Verloren generatie?

| Redactie

Steeds feller klinkt de kritiek dat eerstejaars studenten niet meer kunnen spellen, niet meer kunnen rekenen en veel te weinig kennis hebben verworven. De nuance dreigt te verdwijnen.   Na de pabo-studenten moeten nu ook de rechtenstudenten eraan geloven: zij kunnen niet meer spellen, meldden dagbladen Trouw en NRC Handelsblad. Nogal alarmerend, want de juristerij staat of valt nu juist met precie

Steeds feller klinkt de kritiek dat eerstejaars studenten niet meer kunnen spellen, niet meer kunnen rekenen en veel te weinig kennis hebben verworven. De nuance dreigt te verdwijnen.  

Na de pabo-studenten moeten nu ook de rechtenstudenten eraan geloven: zij kunnen niet meer spellen, meldden dagbladen Trouw en NRC Handelsblad. Nogal alarmerend, want de juristerij staat of valt nu juist met precieze formuleringen en haarkloverij op de komma. Een jurist zou niet voor ieder briefje een woordenboek moeten inzien.

Dus gaan de universiteiten hun studenten bijspijkeren; iets wat de meeste hogescholen overigens al jaren doen. Een logische reactie. En natuurlijk willen de instellingen een spelling- en grammaticacursus liever niet tot hun kerntaak rekenen. Het is daarom begrijpelijk dat ze klagen over het niveau van het middelbaar onderwijs. Eerder deden hogescholen hetzelfde toen bleek dat pabo-studenten niet goed genoeg konden rekenen: ze fabriceerden niet alleen bijspijkercursussen, maar namen ook het wiskundeonderwijs onder vuur.

Maar met berichten over het niveau van scholieren gebeurt tegenwoordig iets nieuws: ze krijgen onmiddellijk een plek in het modieuze doemdenken over onderwijs. Alle stokpaarden worden uit de kast gerukt. De doorgeschoten nadruk op vaardigheden, het perverterende internet, de incapabele managers… de ingezonden brieven en opiniestukken buitelen over elkaar heen.

En de klaagzangen weten te overtuigen. Zo kan het gebeuren dat het respectabele NRC Handelsblad in een hoofdredactioneel commentaar schrijft: `Het vwo-diploma biedt geen garantie meer dat iemand hoger onderwijs kan volgen.' Alsof een vwo-diploma ooit een garantie is geweest voor studiesucces: al decennia lang haalt grofweg een derde van alle studenten zijn studie niet.

Ook de riedel over het `doorgeschoten competentieonderwijs' snijdt in het geval van de rechtenstudenten geen hout. Goed spellen hoort helemaal niet thuis in de kennis- en vaardighedendiscussie, omdat je beide nodig hebt: de correcte spelling van `dahlia' is een weetje, terwijl het toepassen van de dt-regel beter een vaardigheid kan heten.

Misschien is er inderdaad iets aan de hand met de schrijfvaardigheid van studenten, maar termen als `kennis', `vaardigheden' en `het nieuwe leren' vertroebelen de discussie alleen maar. De klachten over spelfouten zijn bovendien niet van gisteren. Dat scholieren tegenwoordig opgroeien in een beeldcultuur lijkt een aannemelijker verklaring voor de niveaudaling.

Stel dat die niveaudaling er inderdaad is (wat sommige hoogleraren afdoen als borrelpraat), dan nog is niemand erbij gebaat de hele sms-generatie in het verdomhoekje te drukken en als verloren te beschouwen. Veel constructiever is de opstelling van de hogescholen, die zeggen: er moet iets veranderen in het voortgezet onderwijs, maar geef ons tot die tijd de middelen om de klappen op te vangen.

Wie zonder nuance luidkeels de ondergang van het Nederlandse onderwijs verkondigt, lijkt weinig bereid om naar oplossingen te zoeken.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.