Nieuwe professor vooral trots op de natuurkunde

| Redactie

Toen Riet Peters in 1967 naar Twente kwam, ging ze nog 'gewoon' haar 'man achterna'. Drieëndertig jaar later is ze hoogleraar in de Technische Natuurkunde. Als enige vrouw in Nederland. Niets nieuws onder de zon voor Riet Peters. Sinds haar Leidse studententijd is ze vrouw onder de mannen. Daar verandert haar benoeming tot hoogleraar in de Technische Natuurkunde hoegenaamd niets aan. Het wordt er

Toen Riet Peters in 1967 naar Twente kwam, ging ze nog 'gewoon' haar 'man achterna'. Drieëndertig jaar later is ze hoogleraar in de Technische Natuurkunde. Als enige vrouw in Nederland.

Niets nieuws onder de zon voor Riet Peters. Sinds haar Leidse studententijd is ze vrouw onder de mannen. Daar verandert haar benoeming tot hoogleraar in de Technische Natuurkunde hoegenaamd niets aan. Het wordt er hooguit eenzamer op: ze is de eerste vrouw in Nederland die deze eer te beurt valt.

Het begon al de eerste collegedag, ergens eind jaren vijftig. 'In mijn jaar zaten drie meisjes, dat was uitzonderlijk veel voor de studie natuurkunde. We moesten vooraan zitten, op de eerste rij. Pas als de dames er waren, ging het vanaf toen, begon de professor het college. Je kreeg een aparte behandeling.'

Ze lacht erom, maar echt leuk heeft ze het nooit gevonden. 'Je bent en blijft een buitenstaander. Jongens trekken in pauzes naar elkaar toe. Meisjes ook, maar die waren er nauwelijks. Later wordt het niet echt beter: op internationale congressen mag je blij zijn als je eens kunt dineren met een man. En prompt denkt je omgeving er nog van alles van ook.'

De professor lacht een guitig lachje. Ze is 62 jaar, maar dat hadden er net zo goed 52 kunnen zijn. Energiek, succesvol, vlotter gekleed dan haar eigen aio's - Riet Peters vertoont trekken van de moderne vrouw, zeker nu ze als hooggeleerde door het leven gaat. Maar door al die vitaliteit heen schemert de penioensgerechtigde leeftijd.

Ook daar kan ze om lachen. 'Het is inderdaad een late benoeming. Maar bedenk wel dat vrouwen van mijn generatie geacht werden te stoppen met werken als ze in het huwelijk traden - kun je je dat voorstellen? Geen vrouw die geloofde dat ze intellectueel onder hoefde te doen voor welke man dan ook, maar tóch pikten we het. Wat mijn benoeming betreft: beter laat dan nooit dus.'

Riet Peters, met andere woorden, worstelde en kwam boven. 'Na mijn studie natuurkunde ben ik even lerares geweest in Oegstgeest. Niets voor mij. Als er een uurtje uitviel, dan deden die kinderen: "hoi, hoi, hoi". Daar kan ik dus heel slecht tegen.' Haar toenmalige echtgenoot verwierf een betrekking aan de THT, Peters verhuisde mee. Ze kreeg een baan als parttime docente.

En telde haar zegeningen. 'Ik heb het altijd heerlijk gevonden om met gemotiveerde, intelligente mensen te mogen werken. Ik ben gepassioneerd voor de wetenschap. Dat verlang ik ook van de mensen om me heen.' Wat dat betreft heeft ze over haar mentor, professor Horst Rogalla, niets te klagen. 'Die man is geweldig. Hij heeft me eind jaren tachtig gestimuleerd om hele dagen te gaan werken. Door die stap ben ik nu hoogleraar.'

Trots is ze niet zozeer op zichzelf, als wel op haar vak. Peters: 'De natuurkunde vind ik belangwekkend, het is een basiswetenschap. Neem alleen al de toepassingen in de medische wereld. Veel van wat er in een ziekenhuis kan, steunt op verworvenheden van de fysica.' Het voorbeeld lijkt juist gekozen, maar niet helemaal neutraal: Peters' eigen onderzoek heeft een sterk medische inslag.

Zij en haar aio's huizen in het kleinste gebouwtje op de campus: het biomagnetisch lab. Deze stenen blokhut - 'ons paleisje', aldus Peters - werd zes jaar geleden gebouwd voor biomagnetisch hersenonderzoek. Door potentiaalverschillen in de hersenen te meten, lukte het Peters en haar collega's ondermeer hersenfuncties nauwkeurig te lokaliseren.

'Dat was toen', zegt ze. 'Inmiddels zijn we een ander pad ingeslagen.' Ze loopt naar een soort kluis waarin een behandeltafel staat, omgeven door een groot apparaat. 'Dit is een gekoelde, supergeleidende sensor', legt ze uit. 'De kluis werkt als een kooi van Faraday, we hebben geen last van magnetisme van buitenaf.'

Dat blijkt zeer voornaam - om dezelfde reden staat het lab in een uithoek van de campus. 'We onderzoeken met dit instrumentarium de hartjes van foetussen. Zwangere vrouwen, bij wie in het ziekenhuis met geluidsgolven is vastgesteld dat het hart van hun baby afwijkend gedrag vertoont, gaan hier liggen voor het maken van een cardiogram van de foetus.

En dat is geen sinecure. 'Zo'n hartje geeft een extreem klein magnetisch veld, ongeveer éénmiljoenste van het aardmagnetisme. Bovendien verspreidt het hart van de moeder een veel sterker signaal.' Toch slaagt Peters' groep erin een haarscherp ECG te projecteren. 'Kijk', zegt de professor, 'hier heb je de P-knoop, en daar het QRS-complex.' Het doceren zit haar in het bloed.

De traditie waarin Peters' onderzoek een bescheiden onderkomen vindt, is die van grootheden als Maxwell, Kamerlingh Onnes en Einthoven. James Clerk Maxwell, het genie dat eind 19de eeuw zijn elektromagnetische veldentheorie vervatte in vier elegante, ogenschijnlijk kinderlijk eenvoudige formules; als Riet Peters erover praat, springen de tranen haar bijkans in de ogen.

Heike Kamerlingh Onnes, de Leidse Nobelprijslaureaat; zijn door vloeibaar helium verkregen supergeleiding staat nog steeds aan de basis van haar onderzoek. En tenslotte is daar natuurlijk Willem Einthoven, destijds ook goed voor een Nobelprijs. Ditmaal voor de geneeskunde: Einthoven maakte het eerste elektrocardiogram. 'Dat waren helden', glimlacht Riet Peters. 'In ieder geval die van mij.'

Riet Peters doceert
Riet Peters doceert

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.