Vlak voor de vakantie ontstond de nodige comotie op de campus, toen bekend werd dat de Grontmij, die vanaf de ontginning van de campus in 1961 ook het terreinonderhoud verzorgde, al in de preselectiefase van de aanbestedingsprocedure buiten de boot was gevallen. Zeven vaste medewerkers, allen tussen de acht en twintig jaar full-time werkzaam op de campus, konden uitkijken naar een andere baan.
'Dat de Grontmij is afgevallen is geen verwijt aan hun adres. Ze hebben hier altijd goed gewerkt. Maar in de procedure ging het om vergelijkingen met anderen, om goed-beter-best. En dan blijkt dat er bedrijven zijn met een veel grotere ervaring met vergelijkbare projecten, en daar ook hun organisatie op hebben ingericht. Voor de Grontmij blijft landgoedonderhoud toch een uitzondering.'
Ben Olde Agterhuis, directeur Facilitair Bedrijf, verbreekt het stilzwijgen waarin hij en het CvB zich eind juni over de Grontmij-kwestie hulden. 'Geen commentaar' heette het toen, want de procedure was nog niet afgerond. 'Als je in zo'n stadium bepaalde uitspraken doet, kan dat voor de meedingende partijen aanleiding zijn om de offertes - die we toen nog niet binnen hadden - onmiddellijk met 10% te verhogen.'
Olde Agterhuis doelt met name op de positie van het Grontmij-personeel. Zou de UT zich in de aanbestedingsfase bijvoorbeeld al sterk hebben gemaakt voor overname van dat (overigens niet-UT-)personeel, dan zou dat volgens Olde Agterhuis onherroepelijk kostenverhogend hebben gewerkt. Inmiddels voert de directie van de Hengelose hovenier - die volgens de beoordelingscommisie het beste voldeed aan de gepubliceerde criteria én bijna vier ton per jaar goedkoper uitviel - gesprekken met de betrokken medewerkers, die desgewenst allemaal over kunnen stappen van Grontmij naar Boogaart.
Over de toekomst van 'Erve Holzik' vinden de komende weken onderhan-delingen plaats tussen het Facilitair Bedrijf en de Grontmij. In deze UT-boerderij, die in 1992 door de Grontmij werd verbouwd en van de UT werd gehuurd, woont de Grontmij-uitvoerder en is een aantal Grontmij-kantoren gevestigd. Op het erf zijn bovendien een aantal opslagfaciliteiten in gebruik. Olde Agterhuis verwacht dat het boerderijencomplex 'tussen nu en twee jaar' huurvrij en weer geheel ter beschikking is van de UT.
Olde Agterhuis benadrukt overigens dat het fenomeen 'Europese aanbesteding' niet nieuw is voor de UT. Ook bij het afsluiten van nieuwe contracten voor de energieleverantie, het gebouwen- en installatie-onderhoud en het schoonmaakwerk is deze procedure gevolgd. Sinds 1997, toen het Facilitair Bedrijf na een interne reorganisatie overging op een ander vorm van contractbeheer (met een resultaats- in plaats van inspanningsverplichting), levert deze werkwijze de UT volgens Olde Agterhuis jaarlijks een miljoenenbesparing op.
![]()