Grontmij buiten beeld

| Redactie

De Grontmij verdwijnt na veertig jaar van de campus. Het bedrijf, dat al sinds de bouw van de universiteit betrokken is bij ontginning, ontwikkeling en onderhoud van het terrein, komt na 1 september niet in aanmerking voor een nieuwe contractperiode. De zeven vaste medewerkers, allen tussen de acht en twintig jaar werkzaam op de campus, moeten omzien naar ander werk. De Grontmij viel al in de pre-

De Grontmij verdwijnt na veertig jaar van de campus. Het bedrijf, dat al sinds de bouw van de universiteit betrokken is bij ontginning, ontwikkeling en onderhoud van het terrein, komt na 1 september niet in aanmerking voor een nieuwe contractperiode. De zeven vaste medewerkers, allen tussen de acht en twintig jaar werkzaam op de campus, moeten omzien naar ander werk.

De Grontmij viel al in de pre-selectiefase van een Europese aanbestedingsprocedure af. De aanbestedingsprocedure voor het onderhoudswerk op het UT-terrein wordt voortgezet met zeven andere gegadigden en krijgt de komende weken zijn beslag. Zolang die procedure niet is afgerond geeft Ben Olde Agterhuis, hoofd van het Facilitair Bedrijf en formeel opdrachtgever van de Grontmij, 'geen enkel commentaar.' Ook CvB-portefeuillehouder Hugo Barbas doet - om dezelfde reden - geen mededelingen. Ondertussen heerst onder de Grontmij-medewerkers ongeloof en verbijstering.

Jos ter Woerds is uitvoerder bij de Grontmij en bewoont sinds 1992 een deel van 'Erve Holzik' ('dat was toen een eis van de UT'), het boerderijencomplex op de campus dat dienst doet als kantoren- en opslagfacilteit voor de Grontmij. Voor hem en zijn medewerkers kwam het bericht als een donderslag bij heldere hemel. 'Dat de UT meer concurrentie wil en zelfs ook moet betrekken bij de aanbesteding van dit soort werk, dat begrijp ik volkomen. Maar er heerst bij ons een enorm stuk onbegrip over het feit dat we niet eens in de gelegenheid zijn gesteld om een marktconforme offerte uit te brengen.'

Na de pre-selectie, een soort, 'sollicitatiefase' volgend op een advertentieronde, kreeg de Grontmij namelijk al te horen dat het bedrijf 'niet tot de zeven meest geschikte' behoorde. Met name op 'referentieprojecten' (in het verleden gerealiseerde vergelijkbare projecten) scoorde de Grontmij te laag, zo heette het. Dit ondanks het feit dat het project 'campus', compleet met een door de UT bijgeleverde 'tevredenheidsverklaring', als referentie deel uitmaakte van de ingediende stukken.

Ter Woerds: 'De UT is altijd een goede opdrachtgever geweest en ik beticht ook niemand ergens van. Onze jongens blijven zich tot de laatste dag inzetten voor het terrein; voor het onderhoud, maar ook voor het verlenen van hand- en spandiensten, zoals nu bij de voorbereidingen voor het lustrumconcert. Maar zo'n bericht doet wel heel erg pijn. Kijk, als we nou te duur waren geweest, hadden we dat kunnen begrijpen. Dat hoort bij het risico van ondernemen. Maar nu zijn we al op voorhand buiten spel gezet, en dat komt hard aan. We hadden van alles verwacht, behalve dit.'

René Bussink, projectleider van de Grontmij in Zwolle, deelt de verbazing van zijn medewerkers op de campus. 'Op hun werk is nooit iets aan te merken geweest. En ik weet zeker dat wij zeer goed in staat zijn om een concurrerende aanbieding te doen. Maar die kans hebben we nu niet gekregen en dat is zuur.' Bussink betwijfelt of de UT straks voordeliger uit zal zijn. 'We hebben met het Facilitair Bedrijf onder andere gesproken over andere contractvormen. Maar voordat we daarover serieus van gedachten konden wisselen, stond de advertentie voor de Europese aanbesteding al in de krant.'

Er rest Ter Woerds en Bussink weinig anders dan met hun medewerkers gesprekken te voeren over hun herplaatsing en met de UT te praten over de eventuele ontruiming van het - door de Grontmij destijds fors gerenoveerde - Erve Holzik. Wel wil Bussink ook het Facilitair Bedrijf van de UT nog betrekken bij het zoeken naar oplossingen voor het Grontmij-personeel: 'Ik kan me voorstellen dat onze opvolger belang heeft bij het overnemen van een aantal mensen die het terrein hier als hun broekzak kennen. Bovendien voelen die jongens zich haast net zo veel UT'er als Grontmij-medewerker, dus ik vind dat we daar ook een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid in hebben.'


De Grontmij, sinds de ontginning van landgoed Drienelo 40 jaar geleden verantwoordelijk voor onder meer het terreinonderhoud, verdwijnt per 1 september uit het campusbeeld.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.