Echt tevreden over zijn snufje is Koen Commissaris niet. 'Volgens de jongens van stromingsleer heb je met zo'n aërodynamische bol te veel last van turbulentie', zegt hij.
Bol? We zien geen bol. Op de werktafel van Commissaris, sinds maandag electrotechnisch ingenieur, staat een metalen pilaartje op een dito sokkel, dat wel. 'De bol was niet zozeer mijn pakkie-an', verklaart hij, 'maar die kun je er natuurlijk zo opzetten.' Want zonder bol werkt zijn capacitive anemometer niet.
De pilaar steekt in een veerkrachtig fosforbronzen membraan. Als de bol wind vangt, slaat de pilaar uit. 'Hoe ver en waarheen', legt Commissaris uit, 'hangt uiteraard af van de kracht van de wind en de richting ervan.' De truc is dat de uitslaande pilaar een electrisch signaal genereert, zodanig dat de computer zeer nauwkeurig windsnelheid en -richting kan afleiden.
Commissaris: 'Onder het membraan bevindt zich een parallel geleidend oppervlak. De afstand tussen beide staat garant voor een zekere electrische capaciteit. Die capaciteit verandert lokaal wanneer het membraan door de uit het lood geblazen pilaar ingedrukt wordt. De software rekent de verschillen om in corresponderende windrichting en meters per seconden.'
De windmeter is in principe goedkoop, slijtvast en nauwkeurig. Hij herkent tochtjes van enkele milinewtons tot aan orkanen van een kilo (10 newton). Commissaris: 'Alleen reageert het oppervlak van zo'n bol dus niet goed op turbulentie.' Hij bouwde het ding voor ingenieursbureau Smartec, dat ook vochtigheidsmeters en thermometers op de markt brengt. 'Ronduit enthousiast ben ik niet. De capacitieve techniek is zeer geschikt, maar qua bol moet er iets beters bedacht worden.'