'Ik? Ik ben op Corfu geweest, ja. Ken je niet? Ligt tien kilometer onder Tilburg. Je spreekt trouwens uitstekend Nederlands voor een Mallorkees, wist je dat? Beetje Brabants zelfs. Heb je al een kamer, of euh, vlieg je eerst een jaartje op en neer? Hahaha! Hihi, wij hebben best lol samen, vind je niet?'
'Kijk eens wie we daar hebben. Ken je hem? Nee, ik gelukkig ook niet. Ho, hij zegt wat tegen ons. Ssst.'
'Nieuw hier?'
'Mmmmmja. Ja! Lekker! Doe maar joh, en deze dame hier een witte wijn.'
'Euh, nee, ik bedoel... Nieuw HIER?'
'Zien we er zo dorstig uit? Hij maakt er een halszaak van. Tuurlijk joh, doe mij maar nieuw bier. En zoals gezegd mevrouw een wit wijntje. Het is ook een beetje haar ladiesnight moet je denken. Loop maar even, wij wachten wel.'
'Zo! Die kun je om een boodschap sturen, geloof ik. Daar komt-ie al weer aan! Het lijkt wel een Amstelreclame. Maar wat kijkt-ie chagrijnig hè? Ik zal 'm zo eens opvrolijken.'
'Nou, proost dan maar hè. Op de gulle gever. Maar zeg eens, euh... nieuw hier?'
Groeten uit...
Je kunt geen deur achter je dichtslaan in een tent. Of kwaad naar boven lopen. Maar ruziën gaat er desondanks van een leien dakje:
-Stuur je háár ook een kaartje?
-Ja, hoezo?
-Neu, niks.
(...)
-Wat schrijf je er veel op. Op alle andere kaartjes zet je alleen maar je naam.
-Wat is er nou?
-Nou gewoon, ik wist niet dat jullie elkaar kaartjes stuurden.
-Ik mag toch zelf weten naar wie ik een kaartje stuur.
-Jawel, maar om er nou gelijk het boekenweekgeschenk op te schrijven, je kunt het ook overdrijven.
-Jij bent degene die hier overdreven doet!
-Je eigen oma stuur je geen eens een kaart.
(...)
-Ben je klaar? Zet je mijn naam er niet onder?!
-Waarom, je kent haar niet eens!
(...)
-Ze mag zeker niet weten dat je een vriendin hebt.
-Dat weet ze heus wel. Doe niet zo kinderachtig.
(...)
-Zij is natuurlijk nóóóit kinderachtig.
-Nee, nou je't zegt, nee.
-Ga je volgend jaar toch lekker met haar op vakantie.
-Dat zal ik zeker doen.
-Je doet maar.
-Fijn.