De beste leiders blijven onderzoekers

| Redactie

Waarom presteert de ene onderzoeksgroep beter dan de andere, wilde het Rathenau Instituut weten. Uit een studie onder biomedische onderzoeksgroepen blijken de beste leiders geen pure managers, maar vooral gedreven onderzoekers. Het instituut nam 188 biomedische onderzoeksgroepen onder de loep. De leiders van de 22 groepen die wetenschappelijk beter presteerden dan de rest, bleken zich op verschill

Waarom presteert de ene onderzoeksgroep beter dan de andere, wilde het Rathenau Instituut weten. Uit een studie onder biomedische onderzoeksgroepen blijken de beste leiders geen pure managers, maar vooral gedreven onderzoekers.

Het instituut nam 188 biomedische onderzoeksgroepen onder de loep. De leiders van de 22 groepen die wetenschappelijk beter presteerden dan de rest, bleken zich op verschillende punten te onderscheiden. Topleiders blijven relatief nauw betrokken bij het onderzoek, en besteden minder tijd aan onderwijs. Ze zijn vaker in het laboratorium te vinden, doen relatief veel eigen onderzoek en schrijven meer onderzoeksvoorstellen en artikelen. Bovendien verdelen ze hun tijd beter over hun leidinggevende taken, weten ze op meer verschillende manier hun onderzoek te financieren, en maken ze bredere afwegingen bij het uitstippelen van hun onderzoeksprogramma.

Opvallend genoeg heeft de manier waarop een groep gefinancierd wordt geen effect op wetenschappelijke prestaties, uitgedrukt in het aantal publicaties en citaties. Competitieve financiering leidt dus niet als vanzelf tot beter onderzoek. Er is evenmin een verband tussen de wetenschappelijke en maatschappelijke prestaties van een onderzoeksgroep. Wie met zijn onderzoek een maatschappelijke bijdrage wil leveren, moet zich daar apart voor inzetten. Wel geldt dat topgroepen het zowel wetenschappelijk als maatschappelijk beter doen dan de rest, concludeert het onderzoeksrapport.

HOP, Ianthe Bato

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.