De kwestie heeft bijna vier jaar gesleept en draaide om een studente op kamers. Die had slechts een basisbeurs en kwam daarnaast rond van een baantje. Over het jaar 1996 wilde zij bij de fiscus een aftrekpost opvoeren voor studiekosten (collegegeld, boeken en dergelijke).
Dat mocht van de belastingdienst. Maar dan moest de studente wel haar basisbeurs verrekenen met die studiekosten. Die beurs is immers al een vergoeding voor studiekosten. De aftrekpost voor studiekosten kwam daardoor 5100 gulden lager uit (twaalf keer de maandelijkse basisbeurs voor studenten op kamers).
Maar daar nam de studente geen genoegen mee. Ze wilde slechts 1500 gulden van haar studiekosten aftrekken, het bedrag van de beurs voor thuiswonende studenten. Een kamerbewoner krijgt weliswaar meer geld, betoogde de student, maar dat hogere beursbedrag heeft niets met studiekosten te maken. Het is uitsluitend bedoeld om de hogere kosten van levensonderhoud te dekken.
De belastingdienst verwierp dit betoog, maar het Amsterdamse gerechtshof gaf de studente gelijk. Daarmee was het pleit nog niet beslecht, want toenmalig staatssecretaris Vermeend van Financiën legde de zaak voor aan de Hoge Raad. En daar verloor de studente alsnog - nu definitief. Volgens die raad worden de regels voor studiefinanciering en inkomstenbelasting anders 'onuitvoerbaar'.
'Dit gaat me vierduizend gulden kosten', klaagt Orly Rodecke, studente taalbeheersing aan de Universiteit van Amsterdam. Zij was er na het bericht over de uitspraak van het gerechtshof voetstoots van uitgegaan dat ze het fiscale voordeel in haar zak kon steken. Ze kent veel meer studenten die zich al rijk gerekend hadden. 'Als de belastingdienst kwaad wil, kan ze nu achter grote groepen studenten aan.'
De uitspraak heeft gevolgen voor studenten die meer dan 10.000 gulden per jaar verdienen met een baantje. Het verschil in de hoogte van de aftrekpost zou netto zo'n 1300 gulden per jaar hebben opgeleverd.