| Thomas Schonk: ‘Bij het stoten moet het nog tien tot vijftien kilo beter.’ Foto: Gijs van Ouwerkerk |
naam: Thomas Schonk
leeftijd: 21 jaar
studie: civiele techniek
sport: gewicht heffen
club: SKV Hercules
Eén kilo kwam hij te kort voor zijn eerste nationale studententitel. Thomas Schonk, gewichtheffer bij SKV Hercules en voorzitter van de club, tilde op het NSK in Amsterdam 150 kilo omhoog. Met één kilo meer was hij spekkoper, nu werd hij derde.
De verschillen waren klein op het NSK gewichtheffen. Het wereldje is volgens Schonk ook klein. Koud een half jaar geleden begon de student te trainen met het heffen van gewichten en nu al lonken de prijzen. De Drienerlose krachtsportvereniging Hercules vaardigde een viermansformatie af naar de hoofdstad en dat leverde – in verschillende gewichtsklassen – twee titels op, een tweede plaats en dus een derde. Meer dan vooraf was gedacht. Aan Drienerlos talent dus geen gebrek. De basis voor het succes ligt bij het ROC in Almelo. Daar zijn niet alleen de faciliteiten voor gewichtheffers beter – in ieder geval tot voor de verbouwing van het sportcentrum - dan op de UT, maar werpt vooral het pionierswerk van trainer Ed Westgeest vruchten af.
Krachtsportexpert Westgeest gaf een half jaar geleden een clinic op de UT en hield de Drienerlose krachtsporters voor dat ze hun talenten beter konden benutten. Dat advies vond gehoor en de UT studenten trainen sindsdien in het ROC van Almelo. Niet zonder succes dus. Want de resultaten op het NSK smaken volgens Schonk naar meer en dat kan in dit kleine het wereldje. ‘We haalden met een roeier van Euros een tweede plaats in Amsterdam. Dat is illustratief hoe snel je in deze sport iets moois kunt bereiken.’
Volgens Schonk maken veel sporters zoals de roeier gebruik van het gewichtheffen ter ondersteuning van hun eigen training en komen er dan achter dat ze in deze discipline ook behoorlijk wat in hun mars hebben. ‘Juist naar die mensen’, zegt Schonk, ‘zijn wij op zoek.’ Want het gewichtheffen als primaire sport op de UT is geen grote sport. Landelijk evenmin.
De associatie met bonkige Oostblokkers dringt zich al snel op. Mannen vanachter het voormalige IJzeren Gordijn die met hun rode koppen de ene na de andere Olympische titel aan elkaar rijgen. Nederland heeft mondiaal niets te vertellen bij het gewichtheffen. ‘Af en toe’, zegt Schonk, ‘komen we op de grote toernooien nog een verdwaalde Nederlander tegen, maar dat is eerder regel dan uitzondering.’ Betekent tegelijk dat nieuwkomers vrij snel hogerop komen. ‘De nationale top’, zegt Schonk, ‘is niet onhaalbaar.’ Hoe dan ook, er ligt al weer een nieuwe uitdaging. Want in november wordt het NK gehouden. En Hercules vaardigt dan dezelfde sporters af als naar het NSK. Kansen? ‘Als we met een half jaar trainen nu al vier medailles op het NSK weghalen dan moeten we in staat zijn om ook op het NK iets moois te laten zien.’ De nationale top mag dan voor het Drienerlose kwartet nog ver weg lijken, de Drienerlose gewichtheffer zelf verwacht nog wel een paar kilo extra de lucht in te krijgen. ‘Bij het trekken zit ik nu op 70 kilo en bij het stoten op 80 kilo. Vooral het stoten moet tien tot vijftien kilo beter. Dat zit er zeker in en dat wil ik er ook uit halen.’