Nationale thema's bepalen stemgedrag van kiezers

| Redactie

Martin Rosema is universitair docent politieke wetenschappen aan de faculteit Management en Bestuur. Hij onderzoekt onder meer kiezersgedrag en politieke psychologie. Deze week hield hij een lezing in het kader van de Europese verkiezingen. Over een laag opkomstpercentage moet men niet zo dramatisch doen, vindt hij. Sterker nog: `Het zal mij een rotzorg zijn of burgers wel of niet gaan stemmen', aldus Rosema.

`Dat zeg ik vooral als wetenschapper, maar ook als burger. Je moet reëel zijn. De meeste mensen hebben belangrijkere dingen aan hun hoofd dan politiek. Of je naar de stembus gaat dat moet iedereen voor zich weten. Zou je niet verwachten, hè, van een politicoloog die verkiezingsonderzoek doet? Toch denk ik er zo over.'

De universitair docent begeleidt momenteel drie bachelorstudenten met hun scriptie die over de aanstaande verkiezing van het Europees Parlement (EP) gaat. `Ze houden een enquête onder Nederlandse en Duitse kiezers om een verklaring te zoeken voor het lage opkomstpercentage.' De docent zelf werkt eveneens aan een grootschalig Europees project. `Wij stellen vragen aan kiezers en aan de kandidaten voor het EP. Ook houden we de berichtgeving in de media in de gaten.' Met `we' doelt hij op collega-wetenschappers, want in alle 27 lidstaten wordt hetzelfde onderzoek gedaan. Rosema coördineert het hoofdstukje kandidaten in Nederland. `We proberen in dit onderzoek een koppeling te maken tussen de drie aspecten. Dat is vernieuwend. Daarom stellen we de kiezers en kandidaten dezelfde vragen.'

In een eerder onderzoek vroeg Rosema zich af of het eigenlijk wel zo erg is dat de opkomst van de EP-verkiezingen laag is. `Men veronderstelt namelijk dat hoger opgeleiden wel gaan stemmen en de lagere klassen en linkse kiezers thuisblijven. En dat er zo dus een scheve afspiegeling ontstaat van de samenleving in het parlement. Dat effect zag ik nauwelijks terug in mijn onderzoek. Het totaalaantal kiezers bleek een goede afspiegeling te zijn. We hoeven ons daar dus minder zorgen over te maken. De gang naar de stembus wordt dan eerder bepaald door religiositeit. Maar de opgekomen kiezers bleken gelijke politieke opvattingen te hebben als de thuisblijvers. Over een scheve verdeling hoeven we ons dus minder zorgen te maken.'

Het is volgens Rosema opvallend dat kiezers bij de EP-verkiezing hun hart volgen bij het stemmen. `Bij landelijke verkiezingen spelen strategische overwegingen een grote rol. We hebben in Nederland te maken met coalitievorming. Welke partijen vormen de regering? Op basis daarvan maken sommige kiezers hun keuze. Bij het EP kijken ze eerder naar hun favoriete partij. Kiezen staat zo veel dichter bij hun gevoel.'

Nog een groot verschil is het ontbreken van een machtsstrijd. `In alle lidstaten is de opkomst laag. Maar er staat ook niet écht iets op het spel. De machtsvraag wie de regering gaat vormen, speelt bij het Europees Parlement niet. Dat maakt het voor media minder aantrekkelijk om er over te berichten.'

Rosema stelt dat er eigenlijk weinig `Europees' is aan de Europese verkiezingen. `Veel beslissingen op EU-niveau zijn onder te verdelen in traditionele tegenstellingen zoals links of rechts. Thema's zijn vaak terug te voeren naar landelijk niveau.' Neem de deelnemende partijen. `Dat zijn allemaal nationale partijen. En wat zijn de gevolgen van de verkiezingsuitslag? Een voorbeeld. Als Geert Wilders met de PVV veel zetels verwerft binnen het Europees Parlement dan heeft dat meer impact op nationaal dan op Europees niveau. Het is vaak een voorbode voor de landelijke verkiezingen en nationale politici reageren daarop. En welke thema's bepalen de stemkeuzes? Dat zijn toch vooral de issues uit de nationale politiek. Ik noem het de illusie van de Europese verkiezingen. Er is weinig `Europees' aan.'

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.