Wetenschappelijk directeur Peter Apers heeft verschillende verklaringen voor die groei. `Dat komt vooral doordat we zeer succesvol zijn geweest bij het binnenhalen van externe financiering. Dat heeft enorm bijgedragen aan de zichtbaarheid van het CTIT', constateert hij. `Onze doelstelling is technologie en de toepassing bij elkaar te brengen. We werken daarom met onderzoekers uit verschillende faculteiten, dus wat dat betreft zijn we echt een multidisciplinair instituut.'
Ter gelegenheid van het vijftienjarig bestaan was er dinsdag een symposium met als thema Reinventing ICT. Daarop kwamen 170 belangstellenden af, zowel onderzoekers als vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven. Aan de hand van presentaties van vijf sprekers over nieuwe perspectieven op ICT ontstonden er interessante discussies. `De aanleiding om dit thema te kiezen is dat er rondom ICT een enorm spanningsveld is. Enerzijds zie je een groeiende impact van ICT. Die technologie is overal aanwezig, in bijna alle aspecten van ons leven, we kunnen niet meer zonder. Tegelijkertijd is dat ook een nadeel. Mensen zijn zich er niet meer van bewust dat ze vrijwel overal gebruik maken van zeer snel ontwikkelende, maar meestal onzichtbare ICT-technologie. De vraag is of het ICT-onderzoek andere doelstellingen moet hebben dan tot dusver om dat spanningsveld te doorbreken', aldus Apers.
Uiteindelijk kwamen de aanwezigen tot de conclusie dat ICT vanzelfsprekend betrouwbaar, veilig en zuinig moet zijn, zeker omdat steeds meer traditionele markten zich ontwikkelen tot diensten waarbij ICT-mogelijkheden de drijvende kracht vormen. Ook vinden ze dat de interactie tussen mens en machine nog een behoorlijke verbeterslag kan maken. Deze aspecten sluiten goed aan bij de doelstelling van de UT om te focussen op nieuwe technologieën en de maatschappelijke relevantie daarvan. Als voorzitter van de Route'14-werkgroep excellent onderzoek constateert Apers dat het CTIT ook in de toekomst een belangrijke functie zal hebben, want ICT is van groot belang bij de vijf onderzoeksthema's waarmee de UT zich wil profileren: zorg, energie en duurzaamheid, veiligheid, water en lifelong learning.
| Peter Apers. Foto: Gijs van Ouwerkerk |
Twee miljoen voor CTIT
Het kabinet stelt achttien miljoen euro subsidie beschikbaar voor onderzoek naar reconfiguurbare sensoren ten behoeve van de veiligheid. Deze sensoren zijn informatiebronnen die flexibel kunnen worden aangepast aan nieuwe, onverwachte bedreigingen door terroristen, misdadigers en voor militair gebruik. Het geld is afkomstig uit het Fonds Economische Structuurversterking dat gebruik maakt van de extra Nederlandse aardgasbaten. De subsidie gaat naar het consortium STARS, waarvan Thales de trekker is en verder de UT, TU Delft, TNO, UT-spin-off Recore en chipfabrikant NXP deel uitmaken. Het consortium wil de komende vier jaar technologie ontwikkelen om snel en adequaat te kunnen inspelen op nieuwe dreigingen. Van het totale subsidiebedrag gaat ruim twee miljoen euro naar het CTIT. Daarmee gaan de leerstoelen Computer Architecture for Embedded Systems van Gerard Smit en Integrated Circuit Design van Bram Nauta aan de slag.