`Medisch profiel moet scherper'

| Redactie

Hij is nu nog wetenschappelijk directeur van Roessingh Research and Development en deeltijdprof aan de UT. Per 1 maart treedt Maarten IJzerman (38) aan als fulltime hoogleraar health services research bij de faculteit Management & Bestuur, als opleidingsdirecteur gezondheidswetenschappen én als adviseur van het college van bestuur. De bedoeling is dat hij vanuit die drie functies het medische profiel van de UT verder gaat versterken.


Na veertien jaar Roessingh Research & Development wilde IJzerman een nieuwe uitdaging. `Ik zie ontwikkelingen die breder zijn dan de revalidatiezorg. Bijvoorbeeld op het gebied van neurosciences. Vanuit de UT kan ik die nieuwe ontwikkelingen inhoudelijk gemakkelijker oppakken.' De UT bood de hoogleraar een combinatie van functies aan, die hij zelf bestuurlijk en inhoudelijk uitdagend noemt. `Uit de gesprekken met het CvB is me in ieder geval duidelijk geworden dat de UT écht werk wil gaan maken van de gezondheidszorg. Dat spreekt me erg aan.'

IJzerman studeerde fysiotherapie in Enschede en bewegingswetenschappen en klinische epidemiologie in Nijmegen. Hij promoveerde in 1997 aan het Biomedisch Technologisch Instituut van de UT. IJzerman publiceerde veel artikelen over diverse aspecten van revalidatietechnologie: ontwikkeling van prothesen en orthesen, functionele elektrostimulatie en pijnbestrijding. In 2000 werd hij wetenschappelijk directeur van Roessingh Research and Development en in 2005 deeltijdhoogleraar clinical assesment of neurorehabilitation technology aan de faculteit EWI.

Vanaf volgende maand vertoeft hij fulltime aan de UT. `Ik word niet een soort medisch boegbeeld van de UT, maar zie het wel als één van mijn taken om het medische profiel te versterken én om de drie UT-kernen - maatschappij, technologie en gezondheidszorg - te verbinden', legt hij uit.

Zo wil IJzerman, als opleidingsdirecteur, gezondheidswetenschappen steviger op de kaart zetten. Sinds de start in 2004 kent GZW een magere instroom. In 2006 nam het aantal eerstejaars iets toe: 27 studenten schreven zich in. `Bij gezondheidswetenchappen bestaan goede plannen en een sterke motivatie', zegt hij voorzichtig, `maar ik denk dat het profiel, vooral naar buiten toe, beter moet. De sterke kanten van de faculteit Management & Bestuur moeten beter gecombineerd worden met de medische en technische inbreng. Dat bepaalt in belangrijke mate ook de legitimatie van de opleiding binnen de UT, vooral ten opzichte van de studies biomedische technologie en technische geneeskunde.'

Ook, zegt IJzerman, zou bekeken moeten worden welke behoefte er is aan managers in de zorg. `Die kunnen overal vandaan komen, daar heb je niet per se gezondheidswetenschappen voor nodig. Het gaat er om dat managers begrijpen wat zorg is en waar zorg nodig is. Ik geloof niet in méér zorgmanagers, dat is bovendien ook de landelijke trend. Ik geloof wél in een bepaalde deskundigheid van die mensen en zeker in deze veranderende gezondheidszorg. Het is dus belangrijk om naar het beroepsprofiel te kijken. Waar zijn ze nodig? Neem alle technische innovaties in de gezondheidszorg. En met alle nieuwe regelgeving en de wereldwijde druk op gezondheidszorgbudgetten ontstaat een grote vraag naar professionals die hiermee om kunnen gaan.'

Binnen de faculteit bekijkt IJzerman ook hoe de opleiding GZW zich verhoudt tot de afstudeerrichting geneeskunde van de studie technische bedrijfskunde. `Dat is nodig om het profiel van de opleiding verder aan te scherpen.'

Hij vertelt dat in de eerste week van maart, zijn eerste week als opleidingsdirecteur, een visitatiecommissie langskomt om gezondheidswetenschappen onder de loep te nemen. `Ik bemoei me niet met de voorbereiding, maar hoop dat het visitatierapport interessante aanknopingspunten biedt voor de opleiding.' Hoe dan ook, IJzerman wil de instroom van gezondheidswetenschappen opschroeven naar minimaal 65 studenten.

Twee jaar geleden, bij zijn aanstelling als deeltijdhoogleraar, zei hij `de kloof tussen medisch en technisch onderzoek' te willen verkleinen. IJzerman vindt dat er intussen veel gebeurd is. `De relatie tussen het Medisch Spectrum Twente, het Roessingh en de UT is verbeterd. En dat is mede dankzij het huidige college, dat duidelijk voor zijn keuzes staat.' Cruciaal zijn volgens hem ook de relaties met de academische ziekenhuizen in Groningen en Nijmegen. `Een academisch ziekenhuis om de hoek zou mooi zijn, maar dat hoeft niet. En dus moet je zaken anders organiseren. De UT slaagt daarin met haar samenwerkingsverbanden. Zo creëren we een afzetgebied voor technisch onderwijs.'

IJzerman wil meer samenwerking tussen de verschillende medische activiteiten op de UT, zowel op onderwijs- als onderzoeksgebied. `Door dit in kaart te brengen, worden verbindingen zichtbaar. Voor samenwerking binnen de medische discipline zou een specifiek beleid ontwikkeld moeten worden.'

De jonge hoogleraar heeft zin in de nieuwe uitdaging. Het Roessingh laat hij achter zich. `Niet helemaal natuurlijk, want er is een hechte samenwerking.' Het Roessingh begon 25 jaar geleden met zijn academische ontwikkeling, vertelt hij. `En was een pionier op het gebied van revalidatietechnologie.' Uiteindelijk leidde dat tot academische erkenning en de status van nationaal innovatiecentrum voor pijnrevalidatie en revalidatietechnologie. `Het Roessingh staat, het pionieren daar zit er op. Voor mij is een nieuwe pioniersfunctie weggelegd op de UT.'

Maarten IJzerman ziet een nieuwe pioniersfunctie voor zichzelf weggelegd op de UT. (Foto: Gijs van Ouwerkerk.)
Maarten IJzerman ziet een nieuwe pioniersfunctie voor zichzelf weggelegd op de UT. (Foto: Gijs van Ouwerkerk.)

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.