Student Sterling en rector Van Vught zitten in december 1998 samen in de bus, die na afloop van een ontwerpwedstrijd in Rotterdan terugrijdt naar Enschede. Volgens Sterling spreken hij en de rector tijdens die rit af dat Sterling voor 25 mille een vervoersplan voor de UT zal maken. Van Vught zegt daarentegen zich niet te herinneren dat er over een geldbedrag is gesproken.
De rechtbank in Almelo oordeelde vorige week woensdag in het voordeel van de rector magnificus. Sterling slaagde er niet in om te bewijzen dat er serieuze onderhandelingen zijn gevoerd en kon evenmin aantonen dat er overeenstemming over de financiële tegemoetkoming werd bereikt.
De rechtbank vindt dat Sterling gezien de sfeer en de omstandigheden waarin het gesprek plaatsvond, had kunnen weten dat er geen sprake was van een serieuze deal. Doorslag gaven de discrepanties in de verklaringen van Sterlings getuigen. Zij waren het oneens over de plaats in de bus waar het gesprek plaatsvond, geen van de getuigen kon zich het gesprek exact herinneren en niemand noemde het bedrag van 25000 gulden.
De Almelose rechtbank veroordeelde Sterling in de proceskosten. Maar hij laat het er niet bij zitten. Sterlings advocaat, meester B.J. van Beek, zegt dat zijn cliënt in hoger beroep gaat. 'Wij gaan er van uit dat er sprake is van een harde overeenkomst. Maar we willen in ieder geval aantonen dat de onderhandelingen in een vergevorderd stadium waren. Dat betekent dat ze niet zomaar afgebroken mogen worden.'