Uit het lood

| Redactie

Ons huis bestaat bij gratie van de traditie. Daarom is mij van kindsbeen bijgebracht onze tradities trouw te zijn. Al onze tradities, dus ook de jacht. Niet voor mijn plezier, maar zuiver uit plichtsbetrachting ga ik dus altijd mee naar onze kroondomeinen. De traditie leert dat daarbij geen buitenstaanders aanwezig mogen zijn. En al helemaal geen pers. U zult begrijpen waarom. Mocht een van ons onverhoopt met zijn jachtgeweer iemand neerschieten, dan is de monarchie er bij gebaat dat dit geheim blijft. Een vorst dient zijn onderdanen te beschermen, niet af te schieten. Nadeel van deze beslotenheid is dat er allerlei spookverhalen de ronde gaan. Er zou sprake zijn van beestonwaardige toestanden. De Dierenbescherming heeft zelfs gemeend mij daarom niet langer als haar beschermvrouwe te kunnen handhaven. Als gezegd, dit berust op een misverstand. Op deze mij gegeven plek wil ik dan ook gaarne uit de doeken doen hoe het er werkelijk aan toe gaat tijdens onze jachtpartijen.

Drijfjacht

De jacht begint met het uitzetten van het aas. Toen mijn zusjes en ik nog jong waren, werden wij met een mandje de domeinen opgestuurd om op een stuk open terrein truffels in de mollengangen te stoppen. Papa had ons uitgelegd dat mollen bij het vallen van de avond altijd een inspectietocht door hun gangen maken. De gevangen prooien - wormen en larven, maar nu ook de truffels - duwen ze daarbij voor zich uit naar hun voorraadkamers. Zo maken de mollen onbedoeld een ondergronds geurspoor van truffels.

De volgende dag begint het grote werk. Met honden en stokken drijven de drijvers zoveel mogelijk wilde zwijnen naar het terrein met de truffels. Zwijnen zijn gek op truffels. Zodra ze het ruiken steken ze hun snuit in de mollengang. En het spoor volgend wroeten ze vervolgens als waanzinnigen het hele gangenstelsel open. De mollen weten niet wat hen overkomt. Voortgedreven door de zwijnen vluchten ze naar de uiteinden van hun gangen: de drinkplaatsen aan de slootkant. En daar staan onze schutters al klaar. Zodra een mol z'n snuitje boven de grond steekt krijgt hij een schot hagel tussen zijn blinde oogjes. Op topdagen schieten we zo wel 30 mollen.

De mollen lijden niet, dat weet ik zeker. Toch proberen dierenbeschermers zo af en toe een mol te redden. Ze gaan dan voor de zwijnen staan. Maar dat kan levensgevaarlijk zijn. Een zwijn dat truffels ruikt is niet te stuiten. Met mijn mandje met truffels placht ik in zo'n geval de zwijnen om te leiden. Ik was immers de beschermvrouwe. Maar dat hoeft dus nu niet meer. En eigenlijk is dat maar goed ook. Als de kroonprins met een geweer op het veld staat, kan de vorst maar beter ver uit de buurt blijven. Dat voorkomt Nepalese toestanden. Traditie of niet.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.