Tijdens zijn examen zingt Valkenburg verschillende stukken voor tenorsolisten en, in samenwerking met zangeres Dagmara Sjuty, duetten voor tenor en sopraan. Naast barokmuziek uit de zeventiende eeuw onder begeleiding van een strijkersensemble en orgel, zingt hij liederen met pianobegeleiding afkomstig uit perioden variërend van de romantiek (Schubert en Schuman) tot moderner werk.
Valkenburg koos bewust voor dit gevarieerde repertoire: `Tegenwoordig ben je als student vrij in je repertoirekeuze. Je kunt zelf je favorieten kiezen en die werken selecteren waar je sterk in bent. Gelukkig hoef je niet meer een bepaald “boodschappenlijstje” met eisen af te werken.' Toch, een echte favoriete componist, periode of stijl, heeft Valkenburg niet. `Juist de afwisseling maakt het interessant. Als je te lang bezig bent met iets gaat het vervelen.'
Valkenburg is al van jongs af aan bezig met muziek. `Op mijn zesde ben ik begonnen met viool. Op de middelbare school heb ik veel gitaar en saxofoon gespeeld in diverse bandjes. Toen ik ging studeren, werd ik lid van DVE, het klassieke koor van de UT. Daar ontdekte ik mijn passie voor zang. Ik heb een tijdje zangles gehad en ben later begonnen aan het conservatorium in Enschede. Aan het klassieke repertoire heb ik wel moeten wennen. Koormuziek vond ik meteen al mooi, door de warme en kleurrijke klank, maar solozang vond ik in het begin maar niets, veel te doordringend van klank. Later ging ik het wel waarderen. Zang is in mijn ogen de meest pure vorm van muziek maken. Voor zang heb je alleen je eigen lichaam nodig. Daarom staat zang ook zo dicht bij jezelf, het is echt iets persoonlijks.'
Valkenburg combineert zijn studie zang met het aio-schap bij de faculteit GW. Die mix blijkt in de praktijk soms lastig. Kiezen tussen een congres of concert is vaak onvermijdelijk. Valkenburg: `Hoewel mijn studie zang eigenlijk een uit de hand gelopen hobby is, wil ik na mijn afstuderen muziek en werk blijven combineren. Soms blijft daardoor weinig tijd over voor andere dingen, maar dat is niet erg. Beiden kosten veel energie, maar leveren ook weer nieuwe energie op. Wetenschap is een kwestie van lange adem, terwijl zang gericht is op het moment. Als de ene soort energie op is, krijg je dat op een andere manier weer terug.'
| (Foto: Arjan Reef) |