Is de tijd nu rijp voor brede bachelors op de UT?
Elwenspoek: 'Bij een ronde langs de faculteiten waren de reacties opvallend positief. Natuurlijk had iedereen wel allerlei opmerkingen over de plannen, maar er was er maar eentje die zei dat we beter nog een paar jaar konden wachten.'
Dirk Stemerding: 'Dat is inderdaad frappant. De tijd van alleen maar strikt disciplinaire opleidingen is een beetje voorbij. Bij het opzetten van de technische bachelor speelt natuurlijk een algemeen maatschappelijke afweging nadrukkelijk mee. De studentenaantallen voor harde technische opleidingen lopen terug. Dat moet je proberen te keren door een anderssoortige opleiding aan te bieden.'
Van Adrichem: 'Voor de maatschappijwetenschappelijke bachelor telt die terugloop in belangstelling minder. Maar die opleiding past wel goed bij het palet van de UT.'
Voor welke scholieren is de brede bachelor bedoeld?
'Iemand die EL gaat studeren moet op het VWO gemiddeld een zeven hebben voor de technische vakken. Daar moet de technische bachelor niet onder zitten,' vindt Elwenspoek. 'Ik stel me voor dat de brede-bachelor-student aan het einde van de rit moet kunnen kiezen uit ongeveer eenderde van de master-opleidingen die er op de UT in de toekomst zijn. Maar vooral een brede belangstelling voor techniek is belangrijk. In een sollicitatiegesprek zullen we die motivatie van de student onderzoeken. Zo'n gesprek kan heel nuttig zijn.'
Stemerdink: 'De studenten moeten een idee hebben van wat ze willen bereiken en hoe ze dat op een zelfstandige wijze denken te doen. Er zijn scholieren die oog hebbenvoor allerlei ontwikkelingen, maar daar voor zichzelf niet direct een technische of maatschappijwetenschappelijke discipline aan willen koppelen. Dat is niet hetzelfde als nog niet weten wat je wilt. In de presentatie van de cursussen en de te kiezen profielen en bij de intake moeten we ze ook op die motivatie en belangstelling aanspreken. Wat we ook zeker gaan doen is contacten leggen met het VWO. Daarbij gaat het niet alleen om de cijfertjes: hoeveel geschikte en gemotiveerde studenten kunnen we verwachten. Ook zijn we erg benieuwd naar wat de decanen inbrengen. Zij kunnen ons helpen om de ideeën verder vorm te geven.'
Wat zijn jullie persoonlijke drijfveren om aan deze ambitieuze klus te beginnen?
Van Adrichem: 'Met de drie lerarenopleidingen en de nieuwe studierichting Bedrijfswetenschappen heb ik al de nodige ervaring als het gaat om het ontwikkelen van nieuwe opleidingen. Het is erg uitdagend om gebruik te maken van de expertise die er op de UT al is en daarmee iets te creëren waarin studenten geïnteresseerd blijken te zijn. Over de brede bachelor ben ik heel optimistisch, anders was ik er zeker niet aan begonnen.'
Stemerding: 'Al tijdens mijn studie biologie in Groningen was ik altijd van de partij als het over curriculum-vraagstukken ging, dus blijkbaar zit het in de aard van het beestje. Bij WMW en ook bij WWTS heb ik me nooit helemaal aan het gevoel kunnen onttrekken dat in de opleiding techniek en maatschappij twee verschillende culturen bleven. In de brede bachelor hoop ik dat die twee culturen tot een eenheid kunnen worden gesmeed. Toen ik vorig jaar met Cock Blom (faculteit TN) de eerste verkenning heb gemaakt over een brede bachelor, stond die breedheid me voor ogen, waarin maatschappelijke aspecten vanzelfsprekend aan de orde komen in een technische opleiding. Die drijfveer heb ik nog steeds. En door de komst van een maatschappijwetenschappelijke bachelor zijn die mogelijkheden alleen maar groter geworden. Want waarom zouden ook daar niet technische aspecten aan bod kunnen komen. Daar moeten Nelleke en ik het nog eens over hebben, geloof ik.'
Elwenspoek: 'Ik heb er wel eens van gedroomd dat studenten direct bij binnenkomst op de UT mee gaan draaien in het onderzoek van een vakgroep. Toen ik wakker werd, moest ik er niet aan denken hoeveel tijd debegeleiding me dan zou kosten. Maar het idee blijft voor mij staan. Ik wil dat studenten leren ontwerpen door te ontwerpen, en dan bedoel ik het toepassen van je kennis op een open probleemstelling. De methoden om je kennis goed in te zetten zijn belangrijker dan de specifieke vakkennis zelf. Onderzoek toont aan dat van alle academici na tien jaar werkervaring nog maar tien procent werkzaam is in het vak dat men geleerd heeft en daar de kennis gebruikt die op de universiteit is gedoceerd.
'Ik ben hier op de UT vooral bekend als onderzoeker bij Mesa+ maar ik heb altijd een passie gehad voor onderwijs. Drie jaar geleden heb ik al eens een voorstel ingediend bij Frans van Vught waarin ik een dependance in Maastricht voorstelde. Via een algemene bachelor zouden studenten daarna kunnen doorstromen naar de UT. Toen een jaar daarna de bachelor-master plannen op de UT vaste vorm begonnen te krijgen, heb ik opnieuw een plan gemaakt voor een brede bachelor 'hardware engineering'. Zo ben ik met Dirk Stemerding in contact gekomen die toen met Cock Blom aan het werk was ... en nu werken we samen.'
Loopt de ontwikkeling van de maatschappijwetenschappelijke bachelor achter op die van de technische?
Van Adrichem: 'Laten we zeggen dat we uit fase lopen, maar we beginnen zeker niet op nul. Er is qua concept al veel gedaan. Met de opleidingsdirecteuren van TO, BSK, TBK en TCW is een eerste aanzet al rond. Nu is het belangrijk dat de ideeën die er leven door een curriculumcommissie op de inhoudelijke consequenties worden beoordeeld.'
Er zijn al voorbeelden van brede bachelors in Utrecht en Maastricht. Ook heeft Stemerding al een bezoek gebracht aan een paar universiteiten in de VS. Kunnen jullie al iets zeggen over de ingrediënten die de typisch Twentse bachelor-opleidingen zullen bevatten?
Elwenspoek: 'Wat mij betreft zijn er twee dingen heel anders. De UT-bachelors zullen gericht zijn op applied sciences, en dat is een sterk inhoudelijk verschil met de opleiding in Utrecht en met wat ze in Maastricht van plan zijn. Ook zullen we het onderwijs heel anders inrichten. Niet klassikaal, maar aan de hand van projecten en problemen, ondersteund door cursussen. Verder zie ik voor me dat vakken niet kleiner zijn dan vijf studiepunten, zodat docenten er echt iets van kunnenmaken en je geen versnippering krijgt. En ik ben voorstander van een eigen gebouw, waar de studenten met eigen identiteit aan hun studieprogramma kunnen werken.'
Van Adrichem: 'Wat ik mooi vond in Utrecht is dat studenten na drie jaar ook echt klaar zijn. Je zit dan in een jaargroep van ongeveer 200 studenten en je doorloopt het programma allemaal in hetzelfde tempo.'
Stemerding: 'Het mooie van mijn reis naar Amerika is dat ik daar gezien heb dat zo'n brede bachelor ook echt kan. Wij zijn bij een algemene engineering opleiding op bezoek geweest waarin veel belang wordt gehecht aan 'clinics', wat wij multidisciplinaire ontwerpprojecten zouden noemen. Die zijn soms behoorlijk omvangrijk en worden stevig gesponsord door het bedrijfsleven. Je moet dan denken aan bedragen als 30.000 dollar voor een project. In deze projecten werken groepen studenten aan extern aangedragen vraagstukken. Die samenwerking tussen bedrijfsleven en universiteit spreekt me erg aan: de studenten moeten echt met iets komen, en het bedrijfsleven heeft de kans om een spannend idee eens goed te laten uitzoeke. Het verzorgen van onderwijs vanuit de UT blijft het uitgangspunt, maar studenten zouden ook de mogelijkheid moeten hebben om zich tijdens hun studie een paar keer flink te verdiepen in hot topics. Ik denk dan aan seminars, gegeven door toonaangevende wetenschappers. Bijvoorbeeld in de ICT-branche. Of gentechnologie.'
![]()