Een andere kantoortuinentaalkwestie is de plek. Kantoorpersoneel heeft een plek. En die plek speelt pas op als je naar dat kantoor belt en het personeelslid is even weg. Van Puffelen? Die is even van zijn plek. Iemand die al een jaar lang met een al dan niet ingebeelde ziekte thuis op bed ligt, die is niet van z'n plek. Wie van z'n plek wil zijn, moet op korte termijn weer terug komen.
Je eigen plek. Het doet denken aan de kaalgevreten cirkel gras rond het paaltje van een aangelijnde geit. Als wij zelf even weg zijn, hebben we waarschijnlijk ook een plek. Je kunt er beter niet bij stilstaan.
De plek markeert status, of liever: het gebrek eraan. Kantoortypes die hoog in de hiërarchie zitten hebben geen plek. White House, kan ik u helpen? Nee, de president is even van z'n plek. Dat klinkt niet. (Al zou een paal met een keurig stukje gras George Dobbeljoe niet misstaan, maar misschien is dat een andere kwestie.)
Een leuk spelletje is het aftasten van de plekgrens. Bij de UT ligt-ie waarschijnlijk ergens nét onder Van Vught. Laatst belden we namelijk voor collegelid Hugo Barbas, de financiële man van het CvB. 'Goeiemorgen, is de heer Barbas bereikbaar?' 'Ik zal even voor u kijken, ik heb 'm net nog gezien. (...) Sorry, maar ik geloof dat-ie even' ... 'Dat-ie even...?' 'Dat-ie inderdaad even... ' 'Van z'n?' 'Dat-ie inderdaad even van z'n plek is.'
Yes! (luid maar inwendig.)
Verslavend
Raar is dat. Zodra je iets hebt, kan je meteen niet meer zonder. Wie denkt dat ie onafhankelijk door het leven gaat, forget it. Niet alleen sigaretten werken verslavend.
Neem internet. Vroeger iets voor een stelletje ingewijde computernerds, tegenwoordig surft je oma over het web. En zelf kan je ook niet meer zonder. Waar haalden mensen vroeger in vredesnaam informatie vandaan voor een werkstuk, vraag je je af terwijl je een scriptie downloadt.
Meer: de computer an sich. Niemand kan nog zonder. Wat deden mensen vroeger als ze op kantoor kwamen? Geen knopjes om in te drukken. Wat dan? Beetje in papieren rommelen ofzo? Of schrijven met een pén?
Nog erger: email. Een wereld zonder @ is onvoorstelbaar. Vrienden die geen email hebben, spreek je gewoon minder vaak. Ja, sorry hoor, het is echt zo: hele vriendschappen verwateren.
Nog een graadje erger: de mobiele telefoon. Niemand wilde hem, iedereen heeft hem en niemand wil hem meer kwijt. Zonder je mobiel de deur uit, nee zeg, je moet wel bereikbaar zijn in de Albert Heijn.
Kortom, we zijn verslaafd. Niet aan alcolhol en sigaretten, aan digitale speeltjes. En het is nog niet voorbij. Een bedrijf gaat een wapexperiment doen op de campus. Niemand wapt nog, maar superhandige diensten op je mobiele telefoon zullen daar ongetwijfeld verandering in brengen. Wij verzetten ons met hand en tand. Er niet aan beginnen is de beste remedie. Want voor je het weet kun je niet meer zonder.
Wij horen het onszelf alweer zeggen: 'Nee hoor, ik wap helemaal niet vaak.Meestal alleen na het eten. Nee joh, ik kan bèst zonder. Ik ben nou wat je noemt een gezelligheidswapper.'