Deze week vertrekt een opmerkelijke handelsdelegatie naar China. Niet minister Van Aartsen of minister Jorritsma gaat de economische banden met het land aanhalen, maar Hermans, samen met diverse universiteiten, waaronder de UT, en hogescholen.
Veel Aziatische jongeren willen niets liever dan leren in het buitenland. Jaarlijks verlaten honderdduizend van hen het vaderland voor een studie aan een westerse universiteit. Het leeuwendeel gaat naar de Verenigde Staten, Groot-Brittannië of Australië. Maar ook Nederland wil een graantje meepikken. Minister Hermans denkt dat er wat te halen valt in Azië, en het hoger onderwijs is dat met hem eens. Het wordt zelfs dringen in het vliegtuig naar Bejing. Vertegenwoordigers van maar liefst twintig universiteiten en hogescholen reizen mee in Hermans' gevolg. Allemaal staan ze klaar om zich op de Chinese markt te storten. (De UT onderhoudt al meer dan tien jaar contacten met Chinese universiteiten, red.UT-nieuws).
In de Chinese hoofdstad is Hermans aanwezig bij de opening van een wervingsbureau voor het hoger onderwijs. Dit Netherlands Education Support Office (NESO) moet Chinese studenten verleiden tot een studie aan de Noordzee. Bij het bureau krijgt de Chinese jeugd informatie over het Nederlandse hoger onderwijs. Ook krijgt het NESO een budget van enkele miljoenen per jaar om beurzen te verstrekken.
Daarmee komt er enige structuur in de wervingsactiviteiten van Nederlandse instellingen. Al jaren is een aantal van hen op eigen houtje actief in het Verre Oosten. Maar behalve een kantoor bij de Nederlandse ambassade in Jakarta had het hoger onderwijs tot nu toe geen gezamenlijke vertegenwoordiging in Azië. Voor de BV Nederland kan de zogenoemde `kennisexport' een lucratieve marktstrategie worden, verwacht minister Hermans. Chinezen die na een studie in Nederland een hoge post krijgen in de snel groeiende economie van hun eigen land zijn goede ambassadeurs voor het Nederlandse bedrijfsleven, zo is de redenering.
Nederlandse universiteiten nemen steeds meer buitenlandse onderzoekers aan. Met name aan de drie technische universiteiten lopen al veel buitenlanders rond, vooral in de lagere rangen, als aio bijvoorbeeld. In Delft is 30 procent van de aio's buitenlander, in Twente 36 en in Eindhoven zelfs 41. Werving in het buitenland is voor de technische universiteiten en ook de bèta-faculteiten bittere noodzaak. 'De arbeidsmarkt in Nederland is zo krap dat het moeite kost promovendi te vinden', zegt stafmedewerker internationale marketing Jon van Langeveld van de Delftse universiteit. Nederlandse studenten zijn moeilijk te bewegen nog jaren voor een hongerloontje te blokken als ze zo aan de slag kunnen in het bedrijfsleven. Voor onderzoekers uit Azië blijkt een plek aan een Nederlandse universiteit wel aanlokkelijk.