Drie voorzitters op werkbezoek

| Redactie

De Twentse CvB-voorzitter Anne Flierman bracht onlangs met zijn collega-voorzitters van Eindhoven en Delft een werkbezoek aan Californië. Op verzoek van het UT-Nieuws hield hij een dagboek bij. De drie voorzitters broederlijk bijeen op een terrasje, van links af Anne Flierman (Twente), Amandus Lundquist (Eindhoven) en -met stemmige bril- Maandag 28 mei, Tweede PinksterdagOm zeven uur 's morgens s

De Twentse CvB-voorzitter Anne Flierman bracht onlangs met zijn collega-voorzitters van Eindhoven en Delft een werkbezoek aan Californië. Op verzoek van het UT-Nieuws hield hij een dagboek bij.

De drie voorzitters broederlijk bijeen op een terrasje, van links af Anne Flierman (Twente), Amandus Lundquist (Eindhoven) en -met stemmige bril-
De drie voorzitters broederlijk bijeen op een terrasje, van links af Anne Flierman (Twente), Amandus Lundquist (Eindhoven) en -met stemmige bril-

Maandag 28 mei, Tweede Pinksterdag
Om zeven uur 's morgens staat chauffeur Jan Wever voor de deur voor de rit naar Schiphol. We zullen ons als voorzitters van de drie Nederlandse technische universiteiten in Californië gedurende drie dagen laten informeren over het `system' van de University of California. De UC is een organisatie met tien universiteiten, waaronder de wereldtoppers Berkeley en UCLA (Los Angeles), die min of meer als een federatie werkt.

Het programma voor deze drie dagen ziet er uitstekend uit: interessante gesprekspartners vanuit verschillende invalshoeken: de individuele universiteiten van de UC (Berkeley, Davis en San Francisco), gezamenlijke researchinitiatieven, het centrale bestuur van de UC en de staat California. Atlantic and Pacific Exchange, de organisatie die tekende voor het programma, heeft weer prima werk geleverd. Ik ken ze al jaren als een uiterst professionele organisatie.

Na de formaliteiten van de immigration halen we de huurauto op, waarmee we de komende dagen vanuit San Francisco door de Bay Area zullen toeren. Een Lincoln Towncar is voor Nederlandse begrippen echt een slagschip op de weg. Ik rij, Hans van Luijk (Delft) leest kaart: dat zal de komende dagen een goede taakverdeling blijken: slechts een enkele keer vertrouw ik meer op mijn richtingsgevoel dan op de aanwijzingen van Hans. Amandus Lundquist (Eindhoven) beperkt zich tot het stellen van belangstellende vragen (`zijn we er al?') vanaf de achterbank. Drie kapiteins op zo'n grote bak zou ook teveel van het goede worden.

Op een terrasje overleggen we over de vragen die we zullen stellen: over de relaties tussen de universiteiten en het centraal bestuur, over de invloed van de staat en de relatie met het bedrijfsleven, maar ook bijvoorbeeld over het Amerikaanse systeem van `tenure track' voor wetenschappelijke staf.

Dinsdag 29 mei
Kwart over acht: vertrek naar Berkeley. Zonder problemen passeren we de enorme Bay Bridge en om negen uur parkeer ik de auto voor het Centre for studies in higher education. Niet zo handig, naar later blijkt: aan het eind van de dag zit er een bon op. De Californische collega's van UT-instituut Cheps zijn gehuisvest in een oud, klein bijgebouwtje van het bestuursgebouw: niet geheel conform onze normen. Directeur Judd King heeft zowel centraal, in het office of the president, als in Berkeley bestuurlijke functies vervuld. Hij praat ons in grote lijnen bij over het systeem. Er is daar, net als bij ons, de nodige spanning tussen centrale sturing en de behoefte aan decentrale autonomie. Sommige gesprekspartners denken dat Berkeley beter af zou zijn geweest buiten het systeem van de UC. De klachten over een te weinig transparant (financieel) verdeelsysteem komen me bekend voor.

De staat California heeft de afgelopen jaren op een viertal terreinen zogenaamde `institutes for science and innovation' (CISI-centres) opgericht, waarbij de staat per initiatief 100 mln dollar op tafel legt, met 200 mln te matchen vanuit de UC en het bedrijfsleven. Doel is de economie van Californië te vernieuwen. In het licht van deze doelstelling is het opmerkelijk dat particuliere universiteiten, zoals Stanford en Caltech, niet mee mogen doen.

We bezoeken vandaag twee van deze initiatieven, die een vestiging in Berkeley hebben. Er is een zekere overeenkomst met de 3TU Centres of Excellence; de Amerikanen investeren echter niet zozeer in nieuwe staf, maar vooral in nieuwe faciliteiten (gebouwen en apparatuur, maar ook websites en ondersteuning door bijvoorbeeld een `grant-writer'). De goede mensen komen dan vanzelf, en gaan wel samenwerken, is hun redenering. Dat is een aanpak die wij in het vervolg van ons 3- TU-proces ook serieus moeten overwegen.

De meerwaarde van een campus-overstijgend initiatief komt ook hier niet vanzelf tot stand; daar moet in worden geïnvesteerd.

's Avonds bij Fisherman's Wharf gegeten, de gesprekken van de dag geëvalueerd en doorgepraat over verschillende aspecten van onze 3TU-samenwerking.

Ik weet dat de Provinciale Staten in Nederland vandaag de Eerste Kamer kiezen. Het CDA rekent op 21 zetels, en dan ben ik eerste opvolger. Toch heb ik voor de zekerheid alle papieren bij me, die je onmiddellijk en persoonlijk moet inleveren als je wordt verkozen. Zonodig moet ik zaterdag na aankomst via Den Haag terug. Vergeefse moeite: Jetje Beijer, mijn secretaresse, meldt me al snel dat een voorkeursactie in Zuid-Holland me nog een plaats terug zet. Jammer, maar het is niet anders.

Woensdag 30 mei
Ruim anderhalf uur duurt de rit naar Davis. Deze wat minder bekende campus is ontstaan als de landbouw-dependance van Berkeley, maar is nu zelfstandig. Een grote campus; veel studenten en aan ruimte geen gebrek. Het woord `samenwerking' valt hier regelmatig. Dat is de manier waarop men de aansluiting bij de top kan houden. Een zeker calimero-gevoel ten opzichte van Berkeley is onmiskenbaar. Ook horen we opnieuw kritische opmerkingen over de rol van het centraal bestuur, het office of the president (OP).

Na de lunch rijden we door naar Sacramento, voor een gesprek met de California commission for post-secondary education, zeg maar de afdeling Hoger Onderwijs van de staat. De federale overheid speelt via de tweede geldstroom alleen een rol van betekenis in het onderzoek, met name op het gebied van gezondheid, energie en defensie. De staten bepalen ieder voor zich het beleid ten aanzien van het onderwijs. Daarbij kijkt men alleen naar de inwoners van de eigen staat: de gelijkstelling van EU-burgers bijvoorbeeld ten aanzien van collegegelden, is geheel onbekend.

In Californië is het beleid al sinds 1960 gebaseerd op een `Masterplan' waarbij de beste 12,5 % van de middelbare scholieren tot de UC wordt toegelaten; de volgende 33% mag naar California State University (HBO-niveau), de rest desgewenst naar community colleges of beroepsonderwijs. Het plan functioneert nog steeds en anders dan in Nederland is er niet de behoefte om het stelsel elke 4 tot 6 jaar op z'n kop te zetten. Het vaste percentage en de bevolkingsgroei betekenen dat ook de UC groeit. Het centraal bestuur sticht daartoe nieuwe universiteiten; dat plaatst de klachten over afroming van middelen in perspectief.

Op de terugreis besluiten we de snelweg te mijden en via de heuvels de Napa Valley te nemen. Mijn passagiers willen wijn proeven en klagen aanvankelijk dat er geen wijnrank te zien is, maar we blijken een verkeerde weg te hebben genomen. Eenmaal in Napa, een aardig en nog vrij karakteristiek stadje, vinden we een terras dat geheel aan de verwachtingen voldoet. Veel Perrier gedronken, maar toch ook even aan de wijn geproefd. Via de Golden Gate terug maar San Francisco: de Amerikanen voorzagen al in de jaren '30 de groei van het autoverkeer en stemden de breedte van de brug, geopend in 1937, daar op af.

Donderdag 31 mei
Het office of the president bevindt zich in Oakland. Hoewel binnen de UC de meeste initiatieven van onderop komen, heeft het centraal bureau met ruim 500 fte personeel een behoorlijke vinger in de pap. Men keurt investeringen en onderwijsprogramma's goed, en kent een centraal personeelsbeleid. Ook een deel van de dienstverlening, zoals de bibliotheek, is centraal georganiseerd. Zo'n 120 juristen moeten de UC vrijwaren van juridische risico's.

's Middags in San Francisco gaan we langs de tweede locatie van QB3, het instituut voor biomedisch onderzoek, en één van de CISI-centres. De manager, Douglas Crawford, verbindt op een bijzondere manier wetenschap en valorisatie: de dubbelganger van Kees Eijkel en even gedreven.

Donderdagavond en vrijdag heb ik een eigen programma in Stanford, Palo Alto, zo'n 40 mijl ten zuiden van San Francisco. De campus van Stanford is prachtig: ruim, brandschoon, en in één Spaanse stijl opgezet. Aan de rand ligt een gigantisch winkelcentrum; in de university shop sla ik de beloofde truien en andere cadeautjes in. Ik hoop dat ik ook voor de vriendinnen van mijn zoons de goede maat heb gegokt: de verkoopster dient als vergelijkingsnorm. Ik eet die avond met een promovendus van onze Dave Blank, Wolter Siemons (die in Stanford aan z'n proefschrift werkt) en met zijn begeleider professor Mac Beasly. De derde gast is de dame van het vriendschapscomité Palo Alto-Enschede.

Vrijdag 1 juni
Alweer de laatste dag. Met Wolter over de campus gewandeld, en gesproken met Ann Arvin, de dean of research. Naast de faciliteiten is zij verantwoordelijk voor de coördinatie tussen faculteiten en independent research labs. De combinatie bevordert een vernieuwende een multidisciplinaire aanpak, maar de afstemming tussen partijen kost de nodige energie, verzucht ze. Daar kan ik me nou niets bij voorstellen….

Mijn laatste gesprekspartner is een emeritus-hoogleraar, Ted Geballe, wiens naam al op de gevel van zijn lab prijkt. Voorzichtig informeer ik of hij niet alleen inhoudelijk, maar ook financieel bij het lab betrokken is. `Wel een beetje, ja', geeft hij toe. Later begrijp ik dat zijn echtgenote de erfgename van de Levi's is. Tja, van het geld van die spijkerbroeken kun je wel een mooi lab voor materialen neerzetten.

Om 12.00 uur begin ik aan de terugreis: auto inleveren, laatste cadeautjes, kop koffie en instappen. Nog twaalf uur reizen en ik ben weer thuis.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.