Kartbaan Oldenzaal is de vaste stek voor de heren van A la kart, hun karts staan hier klaar in een eigen hok. Mark van der Meer, oud-bestuurslid en fanatiek karter, adviseert bij aankomst om direct een overall aan te trekken en de vaste checklist af te werken. Wielbasis, bandenspanning en motorafstelling worden gecontroleerd en aangepast aan de omstandigheden. `We werken met groene, gele en rode leden. Als rood lid kun je zelfstandig racen en sleutelen, en mag je groene leden begeleiden die nog niet zelfstandig mogen racen. Gele leden mogen wel zelf sleutelen, maar kunnen nog geen instructie geven,' legt hij (in rode overall) uit.
`Rustig beginnen, zeker als de banden nog niet warm zijn,' waarschuwt Mark. Geen overbodig advies want met de verenigingskart, die zo'n honderd kilometer per uur halen, lig je zo in de zandbak. `Dan moet je meteen de pits in om de ketting opnieuw te smeren.' Erg belangrijk, weet Mark: `Een paar jaar geleden stond de ketting van mijn kart verkeerd uitgelijnd, en brak deze. Hij sloeg met enorme kracht tegen mijn arm en been en ik ben toen in het ziekenhuis beland.' Dit keer blijft iedereen gelukkig heel en dankzij goede aanwijzingen worden de tijden ook steeds scherper. `Eerst remmen, dan sturen en zodra je voorbij de helft van de bocht bent weer het gas erop. En voor de koffiebocht hoef je maar iets van het gas. Deze heet trouwens zo omdat je vanwege de ligging voor het terras direct een bakkie kunt doen als je eruit vliegt.'
Na honderdvijftig rondjes worden de karts opgeborgen. Maar niet voordat de vierwielers uitgebreid gepoetst en gesmeerd zijn. Nu pas merken we dat we fanatiek gesport hebben, getuige de spierpijn in de armen en blaren op de handen. `Souvenirs' die we niet alleen danken aan het feit de benzinepomp waar we de jerrycans moesten vullen op een kilometer lopen ligt.
| Mark van der Meer (rechts) en Stephan van der Horst brengen een kart in gereedheid. Foto: Frans van der Veeken |