Het college wilde discussie, discussie heeft het gekregen. Huib de Jong, portefeuillehouder onderwijs, staat met een microfoon in de kantine van het EL/TN-gebouw, en hij zegt het nog maar een keer: 'We hebben ze bedoeld als discussiestukken.' Het college van bestuur is on tour. De Hartslagmannen gaan de faculteiten in om alles nog eens rustig uit te leggen.
Dinsdagmiddag, schafttijd: de EL/TN-kantine zit aardig vol. Deels met medewerkers, deels met de CvB-roadcrew: behalve De Jong, Apers, Roosendaal en Barbas - alleen Van Vught ontbreekt tijdens deze eerste sessie - telt het campagneteam een peloton beleidsmedewerkers en een voorlichter. Achterin roezemoezen pauzerende studenten.
'Helaas heeft niet iedereen ze zo begrepen' vervolgt De Jong. 'Maar gelukkig is de discussie losgebarsten, getuige het UT-Nieuws van vorige week.' De voormalig BSK-decaan lijkt te zinspelen op het interview met de HRM-hoogleraar Looise en op de ingezonden brieven van P&O-man P.M. Groot en Dick Meijer, de U-raadvoorzitter die op eigen titel schreef.
Looise deelde in niet mis te verstane bewoordingen mee dat de communicatiestrategie van het CvB niet deugt. Groot sprak zijn twijfels uit over de waarde van het schools & institutes-model, en schetste een alternatief: moderne faculteiten met een moderne decaan. Meijer ging een stap verder door het college te betichten van een dubbele agenda.
Volgens de U-raadvoorzitter is 'het nieuwe vijfkoppige bestuurscollege steeds van plan geweest de universiteit naar zijn hand te zetten door het restant decentrale autonomie en zelfstandige verantwoordelijkheid voor onderzoek en onderwijs met wortel en tak uit te roeien.'
Meijer zit ook in de kantine. Maar nu is het woord aan Huib de Jong, die fijntjes vervolgt: 'In het UT-Nieuws stonden twee waardevolle bijdragen, één van collega Looise en één van de heer Groot.' Over Meijer geen woord, zelfs geen kwaad.
De Jong: 'Sommigen onder u denken dat één faculteit betekent dat het CvB alle decaanbevoegdheden naar zich toe wil trekken. Laat ik u dit zeggen: daar is het college te dom voor. Natuurlijk kan niemand beter wetenschappers aantrekken dan de decaan en zijn leerstoelhouders zelf. Daar wil het college niets aan veranderen. Straks komt die taak toe aan de dean van de school en aan de directeur van het institute.'
Uit de zaal: 'Maar als alles toch hetzelfde blijft, waarom moet dan alles toch weer anders?' De zaal lacht, De Jong ook. 'Het lijkt op bordjes verhangen, maar het is veel meer. Het CvB wil dat het middenkader van deze universiteit flexibeler wordt. Daar is een reorganisatie voor nodig, waarbij de faculteit als eenheid in de weg zit.
'Maar volgens de wet moet een universiteit minstens één faculteit hebben. Dus hebben we bedacht om dan maar van de hele universiteit één faculteit te maken. Naar het voorbeeld van Wageningen, overigens. Het is een juridische kwestie. Op deze manier wordt het mogelijk de verantwoordelijkheden en bevoegdheden anders in te richten.'
'Naar centraal zeker!', roept iemand. 'Nee', reageert De Jong, 'juist niet. Het is de bedoeling om het middenkader anders in te vullen. Slagvaardiger, zodat er beter ingespeeld kan worden op de snel veranderendemaatschappij.' 'Slagvaardiger ja. Door de faculteitsraden af te schaffen zeker!', kaatst een vrouw.
'Formeel zijn die niet meer nodig, nee', geeft De Jong toe. 'De huidige U-raad wordt als het ware de enige faculteitsraad. Maar we kunnen de medezeggenschap voor schools en institutes toch regelen in speciale commissies?' Wederom roept iemand iets over het verhangen van bordjes. De Jong werpt nogmaals zijn 'snel veranderende netwerkmaatschappij' in de strijd. 'Dat is geen antwoord', briest de man, en beent boos weg.
'Ander punt', oppert De Jong, 'de ontkoppeling van onderzoek en onderwijs. Sommigen onder u denken dat het college het doorsnijden van de banden tussen de twee primaire processen van deze universiteit voorstaat. Neen. Wat het CvB bepleit is een effectuering. Alle wetenschappers zitten straks in de schools. De institutes huren in wie ze nodig hebben.'
Een medewerker: 'Maar voor je dat voor elkaar hebt, hoeveel extra energie vergt dat van de werkvloer?' De Jong: 'Gegarandeerd een hoop, maar dat is inherent aan reorganiseren. Uiteindelijk zullen de schools en institutes de wetenschappers en docenten meer rust bieden. We verwachten dat de werkdruk zal dalen.'
Dezelfde medewerker: 'Daar houd ik u aan. Laten we de werkdruk als lakmoesproef nemen!' De Jong, met evenveel decibel: 'Uitstekend, dat doen we!'
![]()