Slechts een handjevol studenten kiest nog voor het behalen van een lesbevoegdheid na het afstuderen. Toch start de UT volgend jaar de lerarenopleidingen economie, bedrijfseconomie en maatschappijleer. De animo moet vooral van de zogenaamde zij-instromers komen.
'Ik schat dat hier jaarlijks maar zo'n tien studenten een eerstegraads lesbevoegdheid halen', zegt Cees Terlouw. Hij is directeur van het Twentse deel van de TULO, de Technische universitaire lerarenopleidingen waarin ook Delft en Eindhoven participeren. Momenteel leidt de TULO leraren informatica, algemene natuurwetenschappen en schei-, natuur- en wiskunde op.
Ondanks de matige interesse voor het leraarschap worden in het instituut straks drie nieuwe opleidingen ondergebracht. Afgestudeerde BSK'ers en TBK'ers kunnen aan de slag als docent algemene of bedrijfseconomie of als leraar maatschappijleer. 'De uitbreiding past bij het bredere profiel waar de UT op mikt', zegt Terlouw die hoopt dat er uit de niet-technische hoek meer animo komt. 'Met name de faculteit BSK ziet dit ook als een wervingsinstrument', zegt hij. 'Voor scholieren betekent het dat je met je studie ook leraar kunt worden, dat breidt de mogelijkheden uit.'
Dat mag zo zijn, de jonge garde kiest tegenwoordig nauwelijks nog voor een baan als docent. 'De gemiddelde leeftijd van natuurkundeleraren ligt rond de vijftig', schat Terlouw. 'Jongeren vinden het imago kennelijk nog steeds niet sexy genoeg.'
De UT zet daarom vooral in op de zij-instromers, personeel uit het bedrijfsleven bijvoorbeeld dat een functie in het onderwijs ambieert. Vorig jaar sloegen de UT, de Universiteit van Amsterdam en de Christelijke Hogeschool Windesheim in Zwolle de handen ineen om het lerarentekort aan te pakken door de zij-instroom aan te boren. Een in mei geopende nevenvestiging van de UT op de hbo-instelling, zorgt ervoor dat zij-instromers vanuit Zwolle toch een eerstegraads lesbevoegdheid kunnen halen.
Het initiatief loopt goed, volgens Terlouw. Momenteel doen 25 docenten in spe de eenjarige opleiding. Ook de drie nieuwe opleidingen zijn straks voor de zij-instromers toegankelijk. Terlouw: 'Binnenkort praten we met het college over de plannen voor de samenwerking met Zwolle. We willen onze deelnemers steeds meer alternatieven gaan bieden, ook met behulp van teleleren. En we willen laten zien dat je niet per se voor de klas hoeft te eindigen, didactische vaardigheden komen ook in andere activiteiten van pas. Denk aan het opzetten van onderwijsprojecten in ontwikkelingslanden, heel nuttig wanneer iemand dan een didactische achtergrond heeft.'
Volgens Terlouw heeft alle aandacht voor de tekorten in het onderwijs wel voor een herwaardering gezorgd. 'We hebben de bodem gezien, heb ik het idee. Op de pedagogische academies trekt de instroom weer aan. Hoe dat komt? Denk aan de salarissen, daar wordt vanuit de overheid nu wat aan gedaan. De arbeidsomstandigheden worden beter, gebouwen en werkplekken. En in het voortgezet onderwijs is een modernisatie gaande, niet in het minst als resultaat van de ICT-impuls.'
Ook komt er meer aandacht voor de werkdruk in het onderwijs. 'In de regio lopen experimenten met onderwijsassistenten. Die verrichten de uitvoerende taken. De leraar wordt op die manier meer een manager, een coach die assistenten kan inzetten en aansturen. Niet langer alleen iemand die als een dof figuur voor de klas staat en met propjes wordt bekogeld.'
Wie tegenwoordig tekent voor een lerarenopleiding staat over het algemeen binnen de kortste keren voor de schoolbanken. Terlouw: 'De wet op de zij-instromers maakt het mogelijk dat mensen meteen aan de slag gaan terwijlwij ze opleiden. Nu ja, meteen. Ze worden wel goed begeleid hoor.' Lacht. 'Om iemand zomaar voor de klas te zetten, dat kan desastreuze gevolgen hebben.'