Talent

| Redactie

De universiteit is op zoek naar jong talent. Met name in het buitenland. Maar ook in eigen land is nog talent voor handen. En dat is echt niet moeilijk te vinden. Je herkent het al op jonge leeftijd. Zo maakte mijn vriendje als tienjarige een zeilboot. Een klomp met een mast en een zeil. Precies zoals z'n vader het gebouwd had. En voor zijn vader de vader van zijn vader. U ziet, mijn vriendje was

De universiteit is op zoek naar jong talent. Met name in het buitenland. Maar ook in eigen land is nog talent voor handen. En dat is echt niet moeilijk te vinden. Je herkent het al op jonge leeftijd. Zo maakte mijn vriendje als tienjarige een zeilboot. Een klomp met een mast en een zeil. Precies zoals z'n vader het gebouwd had. En voor zijn vader de vader van zijn vader. U ziet, mijn vriendje was een geboren ambachtsman. Ze hebben hem nog naar de universiteit gestuurd, maar een echte onderzoeker is hij nooit geworden.

De onderzoeker, dat was ik. Ik zei, kom op, we laten hem te water. In de vijver voor zijn huis. Het bootje sloeg ogenblikkelijk om. Kwam door de golven, zei mijn vriendje. Maar ik deed een aantal experimenten en ontdekte dat het een ontwerpfout was. Ik heb het hem nog gedemonstreerd. Kijk, zei ik, als je hier onderaan tegen de boot drukt blijft hij keurig overeind. Maar boven tegen de mast is een klein duwtje genoeg om de boot te laten kapseizen. En dat is nu precies wat de wind doet. Die drukt boven tegen het zeil. Ik rukte het tuig van het bootje, zette hem terug op het water en zag wat ik verwachtte. Het klompje bleef stabiel liggen.

Mijn vriendje had geen begrip voor mijn ontdekking. Huilend raapte hij het afgebroken mastje op. Een boot moest een zeil hebben. Alle boten hadden een zeil. Zonder zeil kon een boot niet snel gaan. Nou, met een zeil kon een boot alleen maar snel omgaan, repliceerde ik. Om snel vooruit te gaan moest een boot niet hoog en van opzij worden voortgestuwd, maar laag en van achteren. En zo bedacht ik dus de motorboot. Okee, later bleek dat anderen dat ook reeds hadden bedacht, maar daar gaat het hier niet om. Het gaat erom dat de talentvolle onderzoeker als kind al experimenteert.

Zoals gezegd, er is nog steeds veel jong talent in Nederland. Voor de rechtbank in Arnhem stonden drie knapen die afgelopen zomer op de camping brandproeven hadden gedaan. Al experimenterend hadden ze aangetoond dat wc-rollen, Ajax-vlaggen en trekhaakdoppen prima brandden. Zelfs een nylontent bleek licht ontvlambaar. In die tent sliep een meisje dat het experiment niet overleefde endaarom hoorden de jonge onderzoekers 12 maanden cel tegen zich eisen. En dan denk ik, daar worden die jongens vast niet beter van.

Me dunkt, hier ligt een taak voor de universiteit. De jeugdpenitentiaire inrichtingen zitten boordevol jonge onderzoekers. Geef die een plek in de collegebank. Een minor Ethiek om de maatschappij gerust te stellen, maar voor de rest moet je ze vooral laten doen waar ze goed in zijn. Onderzoek. Na een paar jaar academische vorming zullen deze knapen met heel wat belangwekkender bevindingen naar buiten komen dan kleinburgerlijke inzichten betreffende de brandbaarheid van carnavalsmaskers.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.