Hij gaat in november na 33 UT-jaren met pensioen, maar bij bestuurskunde hoeven ze onderzoeker Peter Geurts, vakgroep Political Science and Research Methods, nog lang niet te missen. `Ik ga bij wijze van spreken door tot ik er bij neerval.'
| Peter Geurts. Foto: Gijs van Ouwerkerk |
Geurts studeerde wiskundige sociologie in Nijmegen en was vervolgens vanaf de oprichting van bestuurkunde in 1976 bij de opleiding betrokken, vooral bij het vakgebied onderzoeksmethoden en statistiek. Hij gaf diverse colleges, maar zijn hart lag bij het onderzoek.
Hoe houd je het hier 33 jaar vol?
`Dat vind ik een negatieve benadering. Je moet blij zijn dat mensen zo solidair zijn met een organisatie. De UT is voor de sociale wetenschappen gewoon een goede werkgever, met in die tijd veel bibliotheekfaciliteiten en een zeer goede onderzoeksomgeving. aan de faculteit in Nijmegen waar ik begin jaren zeventig vandaan kwam, heerste veel minder een publicatiecultuur: maar zo'n twintig procent van de wetenschappelijk medewerkers publiceerde . In Twente lag die verhouding een op een en ik vond ook dat dat zo hoorde. Voor mij was dat de reden hier te werken.'
Hoe is je werk in die drie decennia veranderd?
`Ik heb wel een paar grote veranderingen meegemaakt. De ontwikkeling van de pc, ik werkte hier eerst nog met ponskaarten. De statistiek is enorm ontwikkeld door automatisering, we kunnen problemen oplossen waaraan we twintig à dertig jaar geleden niet konden denken. De productiviteit is ook enorm omhoog gegaan. Wel worden die nieuwe instrumenten soms heel onoordeelkundig gebruikt, maar dat proberen we in ons onderwijs natuurlijk aan te pakken.
`Daarnaast heb ik de wetenschap zien internationaliseren. Bestuurskunde is traditioneel vrij nationaal georiënteerd, het gaat over de relatie tussen overheid en burger. In Twente hebben we vanaf het begin internationale samenwerking gezocht, in Europa-brede projecten zoals het in kaart brengen van de motieven voor kandidaatstelling van alle kandidaten voor het Europees Parlement. Een enorme, logistieke klus was dat. Het vak is nu heel internationaal. Je concurrenten zitten in de vakgroep, de samenwerking zoek je elders.'
Leg eens uit.
`Je moet natuurlijk wel samenwerken, maar je probeert altijd beter te zijn dan je collega's op de gang. Dat zit in de wetenschap ingebakken. Jij wilt degene zijn die nieuwe kennis brengt. Wetenschap is kennisproductie. Daarnaast is de vakgroep ook een warm nest, want je moet met onzekerheden bij je directe collega's terecht kunnen.'
En het onderwijs dan?
`Dat is ook hartstikke leuk, al is het maar om het enthousiasme voor je onderzoek over te brengen. Maar ik ben in de eerste plaats onderzoeker, ik ben niet naar de UT gekomen om onderwijzer te worden. Wat heel bijzonder is aan de universiteit, is dat je eigen collega's opleidt. Diverse afstudeerders van mij zijn nu hoogleraar. Aard Groen, bijvoorbeeld, is bij mij afgestudeerd.'
Had je zelf niet die ambitie?
`Jawel, maar hier kon het niet want er was geen leerstoel. En ik heb niet hard genoeg in die richting gedrukt. Bovendien was ik niet gespecialiseerd genoeg.'
18 september viert de vakgroep jouw afscheid, 1 november ga je met pensioen. En daarna? Een zwart gat?
`Het onderwijs stopt, maar ik blijf hier nog gewoon zitten. Ik begeleid nog promovendi en heb nog onderzoeksprojecten lopen. Bij wijze van spreken ga ik door tot ik er bij neerval. In Nederland is dat nog niet zo gebruikelijk, in de VS heel gewoon. Ik merk nauwelijks dat ik ouder word, al zal er een moment komen dat ik sneller moe ben. Zolang ze me hier willen hebben, blijf ik.'