Universitaire onderzoekers hebben te veel vrijheid om eigen keuzes te maken. In plaats daarvan moeten ze gedwongen kunnen worden om onderzoek te doen dat voor de industrie van belang is. Dat vindt de chemische industrie.
'We hebben in Nederland doorgevoerd dat universiteiten min of meer zelfstandig zijn, een hoop geld krijgen en hun eigen keuzes mogen maken. Ik denk dat je dat voor een deel terug zal moeten draaien', zegt directeur Peter Noordervliet van de VNCI, de werkgeversvereniging van de chemische industrie, in een interview met het Chemisch Weekblad.
De VNCI-directeur wil dat overheid en industrie convenanten afsluiten over de koers van wetenschappelijk onderzoek. Die koers moet bindend voorgeschreven worden. 'Geen uitvluchten, gewoon doen', aldus Noordervliet. 'Alleen mensen die zich houden aan de afspraken krijgen geld.'
De uitspraken van Noordervliet lijken het symptoom van een flink meningsverschil tussen universiteiten en bedrijfsleven. Want de klacht van de chemische industrie staat niet op zich. Ook werkgeversfederatie VNO-NCW vindt dat universiteiten het belang van samenwerking met het bedrijfsleven 'wel steviger mogen aanzetten', zegt secretaris technologiebeleid Joke van den Bandt.
'Universiteiten zouden bijvoorbeeld systematischer moeten werken met adviesraden uit het afnemend veld', zegt Van den Bandt. 'Als er extra geld voor onderzoek komt, moet dat volgens ons via de landelijke onderzoeksorganisatie NWO verdeeld worden. Daar moeten dan ook de netwerken met het afnemend veld versterkt worden.'
Volgens de vereniging van universiteiten VSNU daarentegen wordt het `afnemend veld' al flink bediend. Ongeveer een derde van het universitaire onderzoek - goed voor 800 miljoen gulden - zit in programma's die gestuurd worden door de Europese Unie en NWO. Daar komt nog eens een flink stuk onderzoek bij (voor in totaal één miljard gulden) dat rechtstreeks in opdracht van de afnemers wordt verricht.
Het beeld dat Noordervliet schetst, als zouden onderzoekers uitsluitend hun eigen wetenschappelijke nieuwsgierigheid volgen, klopt niet, zegt een woordvoerder van de VSNU dan ook. Nergens buiten de universiteit mogen werknemers 'voor honderd procent doen waar ze zin in hebben', aldus Noordervliet. Maar, weerspreekt de VSNU, ook binnen de universiteit komt dat niet voor. 'Wat dat betreft lijken Noordervliets uitspraken me borrelpraat.'