Wie al iemand heeft, vindt er doorgaans ook weinig aan. Ook dat is logisch. Valentijnsdag wordt pas leuk als er iets onverwachts gebeurt, iets spannends, een kaartje van een echt geheime lover. Een kaartje om te lezen en te herlezen. Een kaartje om giechelend aan al je vriendinnen te laten zien. Een kaartje dat schreeuwt: YOU ARE ON THE MARKET BABY!!
Een berichtje van je eigen vriend, tsja, je hebt er weinig aan. Dat-ie van je houdt wist je allang. Zo'n kaartje is best leuk, maar je zit er niet op te wachten. Je maakt geen run naar de brievenbus. De postzegel openkrassen, hmmm. Zonde van je nagels.
Een vriendin van ons kreeg eens twee kaartjes op Valentijnsdag. Op het ene trof ze het vertrouwde, lieve, schattige, bekende, veilige maar ook oersaaie, tergend voorspelbare en doodgewone handschrift van haar vriend aan. Haar hart produceerde een doorsnee klopje.
Het andere envelopje toonde een vreemd, onbekend, spannend, interessant en opwindend lettertypje. Haar hart maakte een hink-stap-sprong.
Onze vriendin opende met bevende vingers het onbekende envelopje. Ze haalde een kaart met twee ineengestrengelde beertjes tevoorschijn. 'Be my bear', stond erop. Maar binnen in de kaart stond heel wat anders. Iets in een overbekend, ontzettend voorspelbaar, oersaai en tergend doodgewoon handschrift: 'Zie je wel dat je deze kaart als eerste openmaakt!'
O God. Nee! Off the market. En nog voorspelbaar ook. Ze háátte Valentijnsdag.
Stemmen
Een bedrijfskundige die denkt als een ingenieur. Da's mooi. Een filosoof die denkt als een ingenieur. Da's beter dan omgekeerd. De UT maakt ze voor ons, al jaren. Nu komt daar een psycholoog bij, een psycholoog die denkt als een ingenieur. Da's minder mooi.
'Zo, de heer Karelse. Gaat u maar liggen. Daar ja, onder de afzuigkap. Wat zegt u? Keurig opgeruimd? Zeker, het is hier keurig opgeruimd, dank u. Minder dan zesduizend stofdeeltje per kubieke meter hè. Maar dat is al aan de hoge kant voor een cleanroom.'
'Maar zegt u het maar. Wat zijn de klachten. Wanen en stemmen? Da's natuurlijk geen onderzoeksvraag. Kom, kom Karelse, waar zijn we op school geweest? Je hoort dus stemmen. Da's 1.1. En vervolgens zie je dus wanen, da's 1.2. En de volgende keer in het engels hè.'
'Nou doe je haarkapje maar eens af. Dan zet ik de laser aan. Gaan we eerst even je schedel lichten. Voel je niets van, hè Karelse! Flinke vent. Jij hebt zelf toch nog een minor werktuigbouwkunde gedaan? Vroeger deden we dit met een ijzerzaag, jongen! Even doorbijten.'
'Karelse, als ik hier op druk, jongen, zie je dan een waan? Ja? Een grote zelfs. Mmm, linkerkwab. Zandstralen, lijkt me. Jantine, nanoboor.'
Karelse, als ik hier aan trek, hoor je dan een stem? Wat zegt die stem? Nanoboor? Haha, Karelse, dat was Jantine!'
'Weet je wat, kerel, we solderen je weer dicht. Die bovenkamer van jouw zit trouwens onder het stof, wist je dat? Daar kun je geen chip in bakken, jongen. Nou, trek je pakje maar weer uit. Het zit in ieder geval niet tussen je oren.'