| Bas van Wel: `Iedereen die een beetje vooruit komt in de sport krijgt zelfvertrouwen.' Foto: Gijs van Ouwerkerk. Naam: Bas van Wel Leeftijd: 27 jaar Studie: toegepaste wiskunde Sport: jiu jitsu Club: VAS Arashi |
Het voert te ver hem aan te wijzen als clubicoon, maar dat ze bij Arashi blij zijn met Bas van Wel staat vast. Hij is de enige jiu jitsuka binnen de vereniging met drie zwarte dannen (zwarte banden). Allemaal behaald bij Arashi. Eén detail: Van Wel moet zaterdag in Markelo nog wel even slagen voor zijn examen om de derde dan veilig te stellen. Volgens de Drienerlose vechtsporter is dat echter een formaliteit.
Onzekerheid lijkt hem vreemd. `Iedereen', vertelt hij nuchter, `die een beetje vooruitkomt in de sport krijgt zelfvertrouwen. Ik ook.' Van Wel laat zich dus niet gek maken. Bovendien beschikt hij over een kwaliteit die doorgaans niet aan mannen wordt toegedicht. Meerdere dingen tegelijk doen op hetzelfde moment. Zoals een interview geven en een computerspelletje spelen. Zijn kennis over oosterse vechtsporten is indrukwekkend. Dat is misschien ook niet zo vreemd want al vanaf zijn tiende slingert hij tegenstanders over de mat. Aanvankelijk als judoka en nu als jiu jitsuka. Bij Arashi - waar hij zeven jaar geleden voor het eerst op de mat stapte - verruilde hij judo voor jiu jitsu. `Judo',zegt hij, `had ik op een gegeven moment wel gezien. Jiu jitsu bood voor mij iets meer uitdagingen, zoals de karatetrappen. Het is allemaal net iets explosiever.'
Maar Van Wel is geen competitievechter. Hij beoefent de sport om zich nieuwe stijltechnieken eigen te maken en om te slagen voor een volgend examen. Dat is zijn drive. `Al zou ik competitiewedstrijden willen vechten', zegt hij, `dan zit ik hier in het oosten helemaal verkeerd. Want in deze regio bestaat geen jiu jitsu competitie.' Daarvoor zou Van Wel naar het westen moeten, maar die reis maakt hij dus niet. `Bovendien', aldus de jiu jitsuka, `zou ik dan ook steeds op mijn gewicht moeten letten.'
Van Wel steekt al zijn vrije tijd in de sport. Hij wil de diepste geheimen van jiu jitsu doorgronden. Als hij zaterdag in Markelo de derde dan haalt dan schaart hij zich bij een select groepje van jiujitsuka's op Nederlandse bodem. En als het aan de student ligt dan komt hier ook nog een vierde en misschien wel een vijfde dan bij. De ambitie is er. `Het ligt', zegt Van Wel, `ook een beetje aan mijn trainingsmaatje. Als hij niet door wil of kan stopt het voor mij ook.'
Als iemand weet hoe een belager met een mes uit te schakelen is, dan is hij het wel. Maar weinigen zullen het in hun hoofd halen de man met een lengte van 1.90 meter en een kleine honderd kilo aan te vallen. En als het buiten de mat zou gebeuren, maakt hij zich bovendien uit de voeten. Het is een soort ongeschreven erecode onder oosterse vechtsporters de technieken niet mee naar buiten te nemen.
`Buiten', zegt Van Wel, `ben ik gelukkig nog nooit aangevallen en zou er iemand met een steekwapen op me afkomen dan ben ik weg. Zo simpel is het.' Maar mocht weglopen geen optie meer zijn dan weet hij wat hem te doen staat. Want het afslaan van aanvallen met messen en stokken is vaste kost voor een jiu jitsuka. Snelheid, explosiviteit en techniek spreken hem aan in de sport. `Mijn uitdaging', verduidelijkt hij, `is zoveel mogelijk technieken onder de knie te krijgen. En ik kan mezelf op een aantal punten nog flink verbeteren. Dat komt misschien ook omdat ik met mijn postuur geen snelle vechter ben. Maar juist daar schuilt ook een uitdaging in. Het is mooi daar een balans in te vinden.'