aan het werk en kwamen er gezinnen. Dan is het niet meer te combineren. Inmiddels zijn de kinderen wat groter, waardoor we iets meer vrijheid hebben. De scene zijn we echter nooit uit het oog verloren en andersom ook niet. We kregen na al die jaren nog steeds de vraag of we niet weer eens wilden spelen. Vorig jaar liepen we als bezoekers op een groot balfolkfestival in Steenwijk. Toen vroegen we onszelf hardop af of het zou lukken en hoe dat dan zou zijn. We gooiden een balletje op bij de organisatie en die was direct enthousiast.’
Jullie hebben allemaal nog steeds min of meer een link met de UT…
‘Ja, we zijn natuurlijk allemaal alumni, maar sommigen werken er nog, anderen wonen in de buurt. Onze bassist Edwin Dertien, bijvoorbeeld, is universitair docent bij EEMCS. Zangeres en violiste Moes Wagenaar studeerde wijsbegeerte en doet nog weleens theaterachtige dingen voor de UT. De anderen zijn of oud-student, oud-docent of oud-promovendus.’
Hoe ontstond de band destijds in 2005?
‘We speelden met wat huisgenoten en vrienden weleens wat muziek samen, in totaal andere genres dan nu. Maar we hadden ook nog instrumenten liggen die we niet zo vaak gebruikten, zoals een viool en een fluit. We zeiden ‘kunnen we niet eens wat Iersigs doen?’ Dat was niks officieels nog, dat ontstond gewoon. Toevallig hing in de studio’s van de Vrijhof een briefje: ‘Accordeonist zoekt Ierse band’. Tja, dat kunnen we best eens proberen, dachten we toen. Later verschoven we van Schotse en Ierse folk-standards steeds meer naar Balfolk-achtige eigen nummers met af en toe wat Ierse invloeden, klezmer of een Poolse mazurka.’
Wat betekent de naam The Gonnagles?
‘Het is een verwijzing naar William McGonagall, een Schots-Ierse dichter die in de Engelse wereld wordt beschouwd als een van de slechtste dichters aller tijden. Daarnaast waren we fan van de fantasyschrijver Terry Pratchett, die in zijn werken een gonnagle introduceerde. Dat was een soort bard, een Keltische verhalenverteller, die in gevechten mee ten strijde trok en met zeer slechte gedichten en afgrijselijk doedelzakwerk de vijand tot wanhoop dreef. Het geeft een beetje weer hoe we er in de begintijd instonden.’
Wat is er zo leuk aan balfolk?
‘Het zit ‘m vooral in het publiek en het vrijblijvende van de muziek. Bij gewone folk-optredens zit een publiek te luisteren en als je geluk hebt krijg je na afloop wat applaus. Balfolk draait om dans, het publiek doet sowieso al mee. Maar als je goed speelt, kun je aan de voeten zien dat het wat met het publiek doet. Als je dan eens iets geks probeert dat effect heeft, hou je dat er natuurlijk in voor de volgende keer. Zo scherp je je muziek steeds verder aan.’
De eerste repetities hebben jullie natuurlijk achter de rug…
‘Sterker nog, de eerste optredens al. Afgelopen weekend hebben we twee keer gespeeld in een zaaltje in Lonneker. De eerste keer voor zo’n zeventig dansers, de tweede keer was het zaaltje uitverkocht met een publiek van zo’n vijfentachtig man.’
En zaterdag?
Optreden op Cadansa in Steenwijk, op een van de grootste balfolk-festivals van Nederland, voor zo’n achthonderd dansende mensen. We hebben er ontzettend veel zin in. Onze oude nummers zaten nog in de vingers. Iemand zet in en de rest volgt vanzelf. Al denken we voorzichtig alweer over nieuwe muziek na.’