Mr. Frank Groot (CenT)
'Ik beschik niet over informatie dat de UT een dergelijk onderzoek gaat doen. Naar mijn mening zou het verspild geld zijn. Octrooien zijn niet of nauwelijks in geld te waarderen omdat het volstrekt ongewis is of een uitvinding daadwerkelijk tot producten leidt die met succes verkocht kunnen worden. Daar komt erg veel bij kijken. Hooguit kan men over de potentie van een uitvinding iets zeggen, maar een uitvinding in geld waarderen is mijns inziens een nagenoeg onmogelijk zaak. Ook weet ik niet of er tussen de UT-octrooien spannende exemplaren zitten. Iedere uitvinder zal je melden dat zijn of haar uitvinding spannend is.'
Gerard Kleinsman (Informatie en Communicatie, Facilitair Bedrijf)
'De octrooien van de UT worden niet centraal bijgehouden. Het is een zaak van de faculteiten en de individuele wetenschappers.'
Dipl. ing. Bernd Krause (Membraantechnologie)
'De afgelopen twee jaar ben ik met drie patenten in de weer geweest. Vanwege onze partner wil ik daar verder niet veel over zeggen. Iedere onderzoeksgroep of professor heeft zo z'n eigen gedachten en verwachtingen bij een aanvraag. Het lijkt me niet nodig om dit proces centraal vanuit de UT te sturen of bij te houden, maar een instantie waar je hulp kunt krijgen bij het doen van de aanvragen kan misschien wel nuttig werk doen.'
Carla Weber (secretaresse bij Supramoleculaire Chemie en Technologie)
'Twee maand geleden heb ik onze patenten via het European Patent Office helemaal bijgewerkt. Ze komen uiteindelijk in het centrale onderzoeks- en informatiesysteem van de faculteit. Dat werk ik tegen het eind van het jaar helemaal bij voor het jaarverslag van de faculteit. Ook de VSNU onttrekt daar geloof ik informatie van. De lijst van patenten is behoorlijk lang. Sinds 1988 tel ik voor professor Reinhoudt een aantal van dertig.
'Het is lastig om alles precies op een rij te krijgen. De onderverdelingen en nummeringen lopen door elkaar heen: soms komt uit het ene patent een ander voort, en terwijl het ene patent geldig is binnen een bepaald Europees land geldt een ander ook weer in de VS, etc.'
Dr. Piet Dijkstra (Polymeerchemie en Biomaterialen)
'Eigenlijk vraag je een patent aan om het op korte termijn goed te verkopen. Als dat niet gebeurt, ben je voordat je het weet tien of twintig jaar verder. En wie zegt me wat het dan nog waard is?
'Het exact formuleren van de claims is een rotklus en kost veel tijd. De hulp van het patentbureau is noodzakelijk om een volledige dekking te krijgen. Gemiddeld eens in de twee jaar krijg ik met dit werk te maken.
'De "mogelijke" waarde van een octrooi is vooraf onmogelijk in te schatten. De waarde zie je pas als het patent verkocht is. Het binnengehaalde bedrag van de verkochte patenten zou me veel meer zeggen over de UT dan de mogelijke waarde in de toekomst. Soms heb je ook lastig meetbare indirecte revenuen, bijvoorbeeld als je vervolgonderzoek kunt binnenhalen op de omschreven kennisgebieden.
'Centrale sturing van het octrooibeleid op de UT lijkt me moeilijk, maar aan de andere kant ben ik ook niet erg gelukkig met de situatie zoals die nu is. Soms lopen de resultaten van fundamenteel onderzoek te ver voor op de markt. Het internationaal vasthouden van patenten kan tienduizenden guldens per jaar bedragen. Het is daarom nog niet zo gek om een lange termijn relatie op te bouwen met een aantal bedrijven die je in staat stellen om structureel fundamenteel onderzoek te verrichten. Op de UT hebben we ervaring met het in goed overleg uitvoeren van generiek onderzoek voor bedrijven. Die gaan trouwens ook steeds meer inzien dat ze dergelijk onderzoek echt nodig hebben.
'Het patentwerk en de belangrijkste revenuen kunnen dan naar de bedrijven gaan. Bij echt grote technische vondsten zou een bedrijf dan inderdaad alles voor zichzelf eruit kunnen halen, maar met gezond verstand moet men in die speciale gevallen toch samen een verdeelsleutel kunnen vinden.'