Over en sluiten

| Redactie

Vroeger had je Afweergeschutte, voornaam Frits, de oude vice-voorzitter van het college die als weinig anderen een vijandige gestelde bal (of, qua beeldspraak: een hard op de man geschoten vraag) op zijn borst kon doodleggen. Vaak gaf hij dan een streep naar het overliggende doel, soms legde hij het vraagje met een tikkie breed. Afweergeschutte was de man die je voor een lastige zaaltje zette.

Rocket shield

Genoeg beeldspraak? Vooruit, nog eentje. Het nieuwe college gaat met zijn tijd mee. Alles moet Amerikaans: schools and institutes, mienors and mainors (zo zei Hermans, Loek dat: 'Goed initiatief, dat minor-minor'), bachelors and masters, students and unions. En dus is Afweergeschutte vervangen door het laatste defensiesnufje uit de VS: een heus rocket shield, en wel in de persoon van Huib de Jong.

Dit nieuwbakken collegelid had de pittige opdracht om als kannonenvlees de kantine van het EL/TN-gebouw te betreden. Hij mocht de werkvloer gaan uitleggen waarom Hartslag zo'n slecht idee nog niet is. Zo maak je van een kantine een schiettent.

De Jong wordt binnenkort ontboden in het Pentagon. 'Adviseer ons', zegt George Dobbeljoe. Collin Powell notuleert. De Jong heeft zich afgelopen dinsdag in die EL/TN-kantine namelijk gedragen als een hightech raketschild. Vijandige raket: 'U gelooft toch niet echt dat het goed komt met die schools and institutes? Het schild: 'Ik ben een calvinist. Ik geloof überhaupt niet dat het hier op aarde nog goed komt.' Raket gestopt, lontje geblust. Het schild denkt ondertussen na over hoe de punt honderdtachtig graden te draaien. Tegelijkertijd strijkt het schild een lucifer af voor het lontje.

Kalf

Als het kalf verdronken is, dempt men de put. In de hoop dat er niet nog meer kalveren verdrinken. Al is het voor het verdronken kalf rijkelijk laat.

Moraal: er moet eerst iets flink misgaan voordat men maatregelen treft.

Neem het Hogedruklab. Pas na de explosie in 1998 ging men voldoende aandacht aan de veiligheidsvoorschriften besteden.

Neem rsi. Pas wanneer er mensen thuiszitten die van ellende hun veters niet meer kunnen strikken snapt men dat het toch niet tussen de oren zit en treft men maatregelen.

Neem werkdruk. Pas wanneer werknemers jankend met een burn out in bed blijven liggen, bedenkt men dat de stapels werk weleens te hoog zouden kunnen zijn.

Neem vuurwerkfabrieken in woonwijken. Pas wanneer er eentje ontploft bedenkt men dat het toch wel erg riskant is, zo'n fabiek.

Neem veiligheid in cafés. Pas wanneer tientallen jongeren ernstig verbranden controleert men de nooduitgangen maar weer eens.

Stom stom stom. Want je kan op je vingers natellen dat het nooit goed kan gaan: jarenlang onder hoge druk werken, een vuurwerkfabriek in een woonwijk, en een put in een weiland vol kalveren. Toch wachten we rustig tot de bom barst.

Deze week kun je iets soortgelijks lezen. Meer dan de helft van alle studenten loopt zonder inboedelverzekering rond. En dat terwijl er al genoeg kalveren verdronken zijn, zou je zeggen. Wij hebben persoonlijk plenty afgebrande huizen gezien vorig jaar.

Maar misschien dat eerst je eigen kamer in de hens moet voordat het indrukmaakt?

Alleen valt er dan nog bitter weinig te verzekeren.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.