|
|
`Multiculticampus waar het knispert en knettert'
Een interview over de eerste honderd dagen van rector magnificus Ed Brinksma vond - door drukke agenda's - plaats op dag 135. Over zijn eerste drie maanden, maar vooral over de toekomst van de universiteit en de campus. `We moeten een plek worden waar het knispert en knettert. In alle talen.' Wat heb je de eerste 135 dagen bereikt? `We kennen die eerste honderd dagen van Amerikaanse presidenten en dat begrip wordt nu ook op allerlei andere ambten betrokken. Zelf kijk ik naar deze periode als de eerste drie maanden. Daarin heb ik vooral mezelf ingewerkt. Erachter komen hoe dingen lopen, wat belangrijk is. Ik had natuurlijk een vliegende start omdat ik midden in de implementatie van Route'14 ben begonnen.' Hoe staat het met de herkenbaarheid van de UT? `We willen een probleemoplossende en ontwerpende instelling zijn. We zijn echt anders dan Delft en Eindhoven. In Delft vind je de klassieke ingenieur die goed kan rekenen, Eindhoven is sterk in het theoretische en de pure science. De UT leidt de pragmatische ingenieur op die kan aanpakken en zelf kan organiseren. Het draait in ons onderwijs om de drie o's: onderzoeker, ontwerper en organisator. De rol van de Twentse ingenieur, die ook in de praktijk iets kan, wordt door de industrie herkend. Bedrijven onderschrijven daar de meerwaarde van.' What if? Wat als er geen Route'14 was geweest? `De slag van Route'14 is nodig. Wij zijn niet groot, zitten niet in een heel grote stad. Dan moet je slim zijn. Het lot van een kleine universiteit is dat je je bestaansrecht constant moet bewijzen, meer dan de klassieke universiteiten. Maar die zwakte is ook onze sterkte. Het houdt ons scherp. Vroeger vroeg een onderzoeker zich af hoe hij zijn vakgebied zo kon inrichten dat hij daar geld voor kreeg. Nu gaat het erom hoe je onderzoek kunt koppelen aan vraagstukken die de maatschappij graag beantwoord wil zien. Ik denk dat we daarin vooroplopen en dat moeten we ook blijven doen.' Wat gaat de deze week gepresenteerde nieuwe huisstijl opleveren? `Ik denk dat het iets brengt. Je moet af en toe eens iets anders doen. Het is natuurlijk een kwestie van smaak, maar toen ik het zag was ik meteen heel enthousiast. Dit gaat aandacht trekken, het valt op. En als mensen van buiten het zien hoop ik dat ze zeggen: wat doen ze daar eigenlijk. Dat moment moeten wij als een platform gebruiken om onze inhoud, wat we met z'n allen doen, onder de aandacht te brengen.' Wat vind je van de discussie rondom de ondernemendheid van de UT? `Die discussie vind ik heel positief, want het toont betrokkenheid bij de universiteit en haar ondernemende karakter. Aan de andere kant vind ik het niet van groot intellect getuigen te denken dat het verdwijnen van een pay-off hetzelfde is als het verdwijnen van de ondernemendheid. Er mag geen misverstand over bestaan dat we een ondernemende universiteit blijven met de ambitie onze omgeving daarbij te betrekken. Dit moet een plek zijn waar het knispert en knettert. Ondernemendheid moet niet alleen op de gevel staan, we moeten ook zorgen dat hier van alles gebeurt.' De afgelopen weken was er veel leven op de campus met de Batavierenrace en Create Tomorrow. Soms ook is de campus leeg. Hoe laat je het hier knisperen en knetteren? `Iedereen mag met goede ideeën komen. Het is ónze campus. Die moeten we meer zichtbaar maken. Veel gebeurt nu binnen, buiten zie je daar niks van. Er moeten etalages komen, we willen leerlingenlabs hebben. Dat helpt om meer mensen voor techniek te interesseren. `Komende zondag mag ik hier met Armin van Buuren de boel openen. Dit soort activiteiten hoort ook op de campus thuis. In Enschede hebben we de binnenstad en Roombeek, maar de campus en het Kennispark vormen voor de stad ook een verrekt interessante wijk. De campus is een enorme broedplaats. Ik denk dat als hier een scala aan activiteiten plaatsvindt, mensen vanzelf wel van hieruit ook naar de binnenstad trekken. Maar omgekeerd ben ik bang dat als de gemeente al die activiteiten naar het centrum haalt, die broedplaatsfunctie van de campus daarmee ook verdwijnt. `Een heel ander idee: waarom maken we hier niet een klimaatneutrale campus met zoveel mogelijk facetten van duurzaamheid? We hebben de mond vol van sustainable energy, om dat een gezicht te geven kun je de campus als voorbeeld inrichten. Je trekt van heinde en verre mensen die komen kijken hoe je dat doet. Je zou hier ook ondersteunende diensten als het Facilitair Bedrijf bij kunnen betrekken. Ik ga hier tijdens mijn rectoraat nog zeker een aanzet toe geven.' Een science museum op de campus. Is dat een idee? `Ik zou het geweldig vinden, maar dergelijke dingen blijken nauwelijks exploiteerbaar. Daar heb je een ander financieel concept voor nodig. Maar die fascinatie voor wetenschap moeten we wel overbrengen. Ik ben een keer bij een bijeenkomst geweest over de bestemming van de Twentse luchthaven. Ik heb er eerlijk gezegd geen diepe gedachten over hoe het verder moet. Er werd gesproken over een soort science park op die plaats. Twente als regio van techniek en wetenschap, in een maatschappelijke context. Dat zou niet slecht zijn voor de UT.' Binnen Route'14 lijkt de graduate school een paradepaardje te zijn. Hoe moet die de aandacht trekken? `Vooropgesteld, de graduate school is een onderdeel van het hele onderwijsgebouw in Route'14, net zo goed als de professionele masters in de schools of engineering en social sciences en het pre-university college waar we al heel ver mee zijn. Ik wil daar geen onderscheid in maken. Een belangrijk punt is dat de graduate school nieuw is. Masteropleidingen hebben we al, bachelors ook, maar nieuw is de doorstroming naar promotieplaatsen. Dat trekt aandacht en dat is ook de bedoeling. De graduate school is een trekkende activiteit, een trailblazer, als uithangbord voor een internationale instroom.' Hoe ver mag internationalisering gaan? `Mijn voorganger (Henk Zijm, red.) heeft al veel missionariswerk gedaan en zit nu trouwens ook weer in China. Internationalisering moet niet stoppen bij de graduate school, we moeten ook studenten trekken voor de masters en bachelors. De vraag waar dat ophoudt, kan ik nu niet beantwoorden. De vele Duitsers die we hier hebben is een prima ontwikkeling. Dat is ook internationaal en was een jaar of tien geleden nog ondenkbaar. De UT kan in ieder geval nog veel internationaler dan dat we nu zijn.' Dan moet het bacheloronderwijs ook in het Engels? `Dit zal ook altijd een Nederlandse universiteit blijven. Ik ben voorstander van tweetaligheid. Nederlanders schieten nog wel eens in de kramp van internationalisering en gaan dan slecht Engels praten. Dat wekt een vreemde indruk. En waarom zouden buitenlanders niet proberen ook Nederlands te leren?' Hoe verkoop je verregaande internationalisering aan de Nederlandse studenten? `In het buitenland ben je eerst vrienden met mensen die ook in het buitenland zijn. En ik snap ook wel dat Nederlandse studenten liefst bij elkaar wonen. De campusuniversiteiten in de VS kunnen een voorbeeld zijn. Alle Nederlandse universiteiten zetten in op internationalisering, maar in Twente kan de campus ons sterker maken. Als Twente een beeld kan neerzetten van een internationale multiculturele campus - waar het knispert in alle talen - dan zeggen ook Nederlandse studenten, het lijkt me leuk om daar heen te gaan.'