Hartslag, onze beleidsvisie

| Redactie

(hieronder volgt de integrale tekst van de memo van het nieuwe College van Bestuur) Van:College van Bestuur Aan:Alle leden van de universitaire gemeenschap De Universiteit Twente is een ondernemende universiteit. Al vele jaren sieren wij ons met het epitheton 'ondernemend' en wij zijn er trots op dat dat ondernemende karakter internationaal de aandacht heeft getrokken en zelfs tot voorbeeld wordt

(hieronder volgt de integrale tekst van de memo van het nieuwe College van Bestuur)

Van:College van Bestuur

Aan:Alle leden van de universitaire gemeenschap

De Universiteit Twente is een ondernemende universiteit. Al vele jaren sieren wij ons met het epitheton 'ondernemend' en wij zijn er trots op dat dat ondernemende karakter internationaal de aandacht heeft getrokken en zelfs tot voorbeeld wordt gesteld. De term 'ondernemende universiteit' staat internationaal inmiddels voor een beeld van de moderne universiteit waarin academische expertise en vorming worden gekoppeld aan maatschappelijke betrokkenheid.

De Amerikaanse onderzoeker Clark concludeert dat ondernemende universiteiten aan vijf condities dienen te voldoen willen zij succesvol zijn: een versterking van het centrale universitaire bestuur, het tot stand brengen van een aantal organisatorische eenheden die zich nadrukkelijk richten op de relaties met de buitenwereld, een diversificatie van de bekostigingsgrondslag, een versterking van de onderlinge samenwerking in de academische basiseenheden en een gentegreerde ondernemende cultuur. Volgens Clark is de Universiteit Twente vooral succesvol vanwege haar aandacht voor de relaties met de buitenwereld, de diversificatie van haar bekostiging en haar ondernemende cultuur. De samenwerking tussen de academische basiseenheden en de versterking van het centrale bestuur zouden nog verder kunnen worden ontwikkeld, zo meende Clark in 1998.

Gedurende de afgelopen jaren zijn aan de Universiteit Twente diverse ontwikkelingen in gang gezet die het ondernemende karakter van de UT verder trachten uit te bouwen. Om de samenwerking tussen de academische basiseenheden te vergroten zijn in het onderwijs het Major-minor concept en de multidisciplinaire ontwerpopdrachten geïntroduceerd; in het onderzoek groeit de samenwerking met name in de multidisciplinaire onderzoekprogramma's. Daarnaast is de externe oriëntatie nog steeds sterk, blijven de tweede en derde geldstromen op een hoog niveau en groeit de aandacht voor contractonderwijs.

Op centraal universitair niveau is een vernieuwing van het bestuur ingezet met de nota 'Naar een nieuw elan', inmiddels gevolgd door een verandering van de centrale bestuursstructuur.

In dit memo ontvouwen wij onze beleidsvisie voor de komende jaren. Vanzelfsprekend wordt het Instellingsplan 2000 - 2005 daarbij als uitgangspunt en kader genomen. Maar, zoals hierna zal blijken, worden ook enkele nieuwe accenten geplaatst.

De veranderende omgeving

Een van de belangrijkste kenmerken van ondernemende universiteiten is hun vermogen snel en adequaat te reageren op veranderende omgevingscondities. De Universiteit Twente tracht haar omgeving voortdurend te analyseren opdat een effectieve strategie kan blijven worden uitgezet.

Het Instellingsplan biedt een goede beschrijving van enkele belangrijke ontwikkelingen in onze omgeving. In dat plan wordt gewezen op het belang van de steeds sneller plaatsvindende internationalisering, op de opkomst van de informatie- en communicatietechnologie, op de terugtredende overheid, de veranderende vraag naar kennis en de toenemende concurrentie op de markt voor hoger onderwijs en onderzoek.

Wij onderschrijven deze beschrijving en zijn van mening dat in de huidige kennismaatschappij een verschuiving optreedt van een voornamelijk aanbodgestuurde onderwijs- en onderzoeksmarkt naar een vraaggestuurde markt. Als gevolg daarvan (en van de hierboven genoemde ontwikkelingen) is sprake van een uitbreiding van de doelgroepen van de universiteit (bijvoorbeeld afstandstudenten, vraag naar continuing professional education, maar ook nieuwe samenwerkingsstructuren in het onderzoek, zoals facility sharing). De uitbreiding van de doelgroepen en het ontstaan van nieuwe samenwerkingsverbanden (soms wel aangeduid als 'kennisnetwerken') bieden de mogelijkheid nieuwe geldstromen aan te boren. Maar daarnaast geldt ook dat er een geheel nieuw concurrentielandschap ontstaat, dat onder meer gekenmerkt wordt door nieuwe aanbieders (o.a. private universiteiten) en strategische allianties tussen partijen.

Gegeven deze ontwikkelingen zullen universiteiten willen proberen hun eigen 'niche' te vinden en een strategische balans te zoeken op basis van de eigen sterktes in onderwijs en onderzoek. Dit impliceert dat, waar universiteiten nu redelijk autarkisch zijn, er in de toekomst nieuwe afhankelijkheden zullen ontstaan (bijvoorbeeld ten aanzien van de uitruil van leermaterialen of het gezamenlijk entameren van onderzoek). Het universitaire landschap zal wereldwijd verder stratificeren.

De informatie- en communicatietechnologie zal deze ontwikkeling extra stimuleren en faciliteren. Universiteiten (zoals de UT) die een open oog hebben voor de kansen (en bedreigingen) van ict zijn daarbij in het voordeel, zo menen wij.

Accent op primaire processen

Wij zijn van mening dat de dynamiek in de (internationale) omgeving van de UT om een verdere versterking van het ondernemendekarakter van onze universiteit vraagt. Centraal in die visie staat de wens de ondernemende Universiteit Twente nader te ontwikkelen door middel van een verdergaande versterking van het 'academische hart': de primaire processen. Zoals al aangegeven in de analyse van Clark is een samenwerkend academic heartland een belangrijke voorwaarde voor het succes van een ondernemende universiteit. Wij menen dat, om adequaat te reageren op de kansen en bedreigingen in de omgeving, 'een sterk academisch hart' zelfs de cruciale succesfactor is.

Een sterk academisch hart in een ondernemende universiteit vraagt om een sfeer van academische collegialiteit waarin, als nodig, beslissingen kunnen worden genomen waarin deelbelangen ondergeschikt worden gemaakt aan het instellingsbelang. Het tot stand brengen van een dergelijke collegialiteit zien wij als een van de belangrijkste uitdagingen voor de komende jaren.

In het Instellingsplan 2000 - 2005 wordt nadrukkelijk aangegeven dat de UT haar onderwijs op de huidige, zeer hoge, kwaliteitsniveaus wil houden maar anderzijds ook wil vernieuwen en uitbreiden. De ingezette vernieuwingen zullen met kracht worden voortgezet en het aanbod in de initiële en de post-initiële fase zal worden uitgebreid. Wat dit laatste betreft, zijn de recente adviezen van de Adviescommissie Opleidingenaanbod (ACO) bijzonder welkom.

Ten aanzien van het onderzoek stelt het Instellingsplan dat het accent de komende jaren zal liggen op selectiviteit (concentratie op een aantal speerpuntgebieden), multidisciplinariteit, kwaliteit en relevantie. Daarnaast wordt aangegeven dat de focus gericht zal worden op een programma-georiënteerd onderzoekbeleid, waarin een onderscheid zal bestaan tussen funderend, kansrijk en speerpuntonderzoek. Ook deze lijnen zullen door ons nadrukkelijk worden doorgezet. De ingeslagen weg zal ook in de komende jaren worden gevolgd.

Wij zijn voornemens de primaire processen van onderwijs en onderzoek te versterken langs de lijnen zoals aangegeven in het Instellingsplan. Een dergelijke versterking in onze visie dient zich te richten op de academische basiseenheden waarin de primaire processen gestalte krijgen. Maar anderzijds ook, en vooral, op de onderlinge samenwerking tussen die basiseenheden. Het is deze samenwerking waardoor de nagestreefde hoge kwaliteit van ons onderwijs en onderzoek moet blijven worden gerealiseerd. In het onderwijs betreft die samenwerking de coherentie en attractiviteit van onze opleidingen. In het onderzoek de multidisciplinaire samenhang van onze onderzoekprogramma's.

Programma's centraal

Wij zijn van mening dat de nadruk gedurende de komende jaren dient te liggen op de programma's van de primaire processen, datwil zeggen op onderwijsprogramma's en onderzoekprogramma's. In onze opvatting dienen deze programma's als vanzelfsprekend de onderwerpen te zijn waarop onze energie (zowel in academisch-inhoudelijke als in bestuurlijke zin) zich richt. Het academisch hart van de UT klopt in onze onderwijs- en onderzoeksprogramma's.

Wij streven ernaar onze onderwijs- en onderzoekprogramma's zodanig te ondersteunen dat een maximale versterking van die programma's kan worden gerealiseerd. Zo'n ondersteuning dient o.m. tot uitdrukking te komen in adequate bekostigingsmethoden (die derhalve programma-georiënteerd dienen te zijn), zinvolle kwaliteitszorgsystemen en een stimulerend human resources-, infrastructuur- en vastgoedbeleid. Daarnaast zullen de diverse ondersteunende systemen van een integrale focus op de primaire programma's uit dienen te gaan.

Ook in bestuurlijke zin zal het accent naar onze mening op de onderwijs- en onderzoekprogramma's moeten komen te liggen. Dit impliceert een verschuiving van de bestuurlijke aandacht van faculteiten naar verzamelingen van opleidingen respectievelijk onderzoeksprogramma's. Daarbij zal worden nagegaan of een bestuurlijk model van Schools and Institutes in de UT kan worden ingevoerd.

Onder de naam Hartslag wensen wij gedurende de komende jaren een beleid te voeren dat gericht is op de versterking van de primaire processen. Het aanknopingspunt voor dat beleid wordt gevonden in de onderwijs- en onderzoekprogramma's van onze universiteit. Door een versterking van die programma's streven we naar een verdere ontwikkeling van het ondernemende karakter van de UT.

Ter ondersteuning van dit beleid hebben wij een speciale taskforce in het leven geroepen, initieel samengesteld uit vertegenwoordigers van een aantal diensten. Deze taskforce zal onder leiding staan van Pieter Binsbergen en zal direct aan ons rapporteren. Wij verwachten dat de taskforce een nader plan van aanpak op 1 mei 2001 gereed zal hebben.

Wij wensen de taskforce veel succes en spreken de verwachting uit dat een ieder deze groep in haar werk zal ondersteunen en zich zal willen inspannen om de in deze notitie verwoorde visie te helpen realiseren.

Wij zullen daarin graag het voortouw nemen en onze ideeën, voorstellen en vragen, na 1 mei, aan u voorleggen.

Met vriendelijke groet,

Frans van Vught

Peter Apers

Hugo Barbas

Huib de Jong

Hans Roosendaal

1 maart 2001

Literatuurverwijzingen

1. Zie: H. van den Kroonenberg, Ondernemen met Kennis, Twente University Press, Enschede, 1996

2. Bijvoorbeeld:

Twente Vision that is Taking it into the Future, The Times Higher Education Supplement, London, May 22, 1998, p.1

Twente University in the Netherlands Adapts tot Changes in European Higher Education, The Chronicle of Higher Education, Los Angeles, November 11, 1997, p. A48

3. B.R. Clark, Creating Entrepreneurial Universities, Pergamon Elsevier, Oxford/New York, 1998

4. F.A. v. Vught, Een Sterk Academisch Hart, Rede Opening Academisch Jaar, Universiteit Twente, 1998/99

5. E.R. Lynton, Reversing the Telescope, Bulletin of the American Association for Higher Education, vol. 50, no. 7, March 1998, pp. 8-10

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.