Hoe kun je de Universiteit Twente als aantrekkelijke werkgever neerzetten, zowel binnen als buiten de campus? Daar zou het om moeten draaien, maar de raad ziet er maar weinig van terug in de nota. Herman Poorthuis, raadslid CC, wil eerst meer discussie over bepaalde uitgangspunten. Wat betreft de ontwikkeling van wetenschappelijk personeel en de aantrekkingskracht op extern talent is de nota te eenzijdig gericht op ambitieuze kandidaten die voor een tenure track kiezen, vindt de raad. `Dat staat niet in verhouding tot de groep die daar onder zit en de rest van het personeelsbestand', aldus Poorthuis. Zorgen heeft de raad over het versnelde carrièrepad. De deelnemers komen in een zwaar zesjarig uhd-traject, krijgen een enorme werklast voor de kiezen en lopen daarmee een hoog risico op mislukken. `Dat maakt de UT er voor veel groepen niet aantrekkelijker op. Waarom biedt het UFO (de systematiek van functies en competenties, red.) en de CAO niet voldoende mogelijkheden voor de ontwikkeling van talent? Het personeelsbeleid van de UT, waaronder uitstekende arbeidsvoorwaarden, moet een selling point van deze universiteit worden. `Goede arbeidsvoorwaarden betekent ook adequate ondersteuning van het primaire proces,' aldus Poorthuis. De UT moet volgens de raad ook een `verbeterslag' maken in de omgang met klachten en bezwaren van personeel en meer aandacht moeten hebben voor werkdrukproblematiek.
Collegevoorzitter Anne Flierman hekelde de negatieve reactie van de universiteitsraad op het personeelsbeleid. Hij zei juist regelmatig `andere geluiden' te horen. `Het lijkt wel alsof we in twee verschillende werelden leven. Zoiets als mannen komen van Mars en vrouwen van Venus. Ik ben realistisch genoeg om te zeggen dat de UT niet het paradijs op aarde is, en dat een aantal zaken verbeterd kunnen worden, maar zo negatief als u het schetst, daar is het college het niet mee eens.' Hoe de UT zich onderscheidt? Volgens Flierman gaat het om een breed totaalpakket. Van de reputatie van medewerkers tot de cultuur van de instelling en van werkomgeving tot goed personeelsbeleid. `Een samenspel dus.'
Het aantrekken van talent noemt Flierman een belangrijke voorwaarde om te excelleren als universiteit. Daarom vindt hij dat de UT daarop juist wél moet inzetten. Dat de kwaliteitseisen voor tenure trackers te zwaar zouden zijn wuifde de collegevoorzitter weg. `Die kwaliteitseisen staan centraal, daar moeten we geen concessies aan doen. De middelmaat is hier niet goed genoeg.'
Flierman voegde er wel aan toe dat het college verantwoordelijkheid neemt `voor al zijn personeelsleden'. Waarmee hij maar wil zeggen dat goed personeelsbeleid niet alleen is weggelegd voor excellent personeel. `Tenure track is geen wondermiddel, maar wel een landelijk erkend instrument dat in de CAO is opgenomen. We laten bovendien iedere faculteit de keuze of ze dit willen invoeren of niet.'
Flierman was het eens met de opmerking dat de behandeling van klachten en bezwaren beter kan. `Er ligt een voorstel tot verbetering, daar zijn we mee bezig.' Ook de werkdrukproblematiek ziet Flierman als een serieus onderwerp. `Daar moeten we de vinger zien achter te krijgen.' Het college van bestuur buigt zich de komende tijd over het aanpassen van bepaalde punten in de personeelsnota. Daarna keert het stuk ter instemming terug in de raad.