Delft kiest bij nader inzien voor schaalvergroting door nauwe samenwerking met eerst Leiden en later wellicht ook Rotterdam, de TU Eindhoven wil zich juist specialiseren in de harde techniek om uit te blinken, en de UT streeft naar groei in de breedte. Elke technische universiteit zijn eigen profiel.
Het lijkt wel alsof de drie het onderling zo afgesproken hebben.
Van Vught: 'Dat is zeker niet het geval. Achteraf gezien zat het er al langere tijd in dat het deze kant op zou gaan. Toen eenmaal duidelijk was dat er geen groot consortium van drie technische universiteiten zou ontstaan is ieder zijns weegs gegaan. Delft is zich gaan oriënteren op samenwerking in de eigen omgeving en Eindhoven kerft voor zichzelf een bepaalde niche uit. Zo is een stevig competitiemodel ontstaan'.
Het Eindhovense model ziet Van Vught duidelijk niet zitten, laat staan dat hij er voorzitter zou willen zijn. 'Alhoewel, misschien toch wel. Ik zou het als een uitdaging zien om het model daar te veranderen. Eindhoven wil een traditionele, continentale, 'Duitse' universiteit zijn, met alleen techniek. Dat leidt al gauw tot een monocultuur. Terwijl je ziet dat de internationaal vooraanstaande universiteiten in de wereld juist niet uitsluitend technisch zijn. Stanford en MIT hebben ook hun talenstudies, sociale wetenschappen en business schools. In die zin zijn wij graag ook een beetje Amerikaans. Een kleine Stanford aan de Dinkel noem ik de UT wel eens. Modern, angelsaksisch, sterk in research, met een verwevenheid van technische en maatschappijwetenschappen, onder meer in de major-minor structuur. We zijn niet langer een tweekernen- maar een meerkernenuniversiteit. Dat geeft ook een heel andere populatie te zien. We krijgen hier steeds meer vrouwelijke studenten. En we hebben een campus: kan het nog mooier?'
De schaalvergroting die Delft nastreeft met fusies en intensieve samenwerking is voor Van Vught net zo min als het niche-model van Eindhoven een lichtend voorbeeld voor Twente: 'Wij willen géén grote universiteit met 20.000 studenten zijn. Ik vind 8.000 al veel. Wel willen we bijvoorbeeld samenwerken met instellingen als Münster, Osnabrück, Amsterdam (Vrije Universiteit, red.), maar dan om ons eigen profiel te versterken.'
Het gekissebis om de hoogste plaats in de universitaire rangorde, zoals gepubliceerd in uiteenlopende recente onderzoeken, laat Van Vught redelijk onberoerd. In het onderzoek naar de 10 beste Europese TU's, gebaseerd op citaties, komt de UT er sowieso al heel goed af (praktisch even goed als Eindhoven en beduidend beter dan Delft) en vanuit studentenperspectief scoort de UT regelmatig het hoogst van alle drie, onder meer volgens de beoordeling van Elsevier en de Keuzegids.
Dat de UT-ingenieur niet als de beste uit de bus komt bij een recente enquête onder 500 bedrijven verontrust Van Vught niet. Het is, zegt hij, een logisch gevolg van het feit dat er in de relatief korte historie van de UT minder ingenieurs in Twente zijn opgeleid dan in Eindhoven of Delft. Die zijn dus ook minder vaak terug te vinden op de werkvloer en evenmin op de plaatsen waar deze enquêtevraag beantwoord is.
De zes nieuwe opleidingen die de UT heeft binnengehaald leidt zoals gezegd tot een steeds breder opleidingenpakket. Bedrijfswetenschappen bijvoorbeeld noemt hij een studie die zich afspreelt op het snijvlak van bedrijfs- en bestuurskunde. Maar de rector ontkent dat het college van bestuur er op uit is een fusie tussen de twee betrokken faculteiten af te dwingen. 'Als het spontaan die kant zou opgaan hebben we daar natuurlijkgeen problemen mee, maar het gaat er nu eerst om te onderzoeken of er over en weer kan worden samengewerkt en in welke mate. De dubbelbenoeming van dekaan Van Rossum heeft daar alles mee te maken. We hebben in het college geen verborgen fusieagenda, laat staan dat we een dirigistisch fusiebeleid willen voeren.'
Menno van Duuren
Bert Groenman
Frans van Vught
![]()