`We richten ons op doelen die steeds verder weg liggen. Daarvoor zijn radars nodig die steeds verder kunnen kijken, zeg maar voor de Korea-missiles. Maar we hebben ook te maken met terroristische acties in de kustwateren, dus willen we dichtbij eveneens steeds nauwkeuriger kunnen kijken', schetst Arnold Boomstra twee ontwikkelingen binnen Defensie. Hij werkt bijna tien jaar voor het Marinebedrijf, `het onderhoudsbedrijf van de Marine', bij de afdeling Advies. Sinds twee maanden leidt hij die afdeling.
Kijk, wijst hij op het haventerrein in Den Helder naar een deel van een periscoop. Deze en andere voorwerpen gebruikte Boomstra de afgelopen periode om Seastar te testen, een nieuw product dat het Marinebedrijf samen met Thales ontwikkelt. In 2010 of 2011 wordt een aantal nieuwe schepen ermee uitgerust. `Bestaande radars hebben moeite kleine objecten te detecteren op korte afstand', licht Boomstra toe. `Seastar is bedoeld voor doelen dicht bij de kustlijn en in de golven, bijvoorbeeld zwemmers, maar ook periscopen, drijvende mijnen of kleine zelfmoordscheepjes. Tijdens de tests regelden we een aantal jetski's en periscopen. En dan maar kijken wat de radar allemaal op zou merken.'
Het systeem zou goed van pas kunnen komen op schepen die patrouilleren in de Somalische kustwateren om te voorkomen dat vrachtschepen worden gekaapt. `De techniek is geschikt voor operaties dicht bij de kust, bijvoorbeeld bij de eerste Golfoorlog', aldus Boomstra. `Veel van onze schepen zijn gebouwd voor de grote oceanen. Dat stamt nog uit de Koude Oorlog. Maar doelen dicht bij de kust opsporen is iets heel anders dan ballistische raketten boven de oceaan onschadelijk maken.'
Vanuit zijn werkkamer op de vierde verdieping van het Sewaco-gebouw (Sensoren, Wapens en Commandosystemen) kijkt Boomstra uit op Texel. `Zo'n vijf kilometer van hier', schat de elektrotechnicus. `In een van die witte gebouwen aan de overkant werkt mijn vrouw, bij het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ). Het is nu helder, dus lijkt het heel dichtbij, maar bij slecht weer kun je het eiland niet eens zien.'
Boomstra noemt zichzelf een `echte Texelaar'. Zijn ouders komen van het eiland en hijzelf is er ook opgegroeid. In 1988 verliet Boomstra Texel om elektrotechniek te studeren in Enschede. Hij roeide bij Euros en was actief bij de motorsportgroep, ook in bestuursfuncties. Maar in de weekenden kwam hij, ondanks de afstand, vaak terug naar het eiland om te werken op de veerpont naar Den Helder, een studentenbaantje dat bovengemiddeld verdiende.
`Omdat ik van ver kwam, kreeg ik gegarandeerd woonruimte op de campus, aan de Calslaan-Oud. Daar heb ik goede herinneringen aan overgehouden, twaalf kerels in een hok. We hadden een relatief nette flat waar goed gekookt werd en die we redelijk schoon hielden. Er gebeurden wel eens wat pyromane acties', glimlacht Boomstra. `Dan werd een bank in de fik gestoken en naar beneden gegooid. Dat gaf een mooie sfeer zo 's nachts. Ik ben er tien jaar later nog eens teruggeweest. De ronde granieten tafel stond nog steeds in het midden van de kamer en ook de gemoedelijke sfeer was onveranderd.'
In 1993 studeerde Boomstra af, waarna hij nog twee jaar als twaio (tweejarige aio) de opleiding mechatronisch ontwerpen aan de UT volgde. `Er waren wel banen, maar voor mijn studie twijfelde ik al tussen werktuigbouwkunde en elektrotechniek. Bij mechatronisch ontwerpen heb ik veel geleerd, een aantal dingen kom ik nu nog tegen.'
Na een half jaar voor mechatronicabedrijf Demcon te hebben gewerkt en vervolgens twee jaar in de halfgeleiderindustrie en twee jaar bij een ingenieursbureau, keerde Boomstra terug naar zijn roots. `Mijn vrouw, die ik in Enschede had leren kennen als Saxion-studente, kon een baan krijgen bij het NIOZ. In de zomers verbleven we vaak weken op Texel, en dat stond haar wel aan. Voor mij was het een soort terugkomen, al is het eiland in die jaren wel veranderd.'
Bij het Marinebedrijf is Boomstra verantwoordelijk voor de onderhoudsnormen van radars en communicatiesystemen, onderzoek naar nieuwe systemen en het ontwerpen van testopstellingen om radars door te meten. `Dan draait het om de vraag: is hij nauwkeurig genoeg? Of: klopt het antennepatroon? We doen niet alleen de aanschaf van middelen, maar we starten ook onderzoek op. Als de Marine komt met het verzoek een bepaald soort missiles te willen zien op vijftig meter afstand, dan vertalen wij dat. Het is nog net geen scheepsontwerp, maar het komt in de buurt.'
De afdeling Advies bestaat uit drie onderdelen. Sensoren, communicatiesystemen en elektromagnetische effecten. Nu is hij hoofd van de hele afdeling, maar daarvoor zat Boomstra in de sensorenhoek. De alumnus bracht heel wat uren door in de trillingsarme antennemeetkamer, waarvan de wanden bedekt zijn met absorberende kegels om terugkaatsing van straling te voorkomen. `Binnen meet je van heel dichtbij de signalen die een antenne uitzendt om te voorspellen hoe zo'n signaal op grote afstand wordt opgevangen.'
Op een fregat zitten heel wat radar- en communicatiesystemen, blijkt als Boomstra er een aantal van opsomt. `Een rondzoekradar, een volgradar, een navigatieradar, allerlei communicatieantennes, sonar om onder water te kunnen navigeren, sensoren voor het meten van stralingsgevaar, een hydrofoon ofwel de lijn die achter een schip zit en signalen van de omgeving opvangt.'
In de onderhoudsruimte wijst hij ze achter elkaar aan, zoals de volgradar van het fregat Hr. Ms. De Ruyter. `We doen hier vooral periodiek en preventief onderhoud. Lagers hebben op een gegeven moment een constructie zes jaar gedragen, dan wil je geen risico's lopen en moeten ze worden vervangen.' De hal bevat een zwembadje waar sonar kan worden getest, maar waar op het moment duikers trainen. In een andere hoek staan twee onderstellen van Goalkeeper, een afweersysteem tegen vijandelijke raketten, en nog verder in de hal staan de 3-inch- en 5-inchkanons (Marinejargon voor kanonnen). `Daar weet ik niet zoveel van', zegt Boomstra. `Ik ben niet zo thuis in het grovere mechanische geweld.'
Afweersystemen, radar, sonar, kanonnen. Het lijkt een baan uit een jongensdroom, maar voor Boomstra was het dat niet. Vanwege zijn slechte ogen hoefde hij niet in dienst en hij had ook nooit een uitgesproken ambitie om bij Defensie te werken. `Pas tijdens mijn stage in Zwitserland bij de verkeersradar kwam ik in aanraking met radarsystemen. Als afgestudeerd ingenieur had ik me ook kunnen storten op, ik noem maar wat, het ontwerpen van achterlichten voor Mercedes. Dat kan best een dagtaak zijn, maar ik wilde me breder ontwikkelen. Dat kan hier, het is echt afwisselend. Ik ben bezig met communicatie, meettechnieken, werktuigbouwkunde maar ook bedrijfskunde. En het leuke is dat je ook nog met oude apparatuur werkt. Je zit voorop in de ontwikkeling van nieuwe technologie, maar een telex moet ook onderhouden worden.'
De alumnus heeft een burgerfunctie, net als meer dan negentig procent van de mensen die bij het Marinebedrijf werken. Technisch specialisten krijgen bewust geen militaire functie. Tussen beide werelden bestaat inderdaad een cultuurverschil, bevestigt Boomstra. `Aan boord gelden meer rangen, standen, strepen en specifieke marinegewoontes. Ik liep eens achter een officier een loopplank op en lette niet op. Staat ie opeens stil en knal ik zo tegen hem aan. Bleek het precies negen uur te zijn, het moment dat de vlag wordt gehesen. Dan springen alle militairen in de houding.'
`Maar in de praktijk merk je er meestal niet zoveel van hoor', nuanceert hij direct. `Als je als technisch specialist mee aan boord gaat, houdt het vlootpersoneel er wel rekening mee dat je niet alle gebruiken kent.'
| Bij de foto: Arnold Boomstra bracht heel wat uren door in de trillingsarme antennemeetkamer. |