'Het snel binnenhalen van grote vissen, dat wordt een big issue'

| Redactie

Eind deze maand treedt Arie van der Hek terug als voorzitter van het CvB. Publiekelijk feestgedruis komt er niet aan te pas, een besloten diner voor genodigden zorgt voor de afronding van drie jaar Twente. Van der Hek vertrekt zoals hij kwam: in alle stilte, zonder toeters en bellen. 'Dit is een enige universiteit, laat ik dat benadrukken. Misschien had we drie jaar geleden in het college wat harder moeten afspreken wat onze doelen waren. Door het ontbreken daarvan heb ik eigenlijk onvoldoende kunnen laten zien.'

Donderdagmiddag, half vier. Een kapitaal pand midden in het IJsseldorp Brummen. Een soort notarishuis aan de Vecht, maar dan pal in het centrum van dit forenzendorp, aan de doorgaande weg naar Zutphen. Uurtje met de auto naar de universiteit. De dubbele beglazing houdt het verkeer dat zich door de bebouwde kom slingert op redelijke afstand. Van der Hek: 'Dit is fijn wonen ja. Mijn vrouw en ik wandelen vaak naar de rivier, vlakbij. En dan nemen we het pontje naar Bronckhorst.'

Is het niet lastig om vanuit deze rustieke stilte iedere dag weer die omslag te maken naar de universiteit?

'Nee hoor, valt reuze mee. Het bevalt me goed hier, we zitten mooi centraal. Ook ten opzichte van Rotterdam.'

Van der Hek, die dit jaar 63 wordt, gaat met pensioen, maar blijft wel voorzitter van de Havenraad, een adviescommissie die de minister adviseert over zaken die het havenbedrijf betreffen. Naast enkele commissariaten.

Die drie jaar zijn natuurlijk omgevlogen. Het CvB maakte, zeg maar, een wat moeilijke tijd door omdat het onderling niet zo fijn boterde. Kan het zijn dat je op z'n minst met gemengde gevoelens terugkijkt?

'Nee, niet met gemengde gevoelens. Wel op een periode vol afwisseling. Het was een totaal nieuwe wereld voor me. Veel boeiende mensen ontmoet, onder de indruk geraakt van het onderzoek dat hier wordt gedaan. Een verrijking mag ik wel zeggen'.

'Kijk, vervolgt hij, 'mijn fout is wellicht geweest dat ik niet direct aan het begin van mijn ambtstermijn met mijn collega's in het college heb afgesproken waar we over drie jaar hadden willen staan. Daardoor kreeg deze termijn iets vrijblijvends. Men wist dat ik maar een beperkte tijd zou blijven en dat was voor mij persoonlijk heel lastig. Ik was een soort ad-interim en zo voelde ik dat ook.Intern binnen het CvB liep het inderdaad niet optimaal. Nee, ik wil het absoluut niet over andere mensen hebben, daar praat ik niet over.'

'Ik zie het zo: ik werd destijds gevraagd voorzitter te worden. De Raad van Toezicht zat met een erfenis nadat de benoeming van IJzerman (de Enschedese corpschef, b.g.) op deze post was afgeketst. Men vroeg mij, zij het slechts voor drie jaar. Ik dacht, en nu ben ik heel openhartig, ik doe iets goeds, maar er zit een risico aan. Wat je zag gebeuren is dat er een situatie ontstond waarin we op initiatief van de rector streefden naar het bestuursmodel dat er nu ligt. Met Frans als rector/ voorzitter. Dat idee vormde zich tijdens de rit en ik moet zeggen dat ik daar absoluut geen moeite mee had. Ik heb hem, toen alles op zijn plek viel, ook gefeliciteerd. De bewijslast ligt nu bij hem. Eigenlijk prima, dacht ik en nog steeds.'

'Ja, ik heb daar meerdere malen met Frans over gesproken. Hij is actief en spontaan. Die jongen (Van Vught dus, bg.) moet een leuk team om zich heen hebben waarmee hij tot afwegingen kan komen. Hij heeft dat in zich. Je zou kunnen zeggen dat ik de situatie die ik aantrof wat heb onderschat. Zo werkt dat dus, dacht ik. Het was verstandiger geweest die interimperiode te expliciteren'.

Waar staat de UT in jouw beleving?

'Laat ik het zo formuleren. Het onderwijs is op orde, maar daar halen we onze wetenschappelijke uitstraling niet vandaan. In feite moet die komen van onze speerpunteninstituten. Vier stuks, alle uit de technische sector. Er kan nog een instituut uit de sector maatschappijwetenschappen bij en dan is het plaatje echt vol. Meer trekken we niet. Wat er nu staat is een enorme prestatie. Je hebt het dan wel over topresearch, nationaal, maar ook internationaal. Nee, je hoort mij niet, net als de TU Delft dat doet, zeggen dat we bij de topvijf van de wereld willen horen. Als je internationaal, zoals wij, uitstekend meedoet dan ben je in feite al wereldtop. En wie bepaalt dat nou helemaal? Ik ga er vanuit dat een goede reputatie van je onderzoek zijn impact heeft op het onderwijs en niet omgekeerd. '

Van der Hek ziet gebeuren dat de facultaire grenzen op termijn verdwijnen. De verschillende studies komen in scholen, het toponderzoek, nationaal en internationaal, komt in de instituten.

Zover is het nog niet. Als je bestaande faculteiten zou willen clusteren, welke combinaties heb je dan voor ogen?

'Voor de hand ligt een samenvoeging van Bestuurskunde en Bedrijfskunde. Dat is een verrijking voor beide, zeker als de aanvraag voor een studie bedrijfswetenschappen wordt binnengehaald. Ondernemingsklimaat versus bestuurlijke processen, daar kan de UT school mee maken. Mijn persoonlijke wens zou zijn daar een opleiding bedrijfseconomie aan toe te voegen.'

En psychologie misschien?

'Nou, ik heb aarzeling. Ik vind die aanvraag op z'n minst een opmerkelijke keuze.'

En de rest van het veld?

'Het zou strategisch van grote waarde zijn als WB met een volledige opleiding industrieel ontwerpen kan starten. Dan maak je een enorme slag. Civiele techniek past, denk ik, goed in het WB-plaatje. Ik hoop dat dat ook voor TW geldt. Dat is inderdaad een punt, dat we intern moeten oplossen zonder geld van de minister. We prijzen ons gelukkig dat we niet meer van dat soort probleemgevallen hebben. Ik weet het niet, ik kan me ook voorstellen dat we de kleintjes zoals TW en WMW, die vooral ook toeleveren aan andere faculteiten, onderbrengen in een algemene faculteit. Een fusie van TN, CT en EL is ook denkbaar, maar we herinneren ons nog goed dat die combinatie destijds niet al te enthousiast werd ontvangen'.

Tot verdere voorspellingen laat Van der Hek zich bij zijn afscheid niet verleiden. Hij constateert dat het zogenaamde TECH-gebouw, met laboratoriumfaciliteiten voor de drie hierboven genoemde faculteiten, terecht is afgeblazen. 'Er werd gedacht dat we met met die voorzieningen in één gebouw ook de betreffende faculteiten wel bij elkaar zouden krijgen, maar dat was een misvatting. Dan zouden immers de vastgoedplannen de organisatie van onze faculteiten gaan bepalen! Bovendien, dat nieuwe gebouw was natuurlijk helemaal niet te betalen. Dat kon Bruin echt niet trekken. In het vastgoedplan gaat het om een investering van 250 miljoen, uit te smeren over een periode van tien jaar. Dat is de absolute limit en dat maakt je speelveld voor andere activiteiten wel heel erg klein.'

Renovatie van het CT-gebouw is nu weer optie?

'Inderdaad. Met onze externe adviseurs hopen we daar binnenkort uit te komen. Ik denk dat we in de eerste plaats helder moeten krijgen welke faciliteiten de topinstituten, c.q. de bijbehorende faculteiten daadwerkelijk nodig hebben. Breng je die faciliteiten bij elkaar, of juist niet, dat is de vraag.'

Sprekend over het personeelsbeleid van de UT voorziet Van der Hek een ontwikkeling die alles te maken heeft met het vinden en binden van topmensen. 'Het snel kunnen aantrekken van topmanagers en wetenschappers, zonder al te veel ambtelijke poespas, dat zit er echt aan te komen, let maar op. Dat wordt een big issue. Het gaat erom op het goede moment de kanjers die zich voordoen aan je te binden. Niet alleen met een meer dan goed salaris, maar ook met onderzoekfaciliteiten. Het commitment van deze grote jongens, daar zal het in de nabije toekomst om draaien. Die hou je alleen binnenboord als je ze een meerjarenperspectief kan bieden. Een consequentie zal zijn dat dit soort aasnstellingen uitstijgen boven de huidige inschalingsmodellen. Zo werkt dat. Op dit niveau zal er dan ook minder arbeidsrechtelijke bescherming zijn. Topmensen dienen zich snel waar te maken. Anders is het opstappen geblazen. In hetbedrijfsleven is dat heel gewoon. Die kant gaan wij ook op.'

'Waar deze universiteit zwak in is', vervolgt hij, 'is het laten bungelen van mensen die niet goed functioneren. We durven het niet hard tegen elkaar te zeggen. Ik noem dat risicomijdend gedrag en daar moeten we vanaf. De helderheid ontbreekt vaak. We hebben moeite om dingen bespreekbaar te maken. Dat ligt aan de cultuur. Er zijn tal van mechanismen om dat tegen te gaan.' Van der Hek weet maar al te goed dat het college van bestuur daar zijn verantwoordelijkheid in moet nemen. De recente affaire-Tempelman, het nieuwe hoofd P&O dat na een paar maanden al weer de laan werd uitgestuurd, verdient geen schoonheidsprijs, erkent ook Van der Hek. 'De selectie had beter gemoeten'.

De scheidende voorzitter denkt dat een nieuw landelijk functiewaarderingssysteem (Hay genaamd) dat binnen een paar jaar voor alle universiteiten gaat gelden, een goed instrumentarium gaat bieden om adequaat personeelsbeleid te voeren. Al of niet gekoppeld aan de in zijn ogen onafwendbare privatisering van het universitair personeel.

Veel werk aan de winkel dus, wat het personeelsbeleid van de UT betreft...

'Absoluut. We zijn er met ons hrm-beleid en competentie management nog lang niet.'

Arie van der Hek: ....het gaat om het commitment van de grote jongens...
Arie van der Hek: ....het gaat om het commitment van de grote jongens...

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.